Team Santa Monica evenaart wereldrecord 4 x 100 meter

ROTTERDAM, 5 AUG. De omstandigheden in Monaco waren zaterdag ideaal voor een ontmoeting van de beste sprinters van de Santa Monica Track Club en de Franse nationale ploeg, die vorig jaar op de Europese titelstrijd in het Joegoslavische Split het wereldrecord op de 4 x 100 meter op 37,79 seconden bracht.

In de directe confrontatie met de Fransen moest Santa Monica met de twee snelste 100 meter lopers ter wereld, recordhouder Leroy Burrell (9,90) en Carl Lewis (9,93) aangevuld met Floyd Heard (10.10) en Mike Marsh (10,15) in staat worden geacht het wereldrecord te breken. Een mislukte eerste wissel schakelde de Fransen uit. Het overgeven van het stokje tussen startloper Gilles Queneherve en Daniel Sangouma ging volledig fout. Daarmee eindigde ook onmiddellijk het tweegevecht dat de Amerikanen naar een verbetering van het wereldrecord had kunnen opzwepen. Nu was het “slechts” een evenaring ook al omdat de tweede wissel tussen Burrell en Heard matig was.

“Met optimale wissels lopen wij onder de 37 seconden”, wist slotloper Carl Lewis na afloop.“ Wij jagen al geruime tijd op dit wereldrecord.” Het door Tom Tellez getrainde kwartet dat in Monaco liep, is waarschijnlijk nog sterker samen te stellen.

In het Prinsdom bepaalde Michael Johnson, met 20,02 en 44,17 seconden de aanvoerder van de wereldranglijst 1991 op respectievelijk de 200 en 400 meter, zich tot de 200 meter, die hij won in 20,05 seconden. Met Johnson als tweede loper moet bepaald nog winst te boeken zijn.

Andere hoogtepunten waren de beste wereldseizoenprestaties van Merlene Ottey (200 m in in 21,98 sec) en Heike Henkel (hoog, 2,04 m). Ottey en Henkel zijn dit seizoen op hun respectieve specialiteit nauwelijks te verslaan. Ottey heeft nog geen 100 of 200 meter verloren, Henkel moest alleen bij de finale van de strijd om de Europese beker, eind juni in Frankfurt voor twee concurrentes bij het hoogspringen buigen. De 31-jarige Ottey liep als eerste atlete dit seizoen de 200 meter binnen de 22 seconden: 21,98.

Heike Henkel sprong 2,04 meter hoog en verbeterde daarmee het nationale record, dat sedert 1983 met 2,03 meter op naam van de dubbele Olympische kampioene (1972 en 1976) Ulrike Meyfarth stond. De 27-jarige Henkel, Europees kampioene en wereldkampioene indoor, sprong voor de vijfde maal dit seizoen en de dertiende keer in haar carriere twee meter of hoger. De Duitse atlete klom naar de vierde plaats op de wereldranglijst aller tijden. Alleen wereldrecordhoudster Stefka Kostadinova (2,09 m) en haar voorgangsters Ludmilla Andonova (Bul, 2,07 m) en de Russin Tamara Bykova (2,05 m) sprongen ooit hoger.

Er was in Monaco op nog een wereldrecord gerekend. Nadat hij met 5,90 meter het polsstokhoogspringen had gewonnen, liet Sergei Boebka de lat op 6,10 meter leggen, een centimeter boven zijn wereldrecord. Boebka faalde echter drie maal. In Monaco was ook te zien dat Said Aouita, na zijn beenoperatie van een jaar geleden, weer naar zijn oude vorm groeit. Op de 1500 meter moest hij weliswaar nog buigen voor de Algerijn Noureddine Morceli (3.32,04) maar de 3.33,28 van de Marokkaan betekende wel de derde tijd van het seizoen achter Morceli (3.31,00) en de Australier Simon Doyle (3.31,97).

De Engelse Sally Gunnell zorgde in Monaco voor de beste Europese seizoenprestatie op de 400 meter horden (53,78) en de Russin Natalia Grigorjeva toonde aan dat zij niet ten onrechte over drie weken tot de favorieten op de 100 meter horden in Tokio wordt gerekend.

Nederland had in Monaco slechts een vertegenwoordigster. Een dag nadat zij definitief was aangewezen voor de strijd om de wereldtitels in Tokio eindigde de 22-jarige Yvonne van der Kolk als vijfde op de 1500 meter. De tweevoudige nationale kampioene uit Hilversum noteerde met 4.06,25 de beste Nederlandse seizoenprestatie.