Omroepgegevens waarschijnlijk vrij; Aanpak monopolie van omroepbladen

De omroepbladen vertegenwoordigen in het toch al buitenissige Nederlandse omroepbestel een merkwaardige rol. Wie zich abonneert op een omroepgids wordt automatisch lid van de betreffende omroepvereniging. Slechts een kleine minderheid van de leden van omroepverenigingen zijn 'tientjeslid'; het is niet mogelijk een gidsabonnement te hebben zonder lid van de uitgevende omroepvereniging te zijn. Het laat zich raden dat de gidsen klantenbinders en advertentielokkers van de eerste orde zijn, vandaar ook dat de gidsredacties elkaar op het scherpst van de snede beconcurreren met smakelijke kost en abonnementen tegen afbraakprijzen.

De oplage van een gids (en dus het ledenaantal) staat veelal niet rechtstreeks in verband met de populariteit van het programma-aanbod van de omroepvereniging. De grootste gids is die van Veronica, met een oplage van boven het miljoen. De op een na grooste is de AVRO-gids- Televizier-combinatie, met 950 duizend abonnees. Beide omroepen 'scoren' met hun programma's lager dan de TROS (nummer drie met TROS-Kompas, ca. 700 duizend abonnees) en de VARA (TV-magazine is het vierde omroepblad met ca. 540 duizend abonnees). Gezamenlijk vertegenwoordigen de omroepbladen - daarin verschilt Nederland niet van de meeste andere Europese landen - het grootste tijdschriftensegment.

Op de omroepgegevens die de bladen afdrukken rust nog altijd auteursrechtelijke bescherming, maar dat duurt waarschijnlijk niet lang meer. Een paar weken geleden stelde het Hof van Eerste Aanleg van de EG dat omroepen gegevens van radio- en tv-programma's beschikbaar moeten stellen aan uitgevers. De rechter stelde daarmee de Europese Commissie in het gelijk, die Britse en Ierse omroepen in 1988 dwong om hun programmagegevens vrij te geven. Volgens het Hof mogen omroepen hun “dominante positie niet misbruiken”. Met die uitspraak is een Europees precedent geschapen, die de VNU - drukker van een aantal omroepbladen en mede-uitgever van AVRO-bode-Televizier - tot versneld handelen heeft gedwongen.

Als niet op korte termijn AVRO, KRO, NCRV en VARA de krachten bundelen bij de exploitatie van hun omroepgidsen, dan zal straks Elsevier, het Telegraaf-concern of een onafhankelijke investeerder in het omroepbladengat springen. Dat is kort samengevat de filosofie van Hein Brinkhoff, hoofd marketing van de VNU Tijdschriftengroep. Hij ontwierp een business-plan voor de vier omroepen, teneinde deze maand met de respektievelijke voorzitters om de tafel te gaan zitten. Brinkhoff denkt aan bundeling van krachten op het gebied van de huisvesting, logistiek, administratie, Desk Top Publishing, advertentiewerving, drukorders, automatisering en marketing. Dat moet leiden tot een 'uitgeefkern', waarin de VNU een belangrijk aandeel krijgt. Mochten de omroepvoorzitters 'onverhoopt' niet tot overeenstemming komen, aldus Brinkhoff, dan zal de VNU niet schromen om een eigen omroepgids op de markt te brengen.

Drie van de vier omroepen (KRO, NCRV en VARA) werken nu al samen in de 'RTV-combinatie' bij het binnenhalen van de advertenties. Volgens Brinkhoff moet de bundeling van krachten los worden gezien van het samenwerkingsakkoord van AVRO, KRO en NCRV, de toekomstige zendgemachtigden op Nederland 1, zoals dat onder leiding van mr G. Wagner tot stand kwam en vorige week formeel werd beklonken. Er is naar de mening van de VNU-marketing-man geen sprake van het gezamenlijk uitbrengen van een 'spoorboekje', dat als gemeenschappelijke kern van de in totaal zes bladen (KRO en AVRO hebben elk twee gidsen) zou moeten fungeren. Nu al worden de 'ladders' met programmagegevens via een 'central desk' naar de verschillende omroepen verspreid, maar iedere omroepvereniging verleent daaraan haar 'eigen identiteit'.

Het uitbrengen van een onafhankelijke omroepgids zal niet zozeer meer op juridische obstakels stuiten, als wel op financiele, meent AVRO-bode- Televizier-hoofdredacteur Peter Lichtenauer. “Als je er maar genoeg geld voor over hebt”, zegt hij, “dan kan je morgen een nieuwe omroepgids op de markt brengen. Maar hoe kom je aan de gegevens? Je kan het doen volgens het principe van de vrije nieuwsgaring. Maar anders gaat het je enorm veel geld kosten.” Ook Brinkhoff erkent die bezwaren: “Als ze hier net als de BBC een 'staffel' gaan hanteren, waarbij de kosten voor het overnemen van de gegevens gelijk oplopen met de oplage van het blad, dan is het nauwelijks te doen.”