'Nieuwe' sprookjes van Roald Dahl als een vaudeville; Vrolijk spel tussen de schuifdeuren

Voorstelling: Roald Dahl's Rhyme Stew, Engelstalige familievoorstelling door Stichting MET Produkties. Regie David Swatling, teksten Roald Dahl, spel Madelon Evers, Esmeralda Detmers, Alexander Rickard, Marcel Snijders. Gezien Amsterdam Stadsschouwburg Bovenzaal 1- 08. Nog te zien aldaar t-m 18 aug. (beh. ma.)

Zo lang als er gevaarlijke teksten bestaan, zo lang zal ook wel de neiging bestaan ze onschadelijk te maken. Dat lot is ook de volkssprookjes niet bespaard gebleven. Een Engelse interpretator maakte van Assepoesters glazen muiltje een symbool voor de vagina, met alle halfzachte conclusies vandien. Weg tranen bij Assepoesters lot, weg vreugde om de goede afloop. De Engelse schrijver Roald Dahl heeft een aantal van dergelijke sprookjes op zijn eigen wijze herschreven. Dahl was een meester in het onder ogen zien en hanteren van de wrede kanten van het bestaan, wat deels de populariteit van zijn kinderboeken verklaart en ook de weerzin die zijn werk bij brave pedagogen oproept. In zijn berijmde versie van Hans en Grietje ironiseert hij in een terzijde zijn farizesche tegenstanders. Over het wel goedgekeurde sprookje van Grimm zegt hij: 'Did parents really, in those days-Agree to read such gruesome plays-To little children in the night?-And did they never die of fright?'

Roald Dahl schreef twee bundels met bewerkte sprookjes: Revolting Rhymes en Rhyme Stew. Het merendeel van de produktie van de jonge groep Stichting MET Produkties is gebaseerd op Rhyme Stew dat in 1989 verscheen, ongeveer een jaar voor Dahls overlijden. Ik kende alleen de Nederlandse vertaling, Rijmsoep, die door de noodzaak om ook in vertaling te rijmen aan kracht heeft ingeboet. Des te verrassender waren het ritme en de woordgrapjes van het oorspronkelijke Engelse werk op het toneel. Het is een perfecte regie-keuze geweest om de teksten te brengen als een vaudeville. De vier spelers schuiven als close-harmonygroepje over het toneel. Hun zangkwaliteiten zijn niet geweldig, maar wel verdienstelijk en hun spel getuigt van een plezierig aandoende overgave. De verhalende gedeelten worden gezongen of als rap-tekst geciteerd, de dialogen ingehouden grotesk gespeeld in snelle rolwisselingen. Als de spelers hun changementen volvoeren met een minimum aan requisieten, dan blijven ze daar meestentijds bij fluiten. Dat brengt een vrolijke en relativerende atmosfeer met zich mee, als bij een toneelstuk tussen de schuifdeuren.

Een enkele maal heeft de groep zich een verrassende interpretatie toegestaan. Zo is de heteroliefde in het verhaal 'straf komt na de zonde' vervangen door homo-erotiek, en dat maakt de opgelopen verkoudheid een stuk dubbelzinniger. Minder gelukkig vond ik de keuze om een gortdroge analyse van het Assepoesterverhaal te vermengen met Dahls versie. Het maakt Dahls sprookje niet boeiender dan het toch al was en geeft het stuk iets minder het karakter van de familieproduktie die het wil zijn.

De belangrijkste positieve eigenschap is juist dat het spel zozeer in dienst blijft staan van de tekst en niet andersom: Roald Dahl speelt de hoofdrol.