Nederlandse obligatiemarkt wacht op Bundesbank

UTRECHT, 5 AUG. Het wachten op de eerste discontoverhoging van de nieuwe Bundesbank president Schlesinger zorgde afgelopen week voor min of meer onveranderde koersen op de Nederlandse obligatiemarkt. De rendementen op de laatste staatsleningen bleven rond de 8,9 procent schommelen. Wel werden op de onderhandse markt enige zaken gedaan in de langere segmenten, en was op de openbare markt op beperkte schaal sprake van ruil tussen Nederlands en Duits papier. Van substantiele omzetten kon, met uitzondering van vrijdag toen Amerikaanse cijfers voor een opleving zorgden, niet worden gesproken. Aan het valutafront hebben de onveranderd stellige uitspraken van Schlesinger al wel effect gehad. De D-Mark is recentelijk zowel ten opzichte van de dollar als de gulden iets gestegen. De Nederlandsche Bank kon evenwel bij een rustige geldmarkt het speciale beleningstarief zonder probleem op 8,7 procent houden.

Hoewel dus allerwegen rekening wordt gehouden met een Duitse renteverhoging, verklaarde een vooraanstaand Duits onderzoeksinstituut vorige week niet te verwachten dat de Duitse centrale bank op korte termijn het rentebeleid zou verscherpen. Weliswaar is daar op grond van de huidige economische ontwikkeling (een inflatie van 4,5 procent en een economie die op volle toeren draait) genoeg aanleiding toe, maar het instituut voorziet nog dit jaar een sterke groeivertraging, zodat een strakker monetair beleid zelfs ongewenst zou zijn. Het scenario dat het meest waarschijnlijk wordt geacht, en waar de markt overigens eveneens rekening mee houdt, is dat de Bundesbank de discontovoet (thans 6,5 procent) verhoogt maar het zgn. Lombard tarief (9 procent) onveranderd houdt. Deze 'technische' maatregel zou het relatief grote verschil tussen beide tarieven moeten verkleinen. Bovendien kan de Bundesbank aldus een psychologisch signaal naar de markt geven dat men onverkort blijft vasthouden aan het tegengaan van inflatietendensen. Ten aanzien van de Nederlandse markttarieven, zowel aan de korte als de lange kant, bestaat de verwachting dat deze bij een Duitse rentemaatregel niet veel zullen veranderen.

Eurokapitaalmarkt

Aangezien de maandelijkse bekendmaking van de, vaak richtingbepalende, Amerikaanse werkgelegenheidscijfers afgelopen vrijdag op het programma stond, was het vizier van de internationale obligatiemarkten aan het einde van de week gericht op de Amerikaanse rente. Deze bleek goed weerstand te kunnen bieden aan gunstige economische statistieken die eerder in de week werden gepubliceerd alsmede aan de bekendmaking van de recordomvang van de kwartaalveiling (38 miljard dollar) die voor volgende week op het programma staat. De werkgelegenheidscijfers zorgden tenslotte, vanuit rente-optiek bekeken, voor een aangename verrassing. Waar een stijging van 40.000 niet-agrarische arbeidsplaatsen was verwacht, bleek dit cijfer uit te komen op een daling van ruim 50.000. Het rendement op de 30 jaars treasury daalde hierdoor per saldo met 15 basispunten.

De eurokapitaalmarkt verkeerde, evenals de meeste lokale markten, in een vakantiestemming, resulterend in lage omzetten. Bovendien werden in Duitsland, Frankrijk en Spanje staatsleningen geemitteerd terwijl in het Verenigd Koninkrijk een een miljard pond grote lening, die op de schappen van de Bank of England ligt, als een zwaard van Damocles boven de markt hangt. Significante koersstijgingen op de vastrentende pondenmarkt worden door the Bank 'afgestraft' door een deel van de lening aan te bieden.

Dat toch relatief veel debiteuren het aandurfden euroleningen uit te brengen leidde dan ook diverse malen tot teleurstellingen. De EG emitteerde een 450 miljoen Ecu grote lening met een coupon van 9 procent en een looptijd van 7 jaar. Naast de vakantiestemming leidde de onzekere renterichting op de lokale markten alsmede de grote hoeveelheid uitstaande Ecu-leningen tot een slechte ontvangst, ondanks de als genereus betitelde uitgiftekoers, die een effectief rendement van 9,32 procent genereerde. Fokker bracht een 150 miljoen D-mark grote lening met een looptijd van 7 jaar uit. De lening, een zogenoemde floating rate note, keert 6 maands Libor plus 25 basispunten uit. Bij een 'floater' is de koersdaling ten gevolge van een rentestijging relatief gering. Ondanks deze eigenschap en het feit dat aan de lening een put-optie is verbonden (overigens ook een call-optie) reageerden de beleggers niet enthousiast.

Bron: Institute for Research and Investment Services, Joint Venture Rabobank Robeco.