Nederlands ambassadeur bij de Heilige Stoel; Een mooie post om rustig te wennen aan een kalmer leven

Het is waarschijnlijk de enige Nederlandse ambassade waar de ambassadeur om elf uur 's ochtends zelf de deur opendoet en even later ook zelf (“Hallo?”) de ambassadetelefoon opneemt: Harer Majesteits vertegenwoordiging bij de Heilige Stoel. De praktijk wijst uit dat de ambassade een eindpost is voor diplomaten. Ook de huidige ambassadeur, mr. S.J.J. baron van Voorst tot Voorst, kon zich in Vaticaanstad voorbereiden op zijn pensioen.

De Nederlands ambassadeur bij de Heilige Stoel wordt geacht het diplomatieke werk in zijn eentje aan te kunnen. “Ik moet het helemaal alleen doen”, vertelde de scheidende ambassadeur, mr. S.J.J. baron van Voorst tot Voorst, onlangs op een informeel praatje voor een groep Nederlanders in Rome.

De ambassade heeft een honoraire raad: monseigneur M.P.M. Muskens, die rector is van het Nederlands college, het centrum van de Nederlandse kerkprovincie in Rome dat ook onderdak biedt aan gevorderde theologische studenten. Maar Muskens krijgt volgens Van Voorst tot Voorst niet meer dan “een fooi” van de staat en heeft te veel ander werk om vaak aanwezig te zijn: “We hebben per week zo'n anderhalf uur om met elkaar te klessebessen.”

De ambassadeur heeft wel “een voortreffelijk stafje” van twee administratieve medewerkers, maar als die weg zijn of met vakantie, moet hij zelf de deur openen. Het geeft geen onoverkomelijke problemen, want het is niet overmatig druk op de ambassade. Het gezantschap bij de Heilige Stoel geldt in diplomatieke kringen als “een mooie post om rustig te kunnen wennen aan een kalmer leven”.

Omdat het een eenmanspost is hoeven er geen collega's te worden beoordeeld. Veel officieel bezoek uit Nederland komt er niet. Van Voorst tot Voorst: “Sommige ambassades hier zijn net een reisbureau. Ik heb daar geen last van.” Bovendien zijn er geen economische contacten van betekenis. “Je wordt hier niet lastig gevallen door mensen die kaas willen verkopen”, zegt Van Voorst tot Voorst. Hij vertelt dat het enige dat hij in vijf jaar voor het Nederlandse bedrijfsleven heeft kunnen doen, de bemiddeling was bij de aankoop bij Philips van 30.000 verlichtingseenheden voor de Sint Pieter.

De ambassade bij de Heilige Stoel is een eindpost. Van Voorst tot Voorst heeft zijn verhuisdozen al verstuurd, de Uno verkocht, de foto van de paus met Gorbatsjov van zijn bureau gehaald. Over een paar weken gaat hij met pensioen, naar een flat in Den Haag. Ook zijn twee directe voorgangers zijn na Rome met pensioen gegaan. Voor zijn opvolger, mr. R.H. graaf van Limburg Stirum, wordt het eveneens zijn laatste post.

Waarom heeft Nederland een vertegenwoordiging bij de Heilige Stoel, anders dan om diplomaten te laten wennen aan een rustiger leven? De scheidende ambassadeur wijst een verzoek om een formeel interview af, uit angst voor een kat uit Den Haag, en bij een bezoek moet de bandrecorder meteen terug in de tas. Maar in zijn eerder genoemde spreekbeurt anticipeerde hij op die vraag.

“De mensen vragen mij vaak: wat doe je nu de hele dag?”, zei hij. “Nu, ik ga heel veel de prelaat op. Je moet alle kardinaals bezoeken. Daar leer je erg veel van. Het Vaticaan is een supranationale instelling, en je moet een goed politiek gevoel hebben. Vooral Midden- en Oost-Europa en het Midden-Oosten zijn belangrijk. Maar je moet rapporteren over dingen die in heel de wereld spelen. Ik heb nog nooit behalve hier een telegram gestuurd over Noord-Korea.”

Niemand moet overigens wonderen verwachten van deze luisterpost. Ook binnen het Vaticaan kwamen de ontwikkelingen in Oost-Europa in 1989 als een verrassing. Het nut van de post wordt volgens de ambassadeur vooral bepaald door het gebruik dat het departement ervan maakt, door de vragen die vanuit Nederland worden gesteld.

Die nadruk op het verzamelen en doorgeven van informatie “betekent ook dat er eindeloos moet worden gelezen. Dit is een leespost van voor tot achter”. De telegrammen van collegae, de Herald Tribune, vertaalde artikelen uit Italiaanse kerkelijke bladen (de ambassadeur spreekt veel talen, maar geen Italiaans) laten hem geen tijd om boeken te lezen.

Daarom zou de ambassadeur er graag een tweede man bij hebben, iemand die een deel van het leeswerk en ook een aantal andere werkzaamheden kan overnemen. Er zijn vele “klusjes”, zoals het controleren van de kas, het openen van de brandkast, het paraferen van het 'witte boekje' van de dienstauto.

Ondanks de vele leesstof en de klusjes is niet iedereen doordrongen van de noodzaak van een eigen ambassade bij de paus. Van de 123 landen waarmee de Heilige Stoel diplomatieke betrekkingen onderhoudt, hebben er slechts 49 een ambassadeur die in Rome resideert.

Regelmatig wordt voorgesteld het werk door een diplomaat van de Nederlandse ambassade in Italie te laten doen. Dat zou een forse besparing betekenen in de uitgaven voor staf en gebouw. Maar het zou in strijd zijn met een ongeschreven afspraak die volgens diplomatieke bronnen in 1929 is gemaakt bij het Verdrag van Lateranen, het Concordaat tussen Italie en de Heilige Stoel. Volgens deze mondelinge afspraak kan een land niet dezelfde missie zowel voor de Italiaanse staat als voor de Heilige Stoel gebruiken.

Een land dat dacht slim te zijn en twee kanselarijen naast elkaar zette, verbonden door een deur, kreeg inspecteurs van het Italiaanse ministerie van buitenlandse zaken op bezoek die opdracht gaven de deur dicht te metselen en suggereerden een van de twee missies naar een ander adres te verplaatsen.

Anderen zijn om principiele redenen tegen een Nederlandse vertegenwoordiging bij de Heilige Stoel, omdat de Nederlandse staat volgens hen niets te maken heeft met de leider van de rooms-katholieke kerk.

Het is een discussie die decennia heeft gespeeld. Als in 1871 na de Italiaanse eenwording de Kerkelijke Staat opgaat in de Italiaanse republiek, is Nederland een van de eerste landen die hun gezantschap bij de Heilige Stoel intrekken. In 1915, een jaar na het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog, vindt het kabinet-Van der Linden het raadzaam een eigen luisterpost te hebben bij het centrum van het befaamde informatienetwerk van kardinalen en nuntiussen. Maar elf jaar later zorgt dominee G.H. Kersten, parlementslid voor de SGP, voor de val van het kabinet-Colijn door een amendement in te dienen op de begroting van Buitenlandse Zaken waarin het gezantschap bij de Heilige Stoel werd geschrapt. Een jaar later verlaat de Nederlandse gezant Rome.

Pas in 1944, opnieuw onder invloed van een wereldoorlog, krijgt Nederland weer een gezant bij de Heilige Stoel. Het kost minister van buitenlandse zaken Van Kleffens overigens grote moeite koningin Wilhelmina te overtuigen van het nut hiervan.

De meeste gevoeligheden hierover zijn wel verdwenen, al stelde de SGP'er Van Rossum in 1982 Kamervragen over een voorgenomen bezoek van de koningin aan de paus, en kondigde Kamervoorzitter Dolman drie jaar later aan dat hij ervoor zou zorgen tijdens het pausbezoek aan Nederland elders te zijn. Mede wegens de duidelijke rol die de paus in Oost-Europa heeft gespeeld, wordt het nut van een eigen ambassade bij de Heilige Stoel niet meer fel aangevochten.

Maar om niemand tegen het zere been te trappen, maakt het ministerie van buitenlandse zaken bewust een fout. In het overzicht van de Nederlandse vertegenwoordigingen in het buitenland, in de wandel 'het oranje boekje', staat dat Nederland een ambassade heeft bij de staat Vaticaanstad.

“Ik ben geen ambassadeur in Vaticaanstad, ik ben ambassadeur bij de Heilige Stoel”, zegt ambassadeur Van Voorst tot Voorst. Zijn officiele titel is 'buitengewoon en gevolmatigd ambassadeur te Rome, bij de Heilige Stoel'. Het staat in zijn diplomatieke paspoort, het staat in zijn geloofsbrieven, het staat op de koperen plaat bij de ingang van het gebouw waar vroeger kardinaalsappartementen zaten en waar nu de Nederlandse ambassade is.

Vaticaanstad is het ministaatje waar de paus woont, 44 hectare groot, met een eigen postdienst en eigen munten. Maar het staatshoofd van Vaticaanstad (overigens ook de paus) is minder belangrijk dan de bezetter van de stoel van de apostel Petrus. Van Voorst tot Voorst, teruggrijpend op zijn juridische studie, zegt dat de Heilige Stoel subject van volkenrecht is, en niet Vaticaanstad.

Dergelijke weetjes zijn nuttig voor een gezant bij de paus, net als een flinke portie geschiedenis- en bijbelkennis. Katholiek hoef je volgens de scheidende ambassadeur niet te zijn - zijn opvolger is protestant. Verder is het prettig een gala-uniform te hebben. Van Voorst tot Voorst had 23 jaar geleden een gala-uniform gekocht en het vrijwel nooit aangehad, maar bij de paus is het zeker zeven keer per jaar gala. Daarom heeft hij, in overeenstemming met zijn ambassadeursrang, de zwarte pluimen op de steek laten vervangen door witte en kwam er een witte broek in plaats van een zwarte. Van Voorst tot Voorst zegt dat hij van al zijn diplomatieke posten zich bij de paus het vaakst in “het harnas” heeft moeten hijsen.

Bovendien is de Heilige Stoel ook om praktische redenen een eindpost. Kardinalen gaan pas met 75 of 80 jaar met pensioen en voor een goed contact moet het leeftijdsverschil niet te groot worden. “Een ambassadeur van 45 wordt uit hoofde van zijn functie natuurlijk wel ontvangen, maar zo iemand is eigenlijk te jong”, zegt Van Voorst tot Voorst. “Alles gaat dan wat moeilijk. Het praat makkelijker als je al wat ouder bent.”