Minister wijst bij terugkeer op Schiphol republiek Servie als schuldige aan; Van den Broek vermoeid en ontmoedigd

SCHIPHOL, 5 AUG. Pas na aandringen kwam het hoge woord eruit. Servie had de bemiddelingspoging van de Europese Gemeenschap afgewezen. De deelrepubliek “had een gebrek aan politieke wil om vrede te sluiten en aan de onderhandelingstafel plaats te nemen”. Een vermoeide, ontmoedigde minister Van den Broek werd op het eind van zijn persconferentie gisteravond op Schiphol steeds duidelijker.

De afwijzing van militaire waarnemers was slechts een formele reden, zo meende de voorzitter van de Raad van ministers van de EG. Bij Servie leeft de gedachte dat “het handhaven van de huidige situatie eerder in het voordeel van deze republiek zou werken. Daarmee worden ongehoorde risico's genomen. Een heilloze situatie. De buitenwereld mag weten waar de blokkade ligt”.

De minister probeerde zijn oordeel over Servie nog te nuanceren door te zeggen dat ook Kroatie het akkoord van Brioni niet helemaal was nagekomen. Maar hij liet erop volgen dat Joegsolavie bange dagen tegemoet gaat nu een van de deelrepublieken zelfs geen ongewapende militairen toelaat om toe te zien op een mogelijk bestand. Zonder militairen kan er geen toezicht worden gehouden, zo meent Van den Broek. Zij zijn nodig vanwege hun ervaring en vaardigheden, zoals kaartlezen bijvoorbeeld:“Iets wat niet tot de dagelijkse intellectuele bagage van de diplomaat behoort.”

Maar zelfs de grapjes werkten niet. Van den Broek was uitgeteld. Zijn missie was op onwil gestuit en hoge politieke ambtenaren van de Twaalf moesten nu maar nagaan of er nog aanknopingspunten voor verder overleg waren in zijn rapportage. Veel hoop bleef er niet over. Als zelfs ongewapende militairen worden geweigerd, dan is een WEU-vredesmacht ook niet welkom en zullen initiatieven van de CVSE ook weinig uithalen. Joegoslavie kan een veto over dergelijke acties uitspreken.

Blijft over het sturen van troepen in VN-verband tegen de wil van Joegoslavie in. Dan zouden er volgens Van den Broek “grootschalige vijandelijkheden, Irak-achtige toestanden zoals met de Koerden moeten komen”. Dan pas kan worden besloten in te grijpen op humanitaire gronden. Maar, zo waarschuwde hij, de permanente leden van de Veiligheidsraad staan niet te springen om zich te mengen in binnenlandse aangelegenheden.

Vooralsnog wilde de minister hopen dat er nog iets in Joegoslavie zelf zou gebeuren. Misschien zou het besef alsnog kunnen doordringen dat door deze onwil een heilloze situatie onstaat. “Vrede sluit je nu eenmaal niet met je vrienden.” Maar het was hem opgevallen dat er bij de onderhandelingen over een staakt-het-vuren en het uitbreiden van EG-waarnemersteams alleen over problemen werd gesproken en niet over oplossingen, veel over het verleden en weinig over de toekomst. Kortom, het was geen vreugdevolle dag.