Kloeke schutters met musketten en stijve kragen

Tentoonstelling: Wakkere burgers: de Alkmaarse schutterij in de Gouden Eeuw. T-m 1 sept. in het Stedelijk Museum Alkmaar, Doelenstraat 3-9. Di t-m vr 10-17u, zo 13-17u. Catalogus door Paul Knevel, (f) 17,50.

Wakkere burgers, dat waren het, de Alkmaarse schutters. Maar niet zomaar wat willekeurige burgers, nee: de aanzienlijksten onder de kloeksten. En dat wilden ze weten ook, te oordelen aan de schuttersportretten die nu in het Stedelijk Museum van Alkmaar te zien zijn. Want de tientallen kapiteins, luitenants, vaandrigs en sergeanten die zich daarop voor eigen kosten lieten vereeuwigen, deden dat niet anders dan op hun paasbest.

Veel meer pronk- dan oorlogszuchtig staan de leden van de burgerwacht opgesteld met hun glanzende zijden sjerpen, hun sneeuwwitte, gesteven molensteenkragen en het wapperende kant aan hun boorden. Hun blikken, daarentegen, spreken een andere taal. De taal van de belangrijke heren die het goed met ons voor hebben, zoals we die ook nu nog altijd kennen, bijvoorbeeld van het optreden van politici op het NOS-journaal: de wenkbrauwen licht gefronsd, de kin vooruit. Ernstig en daadkrachtig.

De schuttersstukken hadden dan ook eenzelfde propagandistische waarde. De officieren - op slechts een van zestien Alkmaarse stukken zijn ook gewone manschappen afgebeeld - laten zien, dat het lot van de stad bij hen in goede handen is. Ze tonen zich welvarend, dus ze weten hoe je het ver moet schoppen in de zeventiende-eeuwse maatschappij, en betrouwbaar. En om aan te geven dat ze niet helemaal vergeten zijn wat ook weer het doel van hun vereniging was, dragen ze bij hun zondagse kleren ook hun hellebaarden en musketten.

De Alkmaarse schuttersstukken zijn een bezit om trots op te zijn. Hoewel het tussen 1580 en 1650 in vele Hollandse en Zeeuwse steden mode was onder schutters om zich en groupe te laten afbeelden, en het schilderij vervolgens in de eigen schuttersdoelen te hangen waar men samen de wapens oefende of gezellig bijeen kwam, zijn van weinig steden zoveel stukken bewaard gebleven. Alleen Amsterdam en Haarlem hebben er meer.

Van de zeventien portretten die Rotterdam ooit bezat, is er bijvoorbeeld nog maar een over. Van de zeventien uit Goes zijn er nog vier. Veel stukken hadden reeds in de tijd van hun ontstaan te lijden van de uitschietende rapieren van dronken schutters op de beruchte schuttersmaaltijden. Een ander deel verging tijdens rampen en oorlogen, of ten gevolge van desinteresse.

Hoe beter de kwaliteit van de portretten was, hoe zuiniger men erop is geweest. En zoals in 1988 ook op de grote Haarlemse tentoonstelling Schutters in Holland te zien was, komen uit Amsterdam en Haarlem de meeste topstukken van het genre. Het was gewoonte om de schuttersstukken door lokale meesters te laten vervaardigen, en er was nu eenmaal meer schilderstalent verzameld in Haarlem en in Amsterdam dan in de andere steden.

Niet bekend

Iemand die dat niet deed was Caesar Boethius van Everdingen (ca. 1617-1678), de belangrijkste Alkmaarse schilder uit de zeventiende eeuw, die tegenwoordig echter nog maar weinig bekend is. Net als Hals rond 1633 had gedaan, plaatste hij in 1641 de officieren van de Oude Schutterij rond een tafel. Zestien jaar later zou Van Everdingen zichzelf echter bepaald overtreffen in zijn tweede portret van de officieren en vaandeldragers van de Oude Schutterij. Niet alleen zijn alle figuren uitstekend afgebeeld, maar hij bedacht ook nog een hele nieuwe compositie: de veertien schutters staan op een bordes zodat de toeschouwer van onderaf tegen ze aankijkt. De beide kapiteins staan enkele treden lager, waarmee het verschil in rang subtiel is aangeduid, en de groepering er bovendien heel levendig uitziet.

Behalve de portretten, die overigens niet allemaal konden worden tentoongesteld omdat enkele hard aan een restauratie toe zijn, zijn er in het Stedelijk Museum ook nog allerlei parafernalia van de schutterij te zien: provooststaven en zilveren, rijk versierde drinkschalen, wapens en zelfs twee zeventiende-eeuwse trommels. Door de eeuwen heen moet men in Alkmaar zijn schuttersverleden met zorg hebben omringd.

Als het op ingrijpen aankwam, bijvoorbeeld bij volksoproeren, waren de schutters vaak intern verdeeld of kozen ze de kant van het volk in plaats van het stadsbestuur. Het beeld van de schutters als wakkere, heldhaftige burgerstrijders was een mythe, maar een zeer geliefde. De schutterij bleef lang een gekoesterd symbool voor de verenigde stedelijke gemeenschap, al nam hun militaire betekenis na het midden van de zeventiende eeuw steeds meer af.