Katholiek 'voelt' het wielrennen

Even jaarlijks als de Tour de France zijn de krenkende commentaren op het verslaggeversduo van de NOS-televisie Mart Smeets en Jean Nelissen.

Als een epiloog op de Ronde van Frankrijk bracht het weekblad De Groene Amsterdammer een profiel van Smeets die, volgens zijn Belgische collega's, het mysteriespel van de Tour de France nooit echt zal doorgronden. Smeets is te veel journalist in de calvinistische, kritische zin van het woord om een goed wielerverslaggever te zijn. Hij is “tuk op combines - die kan hij bekritiseren. Hij is op een onbeholpen manier ook fel op doping, maar hij voelt het ragfijne verschil niet aan tussen de beladen term combine en de gelegenheidscoalities die elke wedstrijd opnieuw worden gesloten. De werkelijke, onzichtbare dramatiek, kortom het katholicisme van het wielrennen ontgaat hem ten enen male. Wat dat betreft lijkt hij op Den Uyl, die iedere keer gek werd zodra Van Agt weer eens minzaam glimlachend de grens tussen politiek en mystiek overschreed”. De Groene herinnert er nog even aan hoe Van Agt het kabinet, in spoedzitting bijeen, liet wachten omdat hij het startschot moest lossen voor een wielercriterium in Boxmeer. De socialist en de calvinist behept met hetzelfde probleem. Niet kunnen wennen aan de mysteries die onverbrekelijk zijn verbonden met de katholieke politiek, de georganiseerde mafia en het punt waarop die twee een bijna heilige symbiose bereiken: het wielrennen.

Illustratief daarvoor vindt De Groene Smeets' interpretatie van de Tour-etappe naar Alpe d'Huez in 1986, toen Bernard Hinault en Greg LeMond hand in hand de finish passeerden. Na een rit waarin Hinault zijn Amerikaanse ploeggenoot en tevens grootste concurrent had proberen te bedriegen door tegen alle afspraken in op jacht te gaan naar zijn zesde Tourzege. De televisieverslaggever meldde met overslaagde stem dat dit het summun van sportiviteit was, maar in werkelijkheid was het een geslepen koningsdrama.

Grote wielerverhalen zijn onbenoembaar. “Smeets voelde op een zeker moment wel aan dat iets zich onttrok aan zijn sportieve vocabulaire, hij ging op zoek naar de mysterieuze krachten.” Maar, vindt De Groene, hoe meer hij te weten wil komen, hoe verder hij zich ervan verwijdert want het gaat in dit soort zaken niet om kennis maar om terughoudendheid, een soort devotie.