Davidovitsj en Sitkovetsky niet altijd aan elkaar gewaagd; De goddelijke vonk bij Grieg

Concert: Dmitry Sitkovetsky, viool en Bella Davidovitsj, piano. Programma: Schubert, Sonate in A, D 574; Prokofjev, Sonate in D, opus 94 bis; Grieg, Sonate in G, opus 13 en De Falla Suite Popular Espagnol. Gehoord 3-8, Grote Zaal Concertgebouw te Amsterdam.

Bella Davidovitsj en haar zoon Dmitry Sitkovetsky treden al jarenlang als duo op, maar toch slagen zij er niet helemaal in een werkelijke eenheid te vormen. Ook al staat de klep van de vleugel van Davidovitsj op de halve stok en ook al is haar manier van musiceren het meest bescheiden, toch blijft ze haar zoon in alle opzichten de baas. Terwijl Sitkovetsky indruk probeert te maken met een feilloze techniek, een viooltoon als een laserstraal en een op veel momenten nogal ongedurige no-nonsens-benadering van de partituur, verstaat zijn moeder de kunst van een betoverende spanningsopbouw, subtiele fraseringen en een verrassend rijk gekleurd toucher. Zo trekt Davidovitsj als vanzelf de meeste aandacht naar zich toe en belandt Sitkovetsky af en toe bijna in de rol van stoorzender.

Instrumentaal gezien behoort Sitkovetsky zeker tot de beste violisten van deze tijd, maar er ontbreekt een dimensie van muzikale verfijning en diepzinnigheid in zijn spel. Dat viel afgelopen zaterdag met name op tijdens zijn vlekkeloze maar ongenuanceerde interpretatie van Schuberts Sonate in A: Alle noten waren er, maar er was er niet een waarmee Sitkovetsky wist te ontroeren. Melodielijnen bezweken aan te nadrukkelijke accenten en een overhaaste timing, inzetten waren vaak grof en afsluitingen te abrupt, zodat Schubert in plaats van sfeervol, zangerig en geheimzinnig bijna kil en mechanisch ging klinken.

Op soortgelijke gronden was Sitkovetsky's benadering van de Sonate in D van Prokofjev tijdens de lyrische passages al evenmin overtuigend, maar hier werd veel gecompenseerd door de brutale flair en de verbluffende virtuositeit waarmee hij de grimmige en karikaturale kanten van Prokofjevs muziek wist te benadrukken.

Maar tijdens de vertolking van de Sonate in G van Grieg sloeg de goddelijke vonk van de muzikale inspiratie plotseling toch nog over van moeder op zoon. Ineens klonk niet alleen Davidovitsj maar ook Sitkovetsky wat meer genuanceerd en bevlogen, zodat er een boeiende en vruchtbare muzikale dialoog op gang kwam tussen twee bijna gelijkwaardige partners. De gelukkige tendens zette zich door in de briljante uitvoering van De Falla's Suite Popular Espagnol: hierin bleken Davidovitsj en Sitkovetsky werkelijk aan elkaar gewaagd, met een tegelijkertijd onstuimige en poetische De Falla tot resultaat.