African Music Festival in Delft is niet meer wat het was; Stella danst als een spook

Festival: African Music Festival '91. Met Koffi Ayivor, Abdel Kabirr, Oumou Sangare, T.P.O.K. Jazz, Lucky Dube, Mory Kante, Stella Chiweshe en The Cameroun All-Stars. Gehoord: 3-8, DHC Stadion, Delft.

Concertgangers zullen het zich niet realiseren, maar de belangstelling in ons land voor Afrikaanse muziek is vooral gestimuleerd door in Nederland wonende Afrikanen. Zangeressen als Busi Mhlongo en Thoko Mdlalose maakten het Nederlandse publiek vertrouwd met zoeloe-klanken, terwijl de Congolees Joseph Nganga en de Gambiaan Oko Drammeh omvangrijke festivals organiseerden. Nganga's Africa Mama Festival heeft helaas flink aan belang ingeboet sinds het is verhuisd naar de kleine concertzaal Tivoli in Utrecht, zodat alleen Delft overblijft als jaarlijks schouwtoneel van Afrikaanse solisten en ensembles.

Toch sprongen zaterdag, tijdens de alweer achtste editie van het African Music Festival, de vonken niet echt over. Tot ver in de avonduren hing er een apathische sfeer op het grasveld naast het DHC Stadion. Zelfs de enthousiaste ceremoniemeester Seedy Lette kon daarin geen verandering brengen. Lag het aan de zomerse temperaturen of toch aan de muziek? Het genre heeft zich de laatste jaren steeds meer verbreed tot een ondefinieerbare mix van alles wat dansbaar en daarnaast ook erg kleurloos is. Typerend was dat bij de meeste groepen de klanken van de blazers uit de synthesizers kwamen. Nog even en de hoekig meppende trommelbewerkers worden door drumcomputers vervangen.

De organisatie was ook al niet geheel vlekkeloos. Het eerder aangekondigde gezelschap Pepe Kalle & Empire Bakuba bleek door 'visumbeperkende maatregelen' te elfder ure vervangen door soukous-routiniers T.P.O.K. Jazz, de vroegere begeleidingsgroep van de Zarese meestergitarist Franco, die vorig jaar ook al van de partij was. Verder moest het publiek anderhalf uur wachten op het concert van superster Mory Kante, dat ook nog eens veel te kort duurde.

Een kleurrijke aanblik bood de ritmesectie van de Malinese zangeres Oumou Sangare: grote manden met belletjes werden op de maat van de muziek in de lucht geworpen en weer opgevangen. Sangare heeft in West-Afrika veel succes met een plaat die Europa nog niet heeft bereikt. De vioolklanken die op dit album een prominente rol spelen hadden haar concert wellicht nog iets interessanter kunnen maken; gelukkig verloochent de zangeres haar muzikale afkomst niet.

Aan het repertoire van Abdel Kabirr, juweel in de kroon van de Gambiaanse muziek, en zoon van de dirigent van de politiekapel van Banjul, is duidelijk te horen dat deze zanger schatplichtig is aan zowel traditionele Wollof- en Jola-stijlen als aan de authentieke soulmuziek van wijlen Otis Redding. Zijn muziek kent nog onvoldoende karakter om op de lange termijn te boeien en anders dan Redding beschikt de zanger niet over een warm mousserend stemgeluid. Ook de T.P.O.K Jazz wist zich maar nauwelijks boven een redelijke middelmatigheid uit te tillen. Soukous is muziek die wordt gekenmerkt door tegen elkaar opbiedende gitaren en scherp accentuerende blaasinstrumenten; dat alles denderde zaterdag een uur lang zonder noemenswaardige hoogtepunten voort.

De in het Zuidafrikaanse Ermelo (!) geboren reggaester Lucky Dube imponeerde met zijn drie octaven hoge stem en zijn mengeling van traditionele mbaqanga, soukous en reggae. De basis wordt gevormd door een knap uitgebalanceerde combinatie van orthodox en bijna mechanisch slagwerk, waar bovenop gitaar en toetsen-instrumenten een ragfijn melodisch raamwerk construeren. Bevrijding van raciale onderdrukking is het terugkerende thema in het repertoire van deze zanger, wiens eerste platen door de Zuidafrikaanse regering werden verboden.

Gelukkig had het African Music Festival nog een verrassing in petto: mbira-speler Stella Chiweshe uit Zimbabwe. De mbira is een klein houten kastje waarop een aantal metalen tangen zijn bevestigd die met de duim worden bespeeld, en waaraan syncopische, bijna meditatieve klanken worden onttrokken. Maar de meeste tijd danste Stella echter als een bezwerende spookverschijning over het podium, waarbij haar gebroken stem als een zware odeur opdwarrelde uit een moeras van loodzware gitaren en machtig hamerende trommels en xylofoons. Het werd helemaal mooi toen de stroom uitviel en haar orkest gewoon bleef doorspelen, terwijl de nog driftig dansende Chiweshe met zaklantaarns werd beschenen. Naar dit soort momenten had het publiek uren gesnakt.

ICI in de afgelopen 12 maanden