Zwarte Piet listig verborgen in een fonds

Tot een jaar of vijfentwintig geleden had je bij een levensverzekeringmaatschappij een rustige baan voor het leven. Stille en een beetje saaie bedienden bevolkten de kantoren en het enige lawaai kwam van de afdeling Wiskunde waar ijverige mannen en vrouwen met handrekenmachines ratelend de premies berekenden. Meewarig keken ze naar de jongste bediende die worstelde met een bak vol ponskaarten voor de computer, die toen nog een halve verdieping van het gebouw innam. Wie zag daar nou wat in? Ruzie over een uitkering met een verzekerde kreeg je nooit, want hij leefde of hij was dood en een hogere macht gaf aan wie van het ene kamp over mocht naar het andere. Bijna geen enkele verzekeraar maakte propaganda voor zijn produkten, omdat alles op elkaar leek en evenveel kostte. Heren onder elkaar.

Tot op de cent berekenden de actuaris (de hoofdrekenmeester van de maatschappij) en zijn knechten van iedere verzekering, nauwkeurig welk deel van de premie voor de aparte pot, de wiskundige reserve, bestemd was. Uit die rijke bron vloeide, soms pas veertig jaar later, een pensioen of een kapitaal bij leven.

De maatschappij belegde de premies secuur in onroerend goed, onderhandse leningen aan bedrijven en instellingen, hypotheken en obligaties. En soms, om ook eens uit de band te springen, in een paar aandelen. De Reservisten mikten op een zuinig jaarrendement van rond de drie procent. De verplichtingen in de toekomst moesten immers voor honderd procent nagekomen worden zonder dat de maatschappij er zelf verlies op leed. Vandaar de naam levensverzekering. Een verzekerde wentelt zijn risico af op een gebouw vol degelijke mensen met sterke schouders en een helder hoofd, immuun voor de waan van de dag. Zo hoort het.

In de jaren tachtig, de tijd van de stilaan hogere aandelenkoersen, afgewisseld met krach(t)ige correcties in 1987 en 1989, hebben de maatschappijen, mede onder druk van de concurrentie, meer belegd in aandelen. Beoordeel je die belegging over de achterliggende tien jaren, dan levert dat fraaie rendementen op. Trek je de lijn (ten onrechte) door naar de toekomst, dan impliceert dat een lagere reserve en een kleiner deel van de premie voor de reservepot. Dus meer winst en-of een lagere premie (concurrentie!) voor de verzekerde. Een risicovolle ontwikkeling, want de koersen van aandelen (en andere vormen) zijn nauwelijks te voorspellen. En ook: uitspraken over verwachte rendementen over een periode van tien jaar en langer zijn niet serieus te nemen. Desondanks garanderen de maatschappijen nog steeds hun verplichtingen.

Is het niet makkelijker voor een verzekeraar om zijn klanten wel premie te laten betalen, maar de hoogte van de uitkering niet te garanderen? Dan hoef je ook niet zo te tobben over de premiereserve. Of nog mooier: je laat een verzekerde zelf aangeven waarin zijn reserve belegd wordt: aandelen, vastgoed, rentewaarden, deposito's, vreemde valuta of in van alles wat.

Op zo'n grandioos idee kan je als marketingman jaren teren. 'Maar Barend Bas', zal de directie nadenkend vragen, 'wie trapt daar nou in?' 'Geen probleem heren', zal BB gedecideerd zeggen, 'het gaat om de verpakking en die versier je met kleurige linten als fiscaal voordeel, bouwen aan een pensioen en dus aftrekbare premie, beleggen in deskundig beheerde fondsen, een uitkering bij overlijden en arbeidsongeschiktheid en een verwacht aantrekkelijk rendement op de betaalde premies. Dat zijn zoveel mooie bomen dat niemand het bos van de uitkering nog ziet. We zwijgen natuurlijk als het graf over de hoogte van het uit te keren bedrag aan het eind van de rit en geven geen garantie af. En we noemen het verzekeren + beleggen. Eigenlijk is dat verleggen, want we verleggen het risico van de maatschappij naar de verzekerde. Notuleert u die laatste zin liever niet.' De heren lachten, onder elkaar.

Verscheidene maatschappijen bieden dit soort levensverzekeringen (de premies gaan in een beleggingsfonds) aan en suggereren daarbij een gemiddeld rendement van elf of meer procent netto, dus na aftrek van beheers- en andere kosten. Eigenlijk mag je dit geen verzekering noemen, omdat de maatschappij geen zekerheid biedt tegenover de premiebetaling. Een bakker mag ook niet adverteren met zijn roomboterkoekjes als er alleen maar margarine inzit.

Daarom, veeleisende actieve mensen die graag invloed willen uitoefenen op de manier waarop uw pensioengelden worden belegd: hoedt u voor namaak. (wordt vervolgd)