VREDENBURGS THORA-VERTALING HERUITGEGEVEN

De Thora, met Nederlandse Vertaling en Verklaringen door Rabbijn J. Vredenburg 5 delen, totaal 1610 blz., heruitgegeven door het Nederlands-Israelietisch Kerkgenootschap in Amsterdam 5751-1991, f 145,- ISBN 90 71727 17 3

Het Nederlands-Israelietisch Kerkgenootschap heeft een herdruk uitgegeven van de slechts een keer, in 1899, gepubliceerde Pentateuch met de vertaling en verklaring van wijlen rabbijn J. Vredenburg. In de periode waarin het werk van Vredenburg voor het eerst verscheen, werden Nederlandse vertalingen steeds belangrijker. Onder invloed van de Verlichting was de joodse gemeenschap druk doende zich te integreren binnen de Nederlandse samenleving. Als gevolg hiervan was, naast talloze andere veranderingen binnen de joodse gemeenschap, het Jiddisch als taal aan het verdwijnen. Het Nederlands kwam daarvoor in de plaats. Ook binnen de synagoge en het godsdienstonderwijs ontstond daardoor de behoefte aan Nederlands-joodse religieuze literatuur.

Ondanks de toen al bijzondere waarde die aan het werk van Vredenburg werd toegekend is het altijd bij die ene uitgave gebleven. Gedurende vele jaren kon diegene die De Vijf Boeken Mozes uit het Hebreeuws wenste te vertalen, dan ook niet beschikken over dit bijna noodzakelijke standaardwerk. Daarin is dus nu verandering gebracht. In het, toch betrekkelijk kleine, Nederlandse taalgebied is nu voor een ieder de mogelijkheid ontstaan over drie gedegen 'joodse' bijbelvertalingen te beschikken. Deze heruitgave wordt namelijk beschouwd als een welkome aanvulling op de vertalingen van rabbijn A. S. Onderwijzer, oorspronkelijk uit 1895 en heruitgegeven in 1974, en van dr. Jitschak Dasberg uit 1971. Voor de Tweede Wereldoorlog beschikten de veel grotere Duitse en Engelse taalgebieden al wel over meer vertalingen.

BEPERKING

Voor diegene die de Thora direct uit het Hebreeuws wenst te begrijpen, is een goede vertaling van essentieel belang. Het vanuit het jodendom omgaan met de bijbeltekst laat echter zien dat een vertaling een beperking is van de feitelijke betekenis van het bijbelse woord. De Midrasj, de rabbijnse uitleggingen uit de na-bijbelse tijd, en de Talmoed, de nadere uitwerking van de mondelinge overleveringen uit de vierde tot de zesde eeuw, reiken met betrekking tot een of enkele bijbelwoorden veelal een veelvoud van betekenis en uitleg aan, veel meer dan in een enkelvoudige vertaling kan worden opgenomen. Een bijbelvertaling is in joods opzicht dan ook altijd 'slechts' een keuze. De veelvoud van vertaling en verklaring vanuit deze drie boekwerken geeft de mogelijkheid de joodse 'bijbelwaarheid' dichter te benaderen.

Nu bijna honderd jaar geleden formuleerde rabbijn Vredenburg zijn opdracht in het voorbericht van zijn vertaling: ''Ik meende mij niet tot een enkele vertaling te mogen beperken, maar in eene zoo beknopt mogelijke, maar toch de voornaamste vraagpunten behandelende verklaring alles te moeten bijvoegen, wat tot goed begrip van den tekst, van den samenhang en ook van de toepassing der gegeven voorschriften, als absoluut noodzakelijk moet worden beschouwd.'' Deze qua stijl en lengte inmiddels wat gedateerde volzin geeft duidelijk weer dat rabbijn Vredenburg zijn opdracht niet slechts als vertaler heeft opgevat, maar eveneens als verklaarder. Heel anders luidde de opdracht van het kerkgenootschap, gedurende de zestiger jaren van deze eeuw, aan dr. Jitschak Dasberg. Deze omschrijft in de inleiding zijn taak als volgt.

''Reeds jaren wordt er gevraagd naar een makkelijk leesbare vertaling, in modern Nederlands. Er is gebrek aan een dergelijk gebruiksvoorwerp. En met opzet bezig ik dit woord, omdat in het joodse leven dit boek met zowel de Hebreeuwse tekst als een goed leesbare vertaling een voorwerp is dat op velerlei manieren gebruikt wordt.'' Dasberg wilde een Thora in de 'taal van vandaag'. Hij wenste te breken met de usance van woordelijke omzettingen die gebaseerd waren op vroegere vertalingen. LEUGENAAR

Zijn verantwoording in het niet letterlijk vertalen vindt hij terug in een citaat uit een brief van de Middeleeuwse Spaans-Joodse schriftgeleerde en filosoof Maimonides, gericht aan diens Arabische vertaler Samuel Ibn Tibbon in het jaar 1199: ''Het is onmogelijk ieder woord uit het oorspronkelijk werk door een woord in de andere taal weer te geven, evenmin kan men zich slaafs houden aan de volgorde der woorden en zinsdelen.'' Ook citeert dr. Dasberg de Talmoed: ''Hij die een bijbelvers letterlijk, naar zijn uiterlijke vorm vertaalt, hij is een leugenaar.''

Dat er door deze toch wel heel uiteenlopende opvattingen van de vertalers twee volkomen verschillende vertalingen zijn verschenen, zal de lezer niet verbazen. Talloze plaatsen in de twee uitgaven illustreren dit dan ook. In Genesis 27, vers 4 geeft Izaak opdracht aan Esau om hem 'smakelijke spijzen' te brengen. Smakelijke spijzen althans volgens Vredenburg. Ongetwijfeld is deze vertaling van het Hebreeuwse 'Mate'amiem', gebaseerd op de stam van dit woord 'ta'am', dat 'smaak' betekent. Dr. Dasberg reikt ons een vertaling van 'Mate'amiem' aan die in eerste instantie erg populair en iets profaan aandoet, maar die vertalingstechnisch volledig tegemoet komt aan datgene wat hij in zijn opdracht voor ogen heeft gehouden. De 'smakelijke spijzen' heten in de Dasberg-vertaling 'een lekker hapje'. Hoewel de term 'lekker' in relatie tot eten binnen de context van Tenach, het Oude Testament, eigenlijk niet te vinden is, blijkt het hier duidelijk op zijn plaats te zijn. Want ook in het modern Hebreeuws staat het Nederlandse 'lekker' duidelijk in relatie tot het Hebreeuwse 'ta'am'. De relatie tussen 'lekker' en 'smaak' ligt eveneens in de Nederlandse taal vast. De betekenis van 'lekker' is 'aangenaam van smaak'.

Een minder duidelijk voorbeeld van onderscheid in vertaling is te vinden aan het einde van hetzelfde boek Genesis. In hoofdstuk 48, vers 2 wordt verteld dat Jozef zijn zieke vader Jakob (Israel) bezoekt. 'Wajitchazeek Jisraeel' wordt door rabbijn Vredenburg weergegeven met: ''Toen maakte Israel zich sterk en ging zitten op het bed''. Dit 'zich sterken' is gebaseerd op de Midrasj, de rabbijnse uitlegging uit de nabijbelse tijd, die vertelt dat Israel zich sterkt om Jozef, die behalve zijn zoon ook nog eens de onderkoning van Egypte is, op een waardige wijze te ontvangen.

Dr. Dasberg beperkt zich hier tot een ietwat eenvoudiger uitleg en houdt minder strak aan de letterlijke tekst vast. Hij vertaalt met: ''Hij spande zich in om in bed op te zitten.'' Een inspanning die menig zieke zich min of meer getroost om bezoek te ontvangen. De 'vrijheid' waarvan de vertaler zich hier bedient, blijkt overigens tevens uit het feit dat 'zich inspannen' ook in het modern Hebreeuws iets anders is dan 'zich sterken'. Er bestaat geen relatie met de stam van het woord 'chazak....sterk'. Daarvoor wordt een ander woord gebruikt. 'Hit ameets' betekent 'zich inspannen'.

Het Nederlands taalgebied is nog een bruikbare derde Thoravertaling rijk. Dat is De Nederlandsche Vertaling van den Pentateuch, van de hand van rabbijn A. S. Onderwijzer. Dit werk werd oorspronkelijk in 1895 uitgegeven door de Amsterdamse uitgeverij Van Creveld. In 1974 volgde, eveneens door het Nederlands-Israelietisch Kerkgenootschap, een heruitgave. In de Voorrede wordt 'innige dank' gebracht aan de ''Eerwaarde Heeren J. Vredenburg en E. Asscher die als correctoren, respectievelijk van de vertalingen en van de Hebreeuwse teksten ons onschatbare diensten hebben bewezen''.

SLANGEN

Uit deze dankbetuiging aan het adres van rabbijn Vredenburg blijkt diens betrokkenheid bij de uitgave van 'de Onderwijzer'. Dat is een interessant gegeven. Vier jaar later kwam namelijk 'de Vredenburg' uit. En het blijkt dat, ondanks het feit dat de twee vertalers nauw hebben samengewerkt bij het bewerken van een van de vertalingen, er toch twee verschillende werken tot stand zijn gekomen. Als willekeurig voorbeeld verwijs ik naar Leviticus 19, vers 26: ''Lo tenachasjoe welo te'oneenoe.'' In 'de Dasberg' vinden wij als vertaling: ''Hecht geen bijgelovige waarde aan het kronkelen van slangen en de loop van de wolken.'' Onderwijzer reikt een met Dasberg vergelijkbare vertaling aan: ''Gij zult nog met slangen, nog met wolken wichelarij plegen.'' Vredenburg verwijst in zijn toelichting op de Pentateuch naar de vertaling van Onderwijzer, maar vertaalt zelf als volgt.''Gij zult aan geene voorteekens, noch aan gunstige of ongunstige dagen hechten''. Vertaaltechnisch zijn natuurlijk beide een mogelijkheid. In het woord 'tenachasjoe' herkennen wij namelijk twee stamwoorden. Het een is 'Nachasj', slang. Het ander is 'Nicheesj', beschouwen, vermoeden, raden. De 'slang' wordt gehanteerd door 'de Onderwijzer'. 'De Vredenburg' gebruikt 'het vermoeden' als basis voor zijn vertaling met 'voorteken'.

Het woord 'te'oneenoe' heeft ook twee mogelijkheden. Het kan verwant zijn met 'Anan', wolk. Vandaar de vertaling van Onderwijzer. Een verwantschap kan ook bestaan met 'Ona', tijd. Vandaar de vertaling van Vredenburg. De Talmoed kent ten aanzien van de talloze interpretatie-mogelijkheden van de Thora de uitdrukking: ''Eeloe we'eeloe diwree Elokiem Chajim.'' Dit wil zoveel zeggen als: ''zowel de ene keus als de andere keus zijn de woorden van die Levende G'd.'' Iedere interpretatie die gegeven wordt aan het woord van de Thora, zolang zij maar niet in tegenspraak is met de bronnen in de Midrasj en de Talmoed, is een terechte verklaring of vertaling. Voor hen die de Thora, de Pentateuch, volgens oude joodse bronnen willen bestuderen, bestaat sinds kort opnieuw de mogelijkheid dit te doen met gebruikmaking van deze drie gezaghebbende vertalingen.