Vraag naar muntgeld vorig jaar onverwachts verdubbeld

ROTTERDAM, 3 AUG. “Heeft u er misschien vijftien cent bij?” Steeds vaker klinken dit soort zinnetjes uit de mond van caissieres. Reden: ze hebben een nijpend tekort aan munten. De schaarste is vorig jaar ontstaan, zo blijkt uit het deze week verschenen jaarverslag van 's Rijks Munt.

Ondanks het toenemend gebruik van 'plastic geld' (betaalpasjes) wordt er steeds meer contant betaald. Dit is slechts een schijnbare tegenstelling. Aanvankelijk werden steeds minder transacties contant afgehandeld door het ruime gebruik van girobetaalkaarten, betaalcheques en eurocheques. Wie bijvoorbeeld 31,85 gulden moest betalen, schreef veelal een cheque uit. Dit gemak werd door winkeliers en klanten zeer gewaardeerd. De banken waren er minder gelukkig mee. Het kostte hun alleen maar geld. Daarom besloten ze eind 1987 de kosten door te berekenen aan de klanten. Het gevolg laat zich raden: hun clienten neigden ertoe minder met cheques te betalen.

De introductie van geldautomaten heeft deze tendens versterkt. Het aantal geldautomaten is vorig jaar verdubbeld. Het gebruik van eurocheques is door beide ontwikkelingen vorig jaar gehalveerd, aldus 's Rijks Muntmeester C. van Draanen. Het gevolg was dat 's Rijks Munt zich zag geconfronteerd met een verdubbeling van de vraag naar muntgeld. In plaats van 100 miljoen munten nam de markt er in 1990 200 miljoen op.

Van Draanen: “Als ieder van de tien miljoen geldgebruikers tien munten meer op zak heeft heb je al 100 miljoen munten extra nodig”. Aan die vraag kon dankzij de voorraden van De Nederlandsche Bank en de PTT Centraalkantoren ternauwernood worden voldaan. De Munt alleen had het niet gered, want daar probeerde men om de kosten te drukken juist de voorraden grondstoffen te minimaliseren. Vroeger was het normaal dat men voor een jaarproduktie metaal in huis had. De huidige voorraad dekt een maand of twee.

Voor Van Draanen betekent dit dat hij nauwkeuriger moet voorspellen hoeveel munten van welke soort er nodig zijn. Daarvoor doet hij net als andere produktiebedrijven aan marktonderzoek: “Ik heb bijvoorbeeld regelmatig contact met Albert Heijn en de automatenindustrie. Het is voor ons heel belangrijk te weten welke muntjes zij bij een pakje shag plakken. Tegenwoordig krijg ik dat drie maanden van tevoren door”. Verandering van de prijs van een pakje sigaretten of een strippenkaart leidt tot grote mutaties in de muntvraag.

's Rijks Muntmeester verwacht dat de toename in de vraag naar muntgeld een tijdelijke zaak is en geen trend wordt. Maar als de NMB Postbank voor het gebruik van girobetaalkaarten eveeens kosten in rekening gaat brengen en als het gebruik van betaalpasjes in winkels en bij benzinepompen geld gaat kosten, zal de vraag naar contant geld nog aanzienlijk toenemen, voorspelt Van Draanen.