VOORUITGANG

Het enthousiasme, Kants kritiek op de geschiedenis door Jean-Franois Lyotard 127 blz., Kok-Agora 1991 f 22,50 ISBN 90 242 7604 7

De afgelopen drie eeuwen werd de geschiedenis van de wijsbegeerte gekenmerkt door een ongebreideld geloof in de vooruitgang. Comte, Marx en Lenin, om maar enkele toonaangevende denkers uit deze periode te noemen, waren er allen rotsvast van overtuigd dat er betere tijden zouden aanbreken. Tegenwoordig zijn we, onder andere sinds het debacle dat het communisme bleek te zijn, wat voorzichtiger geworden met al te optimistische toekomstverwachtingen, en zijn de filosofen - politiek gesproken - weer realisten geworden. Betekent deze wending in het denken echter ook dat het geloof in de vooruitgang onmogelijk is geworden? Deze vraag staat centraal in het onlangs vertaalde boek van de Franse filosoof Jean-Franois Lyotard, Het enthousiasme, Kants kritiek op de geschiedenis.

Lyotard is een vertegenwoordiger van het zogenaamde postmodernisme, een filosofische en culturele stroming die sinds begin jaren tachtig van zich laat horen. Het postmodernisme is onder andere bekend geworden door zijnrationaliteitskritiek, waarmee het politieke ideologieen, zoals het communisme, bekritiseert. Het sterke geloof in de rede en vooruitgang heeft monsterlijke ideologieen (communisme, nazisme) voortgebracht, zo luidt de diagnose van de postmodernisten. Lyotard schreef hierover in eerder vertaalde boeken, bijvoorbeeld Het postmoderne weten.

Veel filosofen, zoals de Duitser Jurgen Habermas, hebben de postmodernistische kritiek op de rede genterpreteerd als een definitief afscheid van de rede en als een faillietverklaring van de filosofie zelf. In Het enthousiasme laat Lyotard zien dat dit niet het geval is. Het boek - het verscheen in Frankrijk in 1986 - is te beschouwen als hartstochtelijke verdediging van de rede door onder andere voor elk foutief gebruik van de rede te waarschuwen. Waar het volgens Lyotard bij veel theorieen aan schort, is een kritische houding tegenover de aanspraken van de eigen theorie. Zonder enige kritische reflexie wordt er bijvoorbeeld in de meeste politieke doctrines vastgesteld dat de geschiedenis volgens een bepaalde wetmatigheid verloopt. Volgens Lyotard is een dergelijke stellingname onhoudbaar. De geschiedenis toont zich aan ons immers maar ten dele, we kennen slechts brokstukken van de geschiedenis en in de toekomst kijken kunnen we al helemaal niet. Elke politieke theorie die wel een bepaalde voorspelling doet aangaande de loop van de geschiedenis berust op een illusie op cognitief gebied en dat wordt, aldus Lyotard, nogal eens vergeten.

Lyotard pleit voor een kritisch omgaan met de rede, waarin de vaststelling dat men de rede op verschillende manieren kan gebruiken, niet mag ontbreken. Zo wordt er bijvoorbeeld in de ethiek iets uitgedrukt dat moreel wenselijk is. Dat is van een heel andere orde dan een beschrijvende zin als 'de zon schijnt' of een esthetische oordeel als 'dat schilderij is mooi'. Het is volgens Lyotard zaak dat elke uitspraak of beoordeling binnen haar eigen domein blijft, en niet de pretentie heeft daarbuiten iets te beschrijven. Een morele uitspraak zegt immers niets over de feitelijke stand van zaken en moet ook niet pretenderen dat te doen. Een beschrijvende zin zegt niets over de moraal of schoonheid van een bepaald object of van een bepaalde gebeurtenis.

Alleen een kritisch gebruik van de rede kan volgens Lyotard ervoor zorgen dat een ongewenste verwarring en onterechte claims van bepaalde uitspraken of theorieen een halt wordt toegeroepen. Juist dit kritische gebruik van de rede en het besef dat er verschillende vormen van de rationaliteit bestaan, zou, aldus Lyotard, wel eens een teken van de vooruitgang kunnen zijn. Het levert ons een criterium om elke ideologie of theorie te beoordelen en te ontmaskeren als mocht blijken dat ze een kwalijke inhoud bevat.

Echt origineel kan men Lyotards ideeen niet noemen. Hij baseert zich voor het grootste deel op de Duitse filosoof Immanuel Kant, die in zijn zogenaamde derde kritiek: Kritik der Urteilskraft ,Lyotard op veel punten voorging, zoals in zijn pleidooi voor een kritisch gebruik van de rede. Het belang van het boek schuilt echter niet in zijn originaliteit, maar in het feit dat Lyotard met Het enthousiasme, Kants kritiek op de geschiedenis naar buiten treedt als een filosoof die op de eerste plaats recht wil doen aan de rede, sterker nog - met het oog op de toekomst - zelfs vertrouwen heeft in de rede. Voor menig criticaster van het postmodernisme zal deze vaststelling wellicht een schok zijn.