Status van vredesmacht in Joegoslavie onzeker

DEN HAAG, 3 AUG. Afgezien van de kwestie of het sturen van militairen naar Joegoslavie wenselijk en uitvoerbaar is, rijst de vraag onder welke vlag zo'n 'vredesmacht' zou moeten opereren. Nu de Europese Gemeenschap haar schroom tegenover een gewapende aanwezigheid in het probleemgebied lijkt te verliezen, moeten juristen in de verschillende hoofdsteden de vraag misschien al binnenkort beantwoorden. En daarmee zullen ze het nog moeilijk krijgen, verwacht volkenrechtdeskundige dr. R.C.R Siekmann, die is gepromoveerd op de juridische aspecten van vredesmachten.

Met het sturen van waarnemers en straks misschien een vredesmacht lijken de EG-ministers in de Joegoslavische crisis succesvolle modellen van de Verenigde Naties over te nemen, signaleert Siekmann, maar de voornaamste overeenkomst is vooralsnog het gebruikte jargon. De waarnemersgroepen die de VN bijvoorbeeld op de grens van Iran en Irak hebben geposteerd, bestaan uit geoefende militairen die actief patrouillerend in het veld een bestand tussen beide partijen controleren. De waarnemers van de EG zijn hoofdzakelijk goedwillende ambtenaren, en in het gebied dat zij moeten observeren is het vuren nog lang niet gestaakt. Het maandag in Brussel genomen besluit om de Europese waarnemers ook in Kroatie te laten opereren, waar Serviers en Kroaten nog dagelijks slaagsraken, heeft volgens Siekmann in de praktijk dan ook weinig betekenis. Ze zullen niets kunnen uitrichten.

Nu het schieten doorgaat en de vraag rijst of er iets kan worden gedaan om de strijdende partijen fysiek uit elkaar te houden, dringt een ander VN-voorbeeld zich op: de vredesmacht die op verzoek van de regering de orde komt handhaven, zoals UNIFIL in Libanon. Daar moet de wettige regering - en dat is nog steeds het intern verdeelde staatspresidium - dan wel om vragen.

In theorie, zo schetst Siekmann, zou Belgrado een verzoek bij de EG-trojka kunnen indienen. De EG heeft nog geen gemeenschappelijk veiligheids- en defensiebeleid, al praten de Twaalf daar in hun onderhandelingen over een Europese Politieke Unie wel over, maar zij zou het verzoek kunnen doorspelen aan de WEU, de organisatie waarin negen van de twaalf EG-landen op defensiegebied samenwerken. De WEU is een bondgenootschap dat primair dient ter verdediging van de leden tegen aanvallen van buiten, maar zij zou als alle leden het daarmee eens zijn, haar takenpakket kunnen uitbreiden. Secretaris-generaal Van Eekelen lijkt al op een telefoontje te wachten. Maar eerst zou wel het CVSE-secretariaat in Praag moeten worden gebeld.

Pag. 5

EG kan zich desnoods ook opdringen

De EG is haar bemiddelingspoging immers begonnen op verzoek van de CVSE, die ook Joegoslavie onder haar leden telt. Prominent lid van de CVSE is de Sovjet-Unie, dus de Westeuropeanen moeten nog afwachten of zij toestemming krijgen de Oosteuropese brandhaard te blussen. Zo niet, dan kan de WEU desnoods zonder de CVSE verdergaan, zegt Siekmann, want de wettige regering van een souverein land heeft haar om bijstand gevraagd.

De instemming van andere feitelijke machten dan de regering, zoals in Joegoslavie de regeringen van de deelrepublieken Kroatie en Slovenie en meer zelfstandig operende milities, is volgens Siekmann wel gewenst maar niet noodzakelijk. Als er een mandaat van de wettige regering ligt om de vrede te bewaren, kan tegenstand die de uitvoering van dat mandaat hindert uit de weg worden geruimd.

Maar dit is de theorie. De feitelijke situatie zoals die op dit moment nog is, dat wel vanuit het opstandige Kroatie om “blauwhelmen” wordt geroepen maar niet vanuit Belgrado, rechtvaardigt het sturen van een vredesmacht niet. Nu toch optreden zou een “dwangactie” betekenen, naar het model van de geallieerde coalitie tegen Irak.

De enige instelling die tot zo'n actie tegen de zin van de betrokken regering in kan besluiten, is de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties. Hoofdstuk 7 van het VN-handvest machtigt daartoe als de internationale vrede en veiligheid wordt bedreigd. Of van zo'n bedreiging sprake is mag de Veiligheidsraad zelf beoordelen. Maar de VN heeft zich tot nu toe niet met het interne conflict van Joegoslavie bemoeit. Gezien het vetorecht van de Sovjet-Unie en de gelijkenis tussen de aspiraties van Slovenie en Kroatie en de Baltische republieken zal dat waarschijnlijk ook zo blijven, denkt Siekmann. En interventie van de CVSE, de EG, de WEU of de NAVO zonder toestemming van de federale regering zou onwettig zijn.

Als het bloedvergieten doorgaat en het staatspresidium verdeeld en machteloos blijft en niet om interventie vraagt, bestaat de kans dat de EG de strijdende partijen uiteindelijk zelf zal vragen een vredesmacht te tolereren, zegt Siekmann. Dit zou volkenrechtelijk nog wel te verantwoorden zijn, denkt hij, “maar we raken nu echt aan het speculeren.”