Serviers in Banie tot voor kort pro-Kroatisch; Als Tudjman vrede wil moet hij met alle Servische leiders praten

LJUBLJANA, 3 AUG. Dat Knin in de elfde eeuw de hoofdstad van het Kroatische koninkrijk was hoort men in Zagreb liever niet. Knin en de elf Servische gemeenten die zich een jaar geleden organiseerden in de 'Autonome Regio Krajina' zijn nu de 'rotte plek' op de kaart van Kroatie dat zich 25 juni zelfstandig heeft verklaard.

Erger: de Serviers in Knin zijn erin geslaagd een algemene opstand van de Serviers in Kroatie op touw te zetten. Met behulp van het federale leger en dank zij financiele steun van de Serviers in het buitenland en de politieke en morele steun van de Servische president, Slobodan Milosevic, controleren zij nu veertig procent van het Kroatische grondgebied. Zij zijn er dit weekeinde in geslaagd de Kroatische Nationale Garde een nederlaag toe te brengen en hebben een groot deel van Banie bezet, een regio op nog geen vijftig kilometer van de Kroatische hoofdstad Zagreb.

De Kroatische president, Franjo Tudjman, toonde zich maandag verrast door de opstand van de Serviers in Banie. En niet zonder reden. De Serviers in deze streek midden in Kroatie golden als de meest geassimileerde en 'pro-Kroatische' van alle Serviers in de republiek. Bij de volkstelling in 1981 zei een groot deel van hen 'Joegoslaaf' te zijn, wat in de context van de altijd aanwezige etnische spanningen zoveel betekent als 'ik weet het niet precies of ik een Kroat of Servier ben'. Hun informele leider, Boro Mikolic, veroordeelde aanvankelijk het radicalisme van de Serviers in Krajina.

Maar als gevolg van grof optreden van de Kroatische politie in Banie hebben de Serviers in deze regio nu de kant van Krajina gekozen. In Banie regeert nu 'kapitan Dragan' met zijn goed getrainde legertje van zo'n driehonderd man. Kapitein Dragan - Dragan Vasiljevic - heeft in het Franse Vreemdelingenlegioen gediend en werkte als militaire instructeur voor verscheidene regeringen in Afrika en Zuid-Amerika. Door Kroaten wordt hij gevreesd om zijn meedogenloze strijdmethoden. In Banie gebruikten zijn mensen dit weekeinde vrouwen en kinderen als levende schilden en bewerkten zij de lijken van Kroatische gardisten met messen en bajonetten. Hun brute optreden heeft duizenden Kroaten op de vlucht gedreven.

De Kroatische Nationale Garde en de Serviers hebben de afgelopen weken voornamelijk gevochten in Slavonie, de regio in het oosten van Kroatie. De Serviers vormen in Slavonie slechts achttien procent van de bevolking. Zelfs in de gemeenten die grenzen aan Servie vormen zij geen meerderheid. In Osijek maken de Serviers maar twintig, en in Vukovar niet meer dan 38 procent van de bevolking uit. In Slavonie hebben de Serviers een eigen politieke organisatie opgebouwd, die wordt geleid door Zoran Hadzic. Hij was nog in maart, toen alle contacten met de Serviers in Knin al waren verbroken, met president Tudjman een vreedzame regeling van het Kroatisch-Servische conflict overeengekomen. Nu zegt hij dat de gewapende aanvallen van leden van de Kroatische regeringspartij HDZ op hun dorpen de aanleiding zijn geweest voor de escalatie van de conflicten in Slavonie. “In de gemeenteraden werden onze vertegenwoordigers door de Kroaten monddood gemaakt en door een racistisch personeelsbeleid hebben veel Serviers hun baan verloren,” aldus Hadzic. De veldslag in het in de gemeente Vukovar gelegen dorp Borovo Selo, waar in mei twaalf Kroatische politiemannen om het leven kwamen, maakte in Slavonie definitief een einde aan de dialoog tussen de Kroaten en Serviers.

Bij de gevechten in Borovo Selo waren voor het eerst vrijwilligers uit Servie betrokken, aanhangers van de extreem-nationalistische Vojislav Seselj. Slavonie is de afgelopen maanden regelmatig bezocht door Servische politici die daarbij de etnische tegenstellingen verder hebben aangewakkerd. Dat wil niet zeggen dat de gevechten met de Kroatische Nationale Garde voornamelijk worden gevoerd door Cetnici uit Servie, zoals men in Zagreb beweert. Officieren van de Garde bevestigen dat de vrijwilligers uit Servie slechts een bijrol spelen in de gevechten. Anders is het met het federale leger dat in de etnische gemengde gebieden nadrukkelijk aanwezig is. Alleen al in de veertien gemeenten van Banie en Slavonie heeft het leger meer dan tienduizend soldaten ingezet. Zij beschikken over 180 tanks en 430 pantservoetuigen. Het leger zegt zelf dat het slechts in de etnisch gemengde gebieden aanwezig is om etnische conflicten te voorkomen. Een feit is echter dat de etnische conflicten alleen nog maar zijn toegenomen sinds het leger in mei van het staatspresidium de opdracht kreeg de controle over deze gebieden van de Kroatische regering over te nemen. Het leger heeft geen enkele moeite gedaan de Servische militie te ontwapenen, hoewel het daartoe wel bevel had gekregen. Het federale leger komt vaak pas opdagen wanneer de Servische militie door de Kroatische eenheden in het nauw worden gedreven. Het vormt dan een buffer tussen de strijdende partijen en richt vervolgens de lopen van haar tanks in de richting van de Kroatische Nationale Garde. Ook raakt het leger steeds vaker direct bij de gevechten betrokken. Zo bombardeerde het vorige week een school in het aan de Servische grens gelegen dorp Erdut en namen vliegtuigen van de luchtmacht het centrum van Osijek onder vuur.

Het Servische offensief van de laatste weken heeft president Tudjman en de regerende HDZ gedwongen zich ernstig te bezinnen op hun politieke strategie ten opzichte van de Serviers.

De Serviers zijn met succes uit het staatsapparaat, de directiekamers en de politiebureaus gewerkt, maar de prijs is hoog. Tudjman is nu de controle over een groot deel van Kroatie kwijt en er woedt een bloedige burgeroorlog voor de poorten van Zagreb. Tudjman lijkt nu alles in het werk te stellen een dialoog met de Serviers op gang te brengen. De dinsdag door de HDZ georganiseerde bijeenkomst van meer dan dertig politieke partijen en de bijeenkomst, gisteren, met de oppositie waarop de rechtspositie van 'de Serviers en de andere etnische minderheden' werden besproken, zijn daarvan een onderdeel.

Of de dialoog er ook komt, is de vraag. De twee bijeenkomsten werden geboycot door de Servische Democratische Partij (SDS), die onder de Serviers de meeste invloed heeft. Tudjman weigert zelf te spreken met SDS-leider Milan Babic. Tegen Babic loopt nog steeds een arrestatiebevel, uitgevaardigd toen in mei een gewapende opstand dreigde. En Tudjman kan moeilijk om Babic heen, omdat andere Servische leiders maar weinig invloed hebben op de SDS-achterban. Een van hen, Milan Djukic, is zelfs uit die partij gegooid toen hij in het openbaar verklaarde dat Tudjman en de HDZ de legitieme vertegenwoordigers van Kroatie zijn. Als dank voor de verleende diensten kreeg hij een hoge functie op het ministerie van binnenlandse zaken. De tweede, Jovan Raskovic, is weliswaar nog officieel de voorzitter van de SDS, maar hij is door Babic wegens zijn gematigde opstelling in het Kroatisch-Servische conflict op een zijspoor gerangeerd. Het ziet er dus naar uit dat als Tudjman blijft weigeren met Babic en Hadzic te praten, een vreedzame oplossing van het Kroatisch-Servische conflict uiterst moeilijk of zelfs onbereikbaar zal zijn.