SANTPOORT

Santpoort. Twee dorpen in de schaduw van Brederode door Joke van der Aar en Siebe Rolle 232 blz., gell., Schuyt & Co. 1991, (f) 55,- ISBN 90 6097 288 0

Twee auteurs hebben getekend voor een beschrijving van het dorp Santpoort, gelegen aan de duinvoet nabij de plek waar 'Holland op zijn smalst' was, en behorend tot de gemeente Velsen. Van der Aar is kunsthistorica en vaste adviseur van de monumentencommissie van de gemeente Velsen; Rolle is directeur van het Gemeentearchief daar, en in die hoedanigheid een van de zeven leden van diezelfde monumentencommissie.

In hun beschrijving grasduinen ze in de algemene geschiedenis en wel zo dat keer op keer een rol voor Santpoort in die historie is weggelegd. Zo maakte het kasteel Brederode deel uit van de sterkten die de Hollandse graven in de dertiende eeuw gebruikten om West-Friesland te onderwerpen. Bovendien behoorde Santpoort tot de dorpen in de schaduw van Haarlem waar vanaf de late zestiende eeuw blekerijen waren gevestigd - de 'Haarlemse Bleek' was vermaard tot in het buitenland. Grootschalige zandwinning ten behoeve van de grote steden, de zogenaamde zanderij, was er toen eveneens van belang. In dezelfde tijd werden bovendien de eerste buitenplaatsen gesticht langs Hollands binnenduinrand, waaronder natuurlijk enige in en rond Santpoort. Tweemaal figureerde het dorp zelfs in de wereldgeschiedenis: Rene Descartes woonde en werkte er van 1637-1640 en in 1884 vertoefde keizerin 'Sissi' van Oostenrijk er enige tijd.

Veel aandacht is er in het werk voor de bebouwingsgeschiedenis van Santpoort. De beide kernen, Santpoort-Noord en Santpoort-Zuid, ruimtelijk nog steeds enigszins gescheiden, ontwikkelden zich hoofdzakelijk 'lineair', langs een oeroude noord-zuidgerichte weg. Door de opname van reprodukties van authentieke kaarten en acht schematische kaartjes is de ruimtelijke ontwikkeling van de beide kernen tot in de vorige eeuw goed te volgen. Helaas is verzuimd de 'echte' topografische kaart (1 : 25.000) af te beelden. Was het niet mogelijk details van enkele opeenvolgende edities (1870-heden) van deze informatieve kaart op te nemen? Aspecten van het fysisch-geografisch milieu en van de ruimtelijke structuur van dorp en omgeving hadden dan veel beter met elkaar in verband kunnen worden gebracht.

Voor het tweede deel van het boek zijn alle lanen en straten van het dorp bewandeld en is - zo lijkt het - alles wat ouder is dan vijftig jaar genventariseerd en gefotografeerd. Hierbij zijn de auteurs helaas weinig kritisch geweest, en hebben zij de ondergrens van wat nog het vermelden waard is, meer dan eens overschreden. Van de genventariseerde negentiende-entwintigste-eeuwse objecten zouden er heel wat bij het MIP (Monumenten Inventarisatie Project voor architectuur en stedebouw van 1850-1940) geen schijn van kans hebben gehad, eenvoudig omdat van hun oorspronkelijke kwaliteiten te weinig bewaard is gebleven. Het hoofdstuk 'Inventarisatie' is voor een groot deel niet meer dan een ruwe verkenning; des te merkwaardiger is het dat de geregistreerde rijksmonumenten binnen Santpoort hier hun weinig prominente plaats kregen.

Voor het hoofdstuk 'Monumentenbeschrijvingen' zijn de criteria gelukkig flink aangescherpt; de erin opgenomen Santpoortse artefacten zijn door de monumentencommissie voorgedragen voor bescherming door de gemeente. Maar op deze plaats wreekt zich dat de rijksmonumenten elders in het werk zo karig zijn bedeeld: de voorgedragen gebouwen hebben zeker architectonische kwaliteit op lokaal niveau maar datgene waarnaar de interesse in de eerste plaats uitgaat en wat de ondertitel belooft: - 'monumentale waarden' - blijft onderbelicht. Aan een in chaletstijl gebouwd landhuis van J. D. Zocher jr., daterend uit de jaren dertig van de vorige eeuw (rijksmonument) worden zestien regels besteed, en aan een tuinhek voor het chalet - uit ongeveer 1910, waarvan ook nog de belangrijkste onderdelen zijn gesloopt - nota bene een hele pagina. Doen zich hier de gevolgen voelen van de nieuwe Monumentenwet, die decentralisatie van het monumententenbeheer beoogt?

Het is jammer dat de Monumentenbeschrijvingen een weergave zijn gebleven van ambtelijke computeruitdraaien, inclusief standaardformuleringen. Dit manco wordt versterkt door het ontbreken van een termen- en begrippenlijst. Zonder verklaring lijken woorden als kombof, velling, kraalschot en afzaat ontsproten aan het brein van Marten Toonder.

Al met al is Santpoort geen slecht werk, maar wel een boek met enkele structuele onvolkomenheden terwijl de taal van het gemeentehuis vermeden had moeten worden. Voor een publiek van genteresseerden in lokale geschiedenis is er desondanks heel wat verrassends in het boek te vinden. De plaatsing van Santpoort tegen een achtergrond van de 'grote geschiedenis' maakt het werk ook toegankelijk voor een breder publiek.