Rap en off shore

Ik ga alles met alles in verband brengen en overal schande van spreken: maar eerst een kleine verhandeling.

Over de meeste onderwerpen is wel een geschiedenis geschreven, maar, verwonderlijk, niet over het ergeren. De oorzaken van het ergeren, de frequentie, wie zich waaraan ergert, om welke redenen precies de jeugd aan de ouderen en omgekeerd: er is genoeg documentatiemateriaal over, het valt allemaal op te schrijven en te interpreteren en op die manier ontstaat vanzelf een wetenschap van het ergeren - desnoods met hulpwetenschappen over de psychosomatische bijverschijnselen - en als je het maar lang genoeg volhoudt, kun je op den duur het ene tijdvak met het andere vergelijken. Dan heb je eigenlijk al een geschiedenis van het ergeren. Het is een gebrek dat die wetenschap nog niet bestaat, want weinig kleinigheden zijn zo tekenend voor een bepaalde tijd als het ergeren.

Om nog even verder te verhandelen: wat is ergeren eigenlijk? Een vorm van verweer tegen een ongewenst verschijnsel, met dien verstande dat de energie zich naar binnen ontlaadt. Het is dus een ondoelmatig verweer: niet de oorzaak van het ongewenste verschijnsel wordt getroffen maar het slachtoffer, en dat bent u zelf. Er is een ergernisgever en een ergernisnemer. De wet van de ergernis is dat laatstgenoemde altijd aan het kortste eind trekt. De ergernisnemer, dit beseffend, wordt daardoor het slachtoffer van nog meer ergernis waarvan hij zelf de gever is. Hieruit blijkt dat ergernis niet alleen ondoelmatig is maar ook nog zelfgenererend. 't Is een uniek mechanisme: zelfgenererende ondoelmatigheid. Het einde is dan ook een toestand van volstrekte machteloosheid.

Het tegenovergestelde van ergernis is de actieve zelfverdediging. Men treft niet in geluidloze machteloosheid zichzelf; men slaat erop. De ergernisgevers hebben een collectieve naam, ze heten Erop. Wie Erop slaat, heeft zijn energie doelmatig naar buiten gericht; wie er een gewoonte van maakt dat niet te doen - tja, die kan wel de indruk wekken een 'aardig', een 'zachtmoedig mens' te zijn, maar van binnen is hij een wrak.

Weet u hoe een ouderwetse naderende luchtaanval klinkt of heeft iemand die het zelf nog heeft gehoord, u dat weleens op z'n praatstoel verteld? Ik lag aan het strand met m'n gezicht naar het zand, en plotseling dacht ik: er komt een luchtaanval. Natuurlijk, in zo'n geval weet je wel dat het niet waar is. Het is het activeren van het geheugen door een zintuig. Meestal wordt de neus of het oor getroffen; de dichter, onbewust op zoek naar het verloren verleden, profiteert ervan. Dit was het verre koor van honderden motoren.

Zoveel waren het er niet; misschien een stuk of tien. Het waren de motoren van off shore raceboten, de nieuwste, zich snel uitbreidende pest van de zee. Dan waren er wat motoren van geringer kracht, die van de speedboten, en ten slotte vijf of zes waterscooters.

Het eerste off shore kreng heb ik een jaar of tien geleden gezien in de haven van Bay Shore, Long Island. Een mooie constructie, moet ik zeggen, genspireerd op de haai. Het is een lang schip met een geleidelijk voorover neigende neus die eindigt in de punt waar de vlijmscherpe, elegant gewelfde boeg begint. In het midden van de achterste helft is de cockpit. Dit exemplaar had twee Volvomotoren en een bemanning van drie koppen, gerekruteerd uit - schatte ik toen - het bordeelwezen van Rio de Janeiro. Geolied haar en verder in het wit; goede voorbeelden van typecasting. De motoren werden gestart. Een zwaar hoesten, gevolgd door het sonore dreunduet van de Volvo's. Een meter of tien ging het kalm aan, toen werd er vol gas gegeven en de off shore 'spoot' weg, d.w.z. hij spoot een fontein schuimend water op, de andere havengebruikers geterroriseerd en het publiek op de kade in afgunstige bewondering achterlatend. De terreur van de een is de bewondering van de ander, zegt het spreekwoord.

Het heeft niet lang geduurd of de off shores waren de oceaan overgestoken. De eerste lagen in de haven van St. Tropez. Daar in de buurt werden ook de eerste opzienbarende ongelukken veroorzaakt. Een roeibootje werd overvaren, een baadster tot gehakt vermalen. De dader werd achterhaald en was verbaasd dat hij dit op zijn geweten had. Je merkt weinig in die dingen behalve jezelf. Toen hadden die bovenwaterhaaien natuurlijk radicaal verboden moeten worden, net als in Frankrijk de hasj; maar dit jaar liggen er alleen in dit haventje, ik schat: vijftig vervaarlijk beschilderde off shores. Bij elkaar in het gelid maken ze de indruk van een oorlogsvloot. Als de helft op zee is, en u ligt aan het strand, denkt u dat er een luchtaanval op handen is.

Dan de waterscooters. Daar heb ik vorig jaar een stukje over geschreven nadat ik er een had geprobeerd omdat ik er niet van beschuldigd wilde worden, als een boze mopperaar die niet weet waarover hij het heeft aan wal te zijn gebleven. Vijf minuten is het leuk en daarna stomvervelend; dat weet ik dus uit eigen ervaring. En je hoeft er niet op te hebben gezeten en gestaan (want dat is het mooist) om te weten dat ze stinken en dat de stank bijna even ver draagt als het geluid. Je zwemt. Ondanks alles is de atmosfeer boven zee nog altijd frisser dan boven land. Opeens raak je met je hoofd in een stankwolk. Aan wal merk je daar niets meer van; in zee weet je weer hoe walgelijk het is. Het is jammer want als je een meter of honderd uit de kust staat de watertrappen of je ligt je op te blazen, alleen om drijvend te blijven, en het strand is een streep waarvan een gedempt, vredig gekakel opstijgt, dan kun je soms opeens volkomen met je bestaan verzoend zijn. Zo'n wolk uitlaatgas bederft dat.

Heelhuids bereikte ik de kust. Naast me was een clubje jonge mensen gaan zitten. Aah! Jonge mensen! Die het hele leven nog voor zich hebben! Met dit prachtige weer! Was het niet allemaal even prachtig? Nee, ze hadden een radio bij zich en daaruit kwam een rap song. Wat de off shore raceboot voor de zee is, en de waterscooter voor de kust, is de rap song voor de ether. In Amerika is er nu een, ik geloof dat hij Mind a lunatic heet, waarin een verkrachting met moord wordt bezongen; die is verboden.

De sterkste, of de meest kapitaalkrachtige van het clubje, of allebei, ging een Kawasaki-jetski huren en begon te rauzen. Later zie je hem in een off shore, en als hij niet oppast en het vermalen van zwemmers blijft bij de wet verboden, dan komt hij nog later achter de tralies. Dat hoop ik.

U zat zich daar op het strand zeker wel groen en geel te ergeren, zal de lezer vragen. Nee. Ik dacht aan dit stukje. Ik dacht dat er ook een verhandeling kan worden geschreven over het modernste genieten, en dat genot en ergernis complementaire ervaringen zijn, maar niet in dezelfde persoon verenigd.

Eigenlijk, dacht ik, worden we belaagd door een sluipend fascisme dat als genieten vermomd is. Moet het begrip oorlogsmisdaad niet verruimd worden? Uitgebreid tot het dagelijks leven in deze tijd van ongekende wereldvrede? Ik erger me niet, ik kan me verdedigen door een stukje in de krant te schrijven. Maar u?