Ralf Dahrendorf over het ontstaan van een Europese onderklasse; De desintegratie van onze morele gemeenschap

Na de val van De Muur zijn veel Oost-Europeanen naar het Westen getrokken. Maar West-Europa heeft niet alleen met vluchtelingen uit het Oosten te maken, verwacht wordt dat er ook meer nieuwe immigranten uit het Zuiden zullen komen. Immigratie - legaal en illegaal - staat aan de top van de Europese politieke agenda. Een deel van de migranten komt goed terecht. Anderen redden het niet en voegen zich bij de groeiende groep die buiten de maatschappij staat: de onderklasse. Ze leven in woonblokken waar ze mikpunt van intolerantie worden en in een spiraal van geweld verwikkeld raken.

Dit is het eerste deel van een serie artikelen over zulke getto's in West-Europa. Een gesprek met de Britse socioloog Ralf Dahrendorf over de falende welvaartsstaat die tolereert dat een onderklasse is ontstaan. 'Een samenleving die accepteert dat een grote groep buiten spel staat, brengt zichzelf in gevaar.'

'Het racisme in West-Europa zal toenemen. Dat komt omdat grote groepen mensen het vertrouwen in hun eigen sociale positie hebben verloren. Dus geven ze anderen de schuld. Allerlei zekerheden vallen weg. Veel mensen voelen zich onveilig. Dat is het recept voor geweld.''

Pessimistisch? Hij noemt zich liever 'realistisch'. Ralf Dahrendorf (62) is een internationalist, een wereldburger die in New York, Californie, Parijs, Zwitserland, Vancouver en Londen heeft gewoond. Sinds enkele jaren is hij rector van het St. Anthony's College in Oxford.

Dahrendorf groeide op in Duitsland. Hij werd in Hamburg geboren als zoon van een sociaal-democratisch politicus, studeerde filosofie en klassieke talen in Hamburg en sociologie in Londen. In de jaren zestig zat hij voor de liberale Freie Demokratische Partei (FDP) in de Bondsdag en in 1969 werd hij parlementair staatssecretaris op het ministerie van buitenlandse zaken.De links-radicale Rudi Dutschke vond hem 'een vakidioot in de politiek'. Dahrendorf antwoordde: 'Jij bent een vakidioot in het protest'.

Vanaf 1970 tot 1974 was hij Europees Commissaris in Brussel. Daarna werd Dahrendorf directeur van de gerenommeerde London School of Economics, wat hij tien jaar deed. Na een kort hoogleraarschap in het Duitse Konstanz keerde hij terug naar Engeland. Hij voelde zich geen Duitser meer en werd Brits staatsburger.

Sir Ralf, zoals hij op het college genoemd wordt, is in Groot-Brittannie een spraakmakende persoonlijkheid. Hij houdt lezingen, schrijft artikelen en als Gorbatsjov na afloop van de economisch top van de Groep van Zeven op Downing Street 10 te eten wordt gevraagd, zit Dahrendorf met zijn Russische echtgenote aan bij de lunch.

De Britse wetenschapper heeft veel boeken geschreven: Society and Democracy in Germany, The Modern Social Conflict en Reflections on the Revolution in Europe. Zijn bekendste werk is Class and Class Conflict in Industrial Society over het klassenconflict en sociale verandering. Telkens trekt hij ten strijde tegen de verabsolutering van de economische groei en tegen de verouderde opvatting dat alleen arbeid adelt. Hij hekelt de uit zijn voegen gebarsten verzorgingsstaat en pleit voor versterking van burgerrechten voor immigranten en voor de onderklasse. ''Wie zei ook alweer dat er geen agenda voor verandering meer is?'', vroeg hij eerder dit jaar tijdens een lezing voor de Utrechtse universiteit.

De agenda van Dahrendorf is overvol. ''Het is vreemd. Sinds de val van De Muur wordt de nationale staat vaarwel gezegd. Sommigen willen een groter Europa; anderen willen zich afscheiden en keren terug naar het tribalisme, de identiteit van de primitieve stam. Maar in de heterogene natie-staat leefden verschillende etnische groepen naast elkaar. Er was respect voor de ander. Blij zijn met een onafhankelijk Slovenie en tegelijk de Afrikanen haten waarmee je in een land woont, is erg gevaarlijk. Dat zijn ingredienten voor bruut geweld. Het leidt tot racisme en tot vormen van fascisme. Je ziet het in Joegoslavie, in het oosten van Duitsland.

''Ik ben er niet zo zeker van of de nationale staat moet worden afgezworen'', zegt Dahrendorf. Hij is geen aanhanger van nationale onafhankelijkheid voor allerlei splintergroeperingen in Europa. ''Welke garanties zijn er dat een onafhankelijk Kroatie zich niet opnieuw tot een fascistische staat zal ontpoppen? Ik ben er niet gerust op. En Europa? Dat zou wel eens een kostbare vergissing kunnen zijn; een duistere illusie die velen zich maken.''

Door de desintegratie van de Sovjet-Unie en de economische problemen in Oost-Europa zal het westen van Europa meer immigranten kunnen verwachten. Een massale uittocht van tientallen miljoenen ziet Dahrendorf evenwel niet plaatsvinden. ''Velen zijn bang om te verhuizen. Dat merk je nu al. Ze blijven liever thuis in armoede of werken tijdelijk in het Westen zoals de Polen doen. Maar de immigratie naar West-Europa zal zeker stijgen en voor nieuwe moeilijkheden zorgen.''Onnodige mensen

Herinneringen aan Albanezen die hun land wilden verlaten en de Westduitse ambassade bestormden liggen nog vers in het geheugen. De laatste weken proberen duizenden Roemenen de Neisse over te steken naar Duitsland. Dit zijn alleen nog maar de spectaculaire gevallen. Vorig jaar groeide de bevolking van de EG met 1,6 miljoen inwoners (vijf procent) tot 345 miljoen. Bijna twee derde van deze groei is het gevolg van migratie, zo blijkt uit cijfers van het EG-bureau voor de statistiek.

West-Europa krijgt niet alleen met vluchtelingen uit het Oosten te maken. Verwacht wordt dat er ook nieuwe migranten van het Zuiden naar het Noorden zullen vertrekken; gedreven door gebrek aan werk, gebrek aan grond en gebrek aan water. Immigratie naar West-Europa - legaal en illegaal - staat met al zijn ongewenste bagage van racisme en nationalisme bovenaan de politieke agenda. De traditionele Westeuropese open-deur-politiek is niet meer te handhaven. Frankrijk heeft aangekondigd dat het honderdduizenden illegalen naar hun thuisland zal terugsturen.

In tal van Westeuropese landen worden scholen, wooncomplexen en buurten 'overgenomen' door immigranten. Wijken waar veel buitenlanders wonen zijn het doelwit geworden van xenofobie en racistisch geweld. In steden als Liverpool, Marseille en Berlijn zijn natuurlijke getto's ontstaan van immigranten en autochtone bewoners die weinig te besteden hebben. De buurten zijn niet altijd verloederd. Maar achter die burgerlijke gevels met aangeharkte tuintjes gaan de uitzichtloosheid, de drugs, de werkloosheid en de gebroken gezinnen schuil.

''Het zijn niet alleen immigranten'', zegt Dahrendorf. ''Een deel van hen doet het heel goed, neem de Aziaten in Engeland. Maar anderen, uit de Caraben bijvoorbeeld, redden het niet en komen aan de zelfkant van de maatschappij terecht. Ze voegen zich bij de groeiende groep die buiten de maatschappij staat, de onderklasse.

''De enorme fixatie op economische groei heeft ervoor gezorgd dat er niet alleen in Amerika, maar ook in West-Europa een groep van drop-outs is ontstaan'', zegt de Britse wetenschapper. ''Een onderklasse van langdurig werklozen die is afgesloten van de arbeidsmarkt en van het sociale leven. Het is geen echte klasse, want deze mensen zijn niet georganiseerd. In de politiek hoor je ook niets van ze. Een van de kenmerken is juist dat de leden van de onderklasse niet nodig zijn. De economie kan perfect functioneren zonder dat deze mensen een baan hebben.''

Verspilling

Dahrendorf noemt het ontstaan van een onderklasse een van de grote zwakheden van de welvaartsstaat. ''De verzorgingsstaat was een grote verworvenheid maar ze had belangrijke tekortkomingen. Er is een soort nanny-staat ontstaan die zogenaamd alles regelt. Voor kinderen, voor leraren. Maar niet voor mensen die geen baan meer hebben.

''Er vindt een enorme verspilling plaats: van mensen en van geld. In Engeland is er voor elke werknemer in de gezondheidszorg een ambtenaar bezig. Dat is verkeerd. De bureaucratie is ongelofelijk. De Weberiaanse nachtmerrie van een alles verstikkend ambtenarenapparaat is uitgekomen. Er is een drastische verandering nodig. In een aantal landen is dat proces in de jaren tachtig al begonnen. Nederland is laat. De economische omstandigheden zijn nu veel slechter. Maatregelen komen veel harder aan en zullen meer verzet oproepen.''

Volgens Dahrendorf waren de jaren tachtig in West-Europa jaren van economische groei, afbraak van sociale voorzieningen en belastingverlaging. Voor vrienden van de vrijheid was het een prachtige tijd: zij houden van verandering, innovatie, ondernemerschap. Maar dit is slechts de helft van het verhaal over menselijke levenskansen. In veel Europese landen is de werkloosheid gegroeid. Zeker 17 miljoen mensen hebben geen baan en dat cijfer stijgt. In de jaren negentig is het volgens Dahrendorf noodzakelijk de aandacht te verschuiven van groei naar een herformulering van burgerrechten.

Dahrendorf: ''Ik ontken niet dat economische groei nodig is. Maar het is nu belangrijk dat de opbrengst van de groei wordt verdeeld. Welvaart verspreidt zich niet vanzelf. Dat zie je in de Derde Wereld. Iedereen roept: als wij groeien, profiteren de arme landen daar ook van. Maar het gebeurt niet. De behendigheid van mensen om hun eigen welvaart te beschermen is oneindig. Dat zie je vooral in de Verenigde Staten en Groot-Brittannie.

''We doen alsof we geloven in burgerrechten voor iedereen zoals het gelijke recht op participatie, een minimale levensstandaard, deelname aan de arbeidsmarkt, kiesrecht. En toch tolereren we dat vijf tot tien procent van de bevolking niet echt aan het leven deelneemt. Deze mensen voelen zich niet gebonden aan bepaalde normen waarin wij geloven. De aanwezigheid van een onderklasse legt de oneerlijkheid bloot van onze officiele waarden.''

De meerderheid moet een hoge prijs betalen nu ze zich afwendt van hen die niet in staat zijn een plaats in de maatschappij te veroveren, meent Dahrendorf. ''Een samenleving die accepteert dat er voortdurend een groep is die buitenspel staat brengt zichzelf in gevaar. De onderklasse zal niet in opstand komen, want ze is niet georganiseerd. Maar de grootste bedreiging is de desintegratie van onze morele gemeenschap. De uitholling van normen en waarden is allang begonnen.

Onzekerheid

''Mensen kampen met een gebrek aan richting. Allerlei sociale structuren verkeren in een staat van ontbinding. Het klassensysteem is verdwenen en het socialistische stelsel is in elkaar gezakt. Toen er nog klassen waren was het duidelijk waar je bij hoorde. Iedereen had zijn eigen belangen. Politieke partijen waren traditioneel gelieerd aan sociale klassen. Dat is nu niet meer het geval. Partijen vertegenwoordigen geen sterke sociale stromingen meer. Dat is een van de problemen waar de politiek mee worstelt.

''Veel mensen raken gedesorienteerd en dat leidt tot anomie'', zegt Dahrendorf en verwijst naar Emile Durkheim; de Franse socioloog bedoelde met anomie de onzekerheid die ontstaat zodra normen als gevolg van politieke of economische crises veranderen. Mensen worden bang, hun sociale positie komt niet meer overeen met de waarden van de maatschappij. Frustraties lopen zo hoog op dat zelfmoord voor velen de enige mogelijkheid is om te ontsnappen.

''Het geweld kan zich ook tegen anderen richten'', zegt Dahrendorf en hij wijst op de hoge criminaliteitscijfers: almaar meer moorden, verkrachtingen en gewelddadige roofovervallen. In Amerika en West-Europa zijn de signalen van onzekerheid onmiskenbaar.

Van de andere kant constateert Dahrendorf dat het vertrouwen van de samenleving in zijn eigen regels vermindert. Regels worden niet nageleefd. De meerderheid trekt grenzen waar ze niet getrokken moeten worden. ''Dat leidt tot agressief gedrag tegenover buitenlanders.'' De houding tegenover minderheden is volgens de Britse socioloog een toetssteen hoe landen met hun burgerrechten omgaan. De vluchteling is doorgaans het eerste slachtoffer van intolerantie in een naar homogeniteit strevende samenleving.

''Alleen een maatschappij die de basisaanspraken van al haar burgers respecteert - waar die burgers ook vandaan komen en welke religieuze of culturele gewoonten ze ook hebben - kan zich burgerlijk en beschaafd noemen.''

De gewelddadige uitspattingen van de onderklasse zijn een groot risico voor de samenleving, meent Dahrendorf. De uitholling van sociale waarden levert steeds meer law-and-order problemen op, die een uitnodiging zijn voor hard optreden. ''Een toestand van onzekerheid kan nooit eeuwig duren'', meent de Brit. Het speelt de ordehandhavers in de kaart. ''Het grote risico van anomie is tirannie, in welke vorm dan ook. Dat zou tot de vorming van een politiestaat kunnen leiden.''

Daarmee wordt het hart van het liberalisme bedreigd, de vrijheid. De Franse politieke filosoof De Tocqueville had een vooruitziende blik toen hij in 1831 de gevaren van de welvaartsstaat beschreef: ''Een volk dat van zijn regering niets meer vraagt dan het handhaven van de openbare orde is in laatste instantie tot slavernij vervallen. Het is al slaaf van zijn welvaart. Nu kan de man opstaan die het zijn boeien aanlegt.''

Zover mag het niet komen, meent Dahrendorf. Er moet een herziening komen van de burgerrechten. Hij is een warm voorstander van een open samenleving: ''We kunnen terugkeren naar de stam, maar als we menselijk willen blijven moeten we vooruit in de burgermaatschappij.''

Basisinkomen

De Britse socioloog bepleit een ingrijpende herziening van de welvaartsstaat waarbij er zo min mogelijk gebruik wordt gemaakt van overheidsmaatregelen. Garanties voor een basisinkomen verdienen de voorkeur boven allerlei subsidies zoals kinderbijslag, bijstandsprogramma's en huursubsidies. ''We hebben een sociaal zekerheidsstelsel, maar dat leidt tot tal van paradoxen. Het streven om uitkeringen aan te passen aan speciale omstandigheden van mensen is een heel dure manier om belastingen weer aan de belastingbetaler terug te betalen. Bovendien is de overdracht van uitkeringen aan de bevolking kostbaar gezien het bureaucratische apparaat dat ervoor nodig is. Een basisinkomen lost dit op.''

Het begrip arbeid is volgens hem aan herziening toe. ''De rol van werk zal in het leven van meer mensen minder belangrijk worden. Er zijn minder banen dan arbeidskrachten en door het produktieproces kunnen minder mensen de welvaart genereren. De werkweek is al korter dan tien jaar geleden, onderwijs duurt langer en pensionering gebeurt op jongere leeftijd.''

Zelfs de legendarische arbeidsethos van Westduitsers blijkt een mythe, zo blijkt uit een recent EG-onderzoek. Werkte de gemiddelde werknemer in West-Duitsland in 1960 nog 40 uur, nu is dat nog maar 29 uur. Zijn Amerikaanse collega werkt 35 uur per week en in Japan is dat 42 uur. Slechts 14,6 procent van de Westduitsers werkt meer dan 46 uur per week. Dahrendorf wil toe naar een maatschappij van activiteiten in plaats van een maatschappij waarin uitsluitend betaalde arbeid wordt gewaardeerd. ''Er is volop werk te verrichten in de sociale dienstverlening op basis van vrijwilligheid, vooral in de gezondheidszorg. Verregaande veranderingen zijn noodzakelijk willen we ook de onderklasse een fatsoenlijk leven garanderen.''

''Dat mijn programma weinig populair bij de politiek zal zijn? Tja, regeringen vinden het moeilijk een beleid te voeren dat tegen de gevestigde belangen ingaat. Ik verwacht niet veel van politieke partijen. Ook niet van de sociaal-democraten. Die hebben hun limiet bereikt. Ze hebben hun programma afgewerkt en nu weten ze het niet meer. Ik heb mijn hoop gevestigd op minderheden die nadenken. We kunnen verliezen. Maar we mogen niet opgeven.''