Raad voor Kunst: 18 tweede-fase kunstopleidingen

ROTTERDAM, 3 AUG. De Raad voor de Kunst wil dat er in Nederland achttien tweede fase-opleidingen komen in het beeldende kunst-, theater- en filmonderwijs. Dit blijkt uit een advies van de Raad aan minister Ritzen van onderwijs.

Vijftien hogescholen hebben in totaal ruim tachtig voorstellen voor zo'n tweede fase-opleiding ingediend. Voor de tweede fase is jaarlijks tien miljoen gulden beschikbaar.

Ritzen vroeg de Raad voor de Kunst begin 1990 advies over de lokatie van de tweede fase-opleidingen in deze drie sectoren van het kunstonderwijs. Daar werd vorig jaar de twee-fasenstructuur ingevoerd toen het de opleidingen niet mogelijk bleek zelf orde op zaken te stellen. Was dat wel gebeurd dan zou, zo neemt de Raad aan, een vijfjarige eerste fase-opleiding mogelijk zijn geweest in plaats van de vierjarige waartoe nu is besloten.

De Raad hekelt het weinig professionele karakter van de meeste kunstopleidingen. Volgens hem mag worden verwacht dat zij “gestructureerd weten om te gaan met de inhoud en presentatie van een curriculum, in termen van ingangseisen, selectiecriteria en dergelijke”. Hij trof echter nogal wat aanvragen bij de post die niet meer waren dan “summier aangeduide, nauwelijks uitgewerkte ideeen”.

In zijn advies aan de minister heeft de Raad behalve naar de verwachte kwaliteit, vooral ook gekeken naar de mate waarin de “verdieping van het eigen kunstenaarschap” van de student tot zijn recht komt. Hij heeft aan die opleidingen prioriteit gegeven boven die waarin het accent ligt op ambachtelijkheid, technische vaardigheden of onderzoek. De Raad geeft er de voorkeur aan dat op den duur de tweede fase-opleidingen worden gecombineerd met werkplaatsen van WVC. In twee gevallen wil hij op het terrein van de beeldende kunst nu al de opleiding in zo'n werkplaats onderbrengen: in Haarlem (Atelier '63) en Amsterdam (Rijksakademie).

Daarnaast biedt het kunstonderwijs in Enschede volgens de Raad voldoende kwaliteit voor een tweede fase-opleiding in de beeldende kunst. Op het gebied van de grafische vormgeving moeten er tweede fase-opleidingen komen in Breda en Amsterdam; op het terrein van de modevormgeving in Arnhem; op het gebied van de interieurarchitectuur in Eindhoven en Rotterdam; fotografie in Breda; industriele vormgeving in Eindhoven; cumputer-graphics in Groningen; vrije vormgeving en filmonderwijs in Amsterdam. Als de hogeschool daar eerst aan een groot aantal voorwaarden voldoet kan in Amsterdam (“hoofdstad, met een gunstig cultureel klimaat”) voor het theateronderwijs een tweede fase-opleiding komen.