Politiek conflict doet Izvestia langzaam sterven

MOSKOU, 3 AUG. Dat hier de beste krant van de Sovjet-Unie gemaakt moet worden, is al na vijf minuten onbegrijpelijk. Het gebouw van de Izvestia op de hoek van de Tverskajastraat en het Poesjkinplein ademt niet bepaald veel journalistieke ambitie uit. Een 'grote redactiezaal', waar deze krant met een oplage van bijna vijf miljoen exemplaren per dag onder veel geroep en gepalaver in elkaar wordt gezet, is er niet. Iedere redacteur heeft zijn eigen kamertje op een van die eindeloos lange gangen. De ooit zo belangrijke commentatoren, zoals buitenland-man Aleksandr Bovin die zich heeft omgeven met portretjes van oud-partijleider Joeri Andropov en nog meer pin-ups, bivakkeren vele verdiepingen hoger. Bijna nergens zijn typemachines te vinden. Zelfs in de kamer van de adjunct-hoofdredacteur staat er geen. Het enige dat daar herinnert aan het feit dat we op een krant vertoeven, zijn de acht klokken aan de muur die aangeven wanneer de verschillende pagina's moeten sluiten. Elke dag om drie uur 's middags komt een bode met de proeven binnen. Plichtmatig parafeert de adjunct ze. Slechts in de telexkamer is er leven.

Het is op meer Russische kranten zoals bij de Izvestia. Maar bij deze avondkrant begint het gebrek aan journalistieke opwinding dramatische vormen aan te nemen. De Izvestia is langzaam aan het sterven. De oorzaak: een zich voortslepend conflict tussen de uitgever (het parlement van de Sovjet-Unie) en de vierhonderd journalisten. De eerste beschikt over de hoofdredacteur. De laatsten hebben de meerderheid op de redactie en weten zich vertegenwoordigd door de adjunct. Bijna elke morgen om kwart over negen vliegen beide kampen elkaar tijdens de ochtendvergadering in de 'ovale zaal' in de haren. Niemand vertrouwt elkaar meer. Woorden als “leugens” en “allemaal roddels” hebben een vertrouwde plaats ingenomen in het onderlinge discours. Politieke meningsverschillen en persoonlijke conflicten lopen steeds vaker door elkaar heen.

Het is aan de krant te merken. De kolommen beginnen iets plichtmatigs en traags te krijgen. Zelfs een toch niet al te hachelijk onderwerp als de top van de G-7 in Londen werd zo behandeld. De hoofdredacteur wilde de berichtgeving volledig controleren. De redactie weigerde dat. En dus gebeurde er bijna niets dat de obligate berichtgeving te boven ging.

Het geschil begon ruim een jaar geleden. Hoofdredacteur Ivan Laptev werd vice-voorzitter van de Opperste Sovjet en moest zijn journalistieke baan eraan geven. Als opvolger stelde Laptev adjunct-hoofdredacteur Igor Golembiovski voor, de man die het vertrouwen genoot van de redactie. Maar het parlementspresidium onder leiding van Anatali Loekjanov besloot in meerderheid anders. Het liet zijn keus vallen op Nikolaj Efimov, de sous-chef van de ideologische afdeling van het Centraal Comite die eerder bij het partij-orgaan Pravda had gewerkt. Efimov was een goede bekende van Loekjanov (in een vorig leven personeelschef van de partij en dus bekend met alle dossiers) en Vadim Medvedev, toen derde man in het politburo en als zodanig verantwoordelijk voor het ideologische verkeer in de partij.

Pag. 4:

Een krant 'met katoen om de stukken'

Sindsdien sluimerende conflict barstte deze winter in volle hevigheid los. Golembiovski was na de militaire acties in Vilnius en Riga januari een van de ondertekenaars van een open brief in het weekblad Moskovskije Novosti waarin de regering in Moskou een “misdadig regime” werd genoemd. Voor Efimov aanleiding om onverwijld zijn vertrouwen in hem op te zeggen. Hij bood Golembiovksi het correspondentschap in Madrid aan. De adjunct weigerde. Efimov liep naar Loekjanov. Een interventie van het presidium moest uitkomst bieden. Het gesprek op diens kamer in het Kremlin draaide uit op een knallende ruzie. Efimov werd met een hartinfarct naar het ziekenhuis afgevoerd. Hij knapte echter op en keerde op de krant terug.

Niemand is vanaf dat moment nog in staat of bereid geweest het conflict open te breken. De redactie dreigt nu al maanden met stakingen. Die is nog niet uitgeroepen. Er wordt nu permanent langzaamaan gedaan. Loekjanov en Efimov hebben het er evenmin bij laten zitten. Een paar maanden na het incident in het Kremlin hebben ze ook Izvestia's weekeditie Nedelja gedisciplineerd door daar eveneens een geestverwant als hoofdredacteur neer te zetten.

Van de ambities van de meerderheid der redactie onder leiding van Igor Golembiovski komt nu dus niets terecht. “De krant werkt thans maar op dertig procent van zijn niveau”, aldus de adjunct. “En het zal nog erger worden. Het gaat heel snel. De redactie is apatisch aan het worden.”

Golembiovski: “Onze journalistieke traditie is natuurlijk anders dan in het Westen. We hebben geleerd om via de censor te werken. Daarom wordt er in onze kranten zoveel katoen om de stukken heen gewoven. Dat zie je in dit gebouw. Dat is neergezet in de jaren zestig toen elk artikel nog door vier of vijf mensen moest worden getekend voordat het kon verschijnen. Bovendien denken veel journalisten hier dat je beter kunt nadenken en schrijven als je rustig alleen zit. Onze journalistiek is namelijk altijd heel literair geweest. Een artikel wordt beoordeeld op zijn literaire kwaliteit en minder op de directe inhoud. Ook voor de revolutie had de democratische Russische pers veel meer belangstelling voor het menselijke, voor de geestelijke waarden, dan voor de droge gebeurtenissen. Dostojevski, Nekrasov en Herzen waren in eerste instantie journalisten. Wij zijn een produkt van die opvoeding. Bij de jeugd, bijvoorbeeld die jonge journalisten van Kommersant (een economisch weekblad waarvan een Franse uitgever onlangs voor vier miljoen dollar veertig procent heeft aangekocht), zie je dat nu veranderen. Wij willen van die enigszins archasche krant ook een eigentijdse blad maken. Nu hebben we daar echter gewoon de kans niet voor.”

Het snijdt diep, juist omdat de Izvestia zich altijd de “liberale kwaliteitskrant” heeft gewaand die alleen in de laatste jaren van Brezjnev diep is weggezakt. Golembiovski: “Je zou hoe dan ook een kwaliteitskrant kunnen maken voor anderhalf a twee miljoen mensen. Niet voor het lompenproletariaat maar voor de hogere sociale lagen die genteresseerd zijn in politiek en niet in geklets. Maar als Efimov zo doorgaat eindigt hij met een krant van honderdduizend exemplaren die alleen door Loekjanov worden gelezen”.

Waarom probeert Loekjanov via zijn maatje Efimov de Izvestia op deze manier terug in haar hok te jagen? Golembiovski is daar stellig over. Het is vooral het belang van Loekjanov persoonlijk dat hiermee is gediend. “Je moet het natuurlijk niet te primitief bekijken. Maar hij komt nu eenmaal uit het Centraal Comite en wil als parlementsvoorzitter greep houden op een grote en sterke krant. Juist nu Gorbatsjov wat opschuift, verdedigt Loekjanov de status-quo van het huidige parlement. Want als er straks, als gevolg van een nieuw unieverdrag, verkiezingen zullen worden gehouden voor een nieuwe volksvertegenwoordiging heeft hij geen kans. Dat is het einde van zijn politieke carriere.”

Loekjanov is volgens Golembiovski dan ook de man die het verzet van de Opperste Sovjet tegen de nieuwe coalitie tussen Gorbatsjv, Jeltsin en de andere republikeinse leiders aanvuurt. “Openlijk heeft het parlement het unieverdrag gesteund. Maar achter de coulissen praten ze heel anders. Daar gaan ze gewoon door met hun intriges.” Ook Loekjanov: “Alleen, hij is verstandig man en hij heeft zijn eigen mensen die hij als marionetten kan bedienen.”

Volgens Golembiovski is er nauwelijks nog een uitweg. Hijzelf zal nooit hoofdredacteur kunnen worden zolang Loekjanov de dienst in de Opperste Sovjet uitmaakt. “Ik ben een gevaar voor de oude garde. Die denkt dat ik een extreem-linkse krant wil maken.” Loekjanovs plaatsvervanger Laptev, die het als enige van het presidium steeds heeft opgenomen voor zijn oude krant, heeft daarom bij wijze van compromis voorgesteld dat hij terug gaat naar het Poesjkinplein. Maar ook dat idee is door Loekjanov afgewezen.

“Niemand kan nu winnen. We zitten in een patstelling”, aldus Golimbiovski. “Alleen als straks het nieuwe unieverdrag wordt getekend en er dus ook een nieuw parlement zal worden gekozen, zou er wel eens een nieuwe situatie kunnen ontstaan”. Dan zullen er wellicht mogelijkheden zijn voor de redactie om zichzelf uit te kopen via een aandelen-emissie en een fraai juridische redactiestatuut.

Maar eigenlijk heeft Golimbiovski het al opgegeven. Hij is onlangs in ieder geval door oud-minister van buitenlandse zaken Edoeard Sjevardnadze en ex-politbureau'er Aleksandr Jakovlev benaderd om de krant te gaan maken die hun 'beweging voor democratische hervorming' straks wil gaan uitgeven. Golimbiovski heeft daar wel oren naar. Er is echter een serieus probleem. Die krant komt er pas als er kapitaal is. Tientallen miljoenen roebels zijn er nodig en, nog erger, zeker twee miljoen dollar. En dat is er niet.