Parkdorp voor poeiermeiden

Nirwana aan de Vecht, een park met arbeiderswoningen van de Heeren C.J. van Houten en Zoon, tot 15 september in het stadhuis van Weesp. Open: di t-m vr van 9.30-12.30, za van 14.00-17.00

De cacaopoederfabriek Van Houten wilde aan het einde van de vorige eeuw een arbeidersdorp stichten. Van dit tot voor kort onzichtbare project kan men dank zij een kleine tentoonstelling in het stadhuis van Weesp nu toch kennis nemen. In een publiciteitsfilm uit 1931 zien we Afrikaanse negers elk twee zware zakken cacaobonen sjouwen, terwijl bij het lossen van diezelfde zakken in Nederland twee arbeiders samen een zak tilden. Daar zal zich in 1931 niemand het hoofd over hebben gebroken, want vroeg of laat was Van Houten goed voor iedereen. In 1897 was er voor hoger personeel een pensioenregeling ingesteld die tien jaar later voor alle werknemers gold. Toen Anna van Houten en Geert van Mesdag in 1915 hun vijfentwintigjarig huwelijk vierden, kreeg elk personeelslid een doosje waarin heel toepasselijk evenzoveel zilveren guldens waren gestoken als het jubilerende paar gelukkige jaren had doorgebracht.

De in Amsterdam gevestigde Coen van Houten maakte vanaf 1815 poederchocolade. Er kwam pas echt schot in de zaak toen Van Houten rond 1850 in Weesp een failliet verklaarde fabriek met stoommachine kocht en een paar jaar later het kwetsbare glas als verpakkingsmiddel voor zijn cacao werd vervangen door blik. De aanwezigheid van Van Houten-cacao op de wereldtentoonstellingen van Amsterdam (1887), Parijs (1889) en Chicago (1893) droeg ook bij aan het succes. Met het oog op de grote exportplannen had zoon Casparus zich zelfs in Engeland gevestigd.

Van Houten begon zich als een modelfabriek met goede arbeidsvoorwaarden en een belangenvereniging van patroons en personeel te ontpoppen. Voor nieuwerwetse vakbonden die het eenzijdige belang van arbeiders dienden, was bij de directie weinig begrip. Net zo min als voor katholieken. En dat meisjes ontslag namen op straffe van ontslag op het moment dat ze trouwden, zou zelfs meer dan een halve eeuw later voor het grootste deel van het Nederlandse bedrijfsleven een vanzelfsprekende zaak zijn.

Als gevolg van een in 1890 ingevoerde wettelijke arbeidstijdbeperking voor meisjes, maakte de 'poeiermeiden' van Van Houten kennis met het begrip vrije tijd. Reden voor Anna van Houten om een huishoudcursus op te zetten. Volgens de brochure bij de tentoonstelling, waarmee Van Melle poogt jolig 'uit de cacaobus te komen', was de fabrieksgemeenschap bij Van Houten “als een gezin waarin vader (de directie) zich van zijn verantwoordelijkheid bewust was en daarin geen tegenspraak duldde.”

Vanuit deze verantwoordelijkheid werden in 1897 enkele tuinarchitecten uitgenodigd om mee te dingen naar een besloten prijsvraag “betreffende het ontwerpen van een park met arbeiderswoningen enz. op een terrein landerijen in de gemeente Weespercaspel ongeveer 46 hect.” De Enschedese textielfabriqueur Helmig van Heek had in 1837 al een rijtje woningen voor zijn arbeiders laten bouwen. Vanaf 1917 zou Philips een uitgewerkt plan voor de huisvesting van eigen werknemers ten uitvoer brengen, het 'Philipsdorp'. Maar van een parkdorp zoals Van Houten dat in zijn hoofd had, waren er nog maar twee in Nederland: het in 1884 gebouwde Agnetapark in Delft van de gist- en spiritusfabrikant J.C. van Marken en het Snouck van Loosenpark in Enkhuizen.

Er waren ook buitenlandse voorbeelden, waarvan het bekendste Port Sunlight is. Zeepfabrikant Lever, die ooit zei dat “de hoogste vorm van verlicht eigenbelang met zich meebracht, dat wij het belang en de welvaart van allen behartigen die met ons werken”, liet zeshonderd woningen, een bibliotheek, een museum en enkele andere gebouwen met collectieve functies optrekken. Dit alles kwam voort uit een samenraapsel van ideeen die socialisten, kunstenaars en andere idealisten over de wereld hadden die paradoxalerwijs via fabrikanten doordrongen tot de arbeiders waarvoor ze bedoeld waren.

De Van Houten-directie eiste dat de poeiermeiden in Weesp woonden. Dat deze verplichting tot de allerergste verpaupering leidde die vroeg of laat ook de cacaopoederfabriek zou schaden, mag blijken uit een verslag van de omstandigheden in een pand van de burgemeester van Weesp waar logementhouder Adriaan van Zelst poeiermeiden in de kost had: “Zeer oud gebouw, slechte kap, muren uitgeweken, lekkage, ongedierte.” De 57 woningen op de Herensingel van de huisjesmelker F. Drees uit Amsterdam zullen er niet beter aan toe zijn geweest.

Er kwamen vijf inzendingen op de prijsvraag binnen, zoals gebruikelijk onder motto. Alleen van het winnende plan weten we de geestelijk vader: Hugo Poortman, particulier secretaris van graaf Bentinck in Overijssel. Hij noemde zijn inzending Nirwana. Zijn plan voorzag onder meer in een grote vijver met eiland voorzien van rotspartijen, een kerk en 550 huizen in de Engelse Cottage Style. In zijn toelichting permitteerde hij zich enkele kritische opmerkingen. Zo vond hij het maar niks om de woningen van employes en arbeiders naast elkaar te plannen, zoals de prijsvraagregels voorschreven. En misschien had hij daarin gelijk want in het Agnetapark had Van Marken zijn villa midden tussen de arbeidershuizen laten bouwen. En wat gebeurde er? De huizen rondom de directeur bleven leeg omdat de arbeiders zich niet vrij voelden als ze naast de directeur woonden.

Van Houten diende het Poortmanplan in bij de bevoegde instanties. De polderbestuurders maakten bezwaar omdat het grootste deel van het polderwater door Nirwana zou moeten stromen om het gemaal te bereiken. En hoeveel rioolvocht en ander huisvuil zou er tijdens die passage niet in het water terechtkomen? Bovendien kwam de gemeente Weesp een toezegging om voor een waterleiding te zorgen niet na. Deze tegenslagen waren voor enkele directieleden (waarschijnlijk opgestookt door Geert van Mesdag) die toch al niet zo warm liepen voor het dorp 'de druppel die de emmer deed overlopen'. De vijf parkdorpplannen verdwenen in het bedrijfsarchief en zouden mooi in Italo Calvino's boek De onzichtbare steden hebben gepast, waarin steeds een unieke stad gepresenteerd wordt: het welzijn van de arbeiders door, voor en met Van Houten.

Foto:

Ontwerp voor 'Nirwana' van Hugo Poortman, particulier secretaris van graaf Bentinck