Meneer Frits is nooit echt met pensioen gegaan

Zesentachtig jaar en nog steeds vol ambities om de wereld te verbeteren. Voor dr.ir. Frits Philips, de laatste nog levende Philips die een stempel heeft gedrukt op het elektronicaconcern, zijn leven en bedrijf een. Het pensioen kwam, de achternaam bleef

Een slanke man met wit haar snelt licht voorovergebogen over het parkeerterrein van het Philips-hoofdkantoor in Eindhoven. Het is vrijdagmiddag. Nog een delicate, zakelijke bespreking scheidt hem van zijn weekeinde. Hij heeft haast: hij had zijn vrouw nog zo beloofd vroeg thuis te zijn.

De 86-jarige Frits Philips manoeuvreert even later zijn Volvo 300 Variomatic behoedzaam naar de slagboom. Zijn gedachten zijn bij de Philips-boomgaard. De bongerd hoort er al bij sinds vader Anton in de crisisjaren van de jaren twintig de fruitteelt omarmde om zijn fabrieksarbeiders aan het werk te houden. Vlak voor het weekeinde heeft Frits Philips nog een afspraak met zijn pachter.

Al twintig jaar draagt Philips geen verantwoordelijkheid meer voor het concern. Toch puilt zijn agenda uit. Een excursie naar Minneapolis, een ontvangst bij de Amerikaanse onderminister van economische zaken en een reis naar Polen zijn nog maar net achter de rug. Een conferentie in Zwitserland ligt in het verschiet. Tussen de reizen door drijft een nooit aflatende stroom correspondentie Frits Philips dagelijks naar zijn kantoor op de twaalfde verdieping van een van de Philips-kantoorflats.

Eigenlijk is dr. ir. F.J. Philips nooit echt met pensioen gegaan. In 1971 droeg hij de dagelijkse leiding van het concern over aan zijn opvolger Van Riemsdijk. Tot 1976 bleef hij aan als president-commissaris. Sindsdien gaat hij door het leven - zo zegt hijzelf - als “de oude baas”.

Voor de laatste nog levende Philips die een stempel heeft gedrukt op het concern, zijn leven en bedrijf een. Dat is altijd zo geweest en dat zal ook wel altijd zo blijven. Het pensioen kwam, de achternaam bleef. Frits Philips is in Eindhoven nog altijd Meneer Philips, voor oudgedienden Meneer Frits.

Voortdurend ontvangt hij brieven van oud-medewerkers, wiens namen hij steeds moeilijker kan plaatsen. Soms wordt hij gebeld om naar een nieuwe machine te komen kijken. En ook thuis, op landgoed De Wielewaal, is het concern nooit ver weg - ieder uur dringt Philips Electronics NV, zoals het bedrijf tegenwoordig officieel heet, ongevraagd de woonkamer binnen. Een carillon dat de directeuren van de Philips-bedrijven cadeau gaven ter gelegenheid van het zeventig jarig bestaan van het bedrijf, dicteert rond de Wielewaal het levensritme.

Veelvuldig geeft Frits Philips als oud-president acte de presence op officiele gelegenheden. In de afgelopen maanden was hij met de beleefdheidsbezoeken extra druk. “Nu met het honderdjarig jubileum van de company ben ik een geliefd meubelstuk.”

Philips-stad Eindhoven is een permanente tentoonstelling over zijn leven. De fabrieken, het standbeeld voor zijn vader, het stadion van de Philips Sport Vereniging, de woningen voor fabrieksarbeiders in het Philipsdorp: er lijkt geen ontkomen aan.

“Er zijn zoveel gebouwen waarbij ik zelf bij betrokken ben geweest en die allemaal hun eigen verhaal hebben. En ook als een gebouw er nu niet meer staat, dan kan ik me vaak nog herinneren dat er vroeger iets van Philips stond.

“We hebben nu in Eindhoven helemaal geen glasfabrieken meer. Glas! Het maken van de ballons, de buizen voor de tl's en het persen van de tv-buizen, dat gebeurde allemaal hier. Dat is nu allemaal weg.

“Zie je daar die woningen? Die hebben we vlak na de oorlog uit Oostenrijk gehaald om snel huisvesting te kunnen bieden aan Philipsmensen.”

De symbiose tussen man en bedrijf benvloed niet alleen de man, maar heeft ook nog steeds invloed op de onderneming. Niet op de dagelijkse strijd van Philips op de wereldmarkt. Het heden is in handen van de 'jongeren', van Jan Timmer en Wisse Dekker. Over de huidige gang van zaken binnen het concern praat Philips liever niet. Hij regeert over het verleden.

Al in 1976 verscheen Frits' 45 jaar met Philips. Een makkelijk toegankelijk werk en een van de weinige handzame introducties tot de ontwikkeling van het concern. Sommige historici hebben het boek geaccepteerd als bron. Anderen hebben het als onbetrouwbaar terzijde geschoven, als een mislukte poging tot zelfrechtvaardiging achteraf.

Betrouwbaar of niet, het boek en zijn auteur dragen bij aan de beeldvorming over ruim vier decennia Philips, vanaf de vooroorlogse crisis tot de naoorlogse internationale expansie. In het boek komt Philips naar voren als een gelovig man, wiens ambities als ondernemer strekten tot verbetering van de wereld en niet beperkt bleven tot het najagen van winst. In talloze vraaggesprekken houdt Frits Philips dat beeld in leven.

Pag. 11:

'Als ik naar de voetbal ga, zeggen ze: ha die Frits'

Nog voordat echtgenote Sylvia van Lennep-Philips kans heeft gezien koffie te serveren, steekt Philips uit zichzelf van wal. Al snel blijkt dat de historie hem nooit volledig in haar greep heeft gekregen. Daarvoor heeft de ex-ondernemer het te druk. Terwijl leeftijdgenoten bedaard een kaartje leggen, wil Frits Philips nog steeds bijdragen aan een betere wereld.

Na alle materiele zegeningen die 'zijn' bedrijf al heeft voortgebracht, wil Philips niet rusten voordat hij de wereld een geruisloze, milieuvriendelijke motor heeft geschonken: de Stirlingmotor.

Nog nooit is er over een nieuw produkt zoveel ophef gemaakt, bij zo weinig tastbaar resultaat, als in het geval van de Stirlingmotor. Al sinds de jaren vijftig wordt de hete-luchtmotor met veel fanfare produktierijp verklaard. Keer op keer haalt een verbeterde versie van de motor, die de naam draagt van een Schotse predikant, de markt net niet. Jarenlang hebben het Philipsconcern en autofabrikant Ford honderden miljoenen in de ontwikkeling van de wondermotor gestoken. Steeds opnieuw werd het project door de buitenwacht met scepsis ontvangen. Zelfs de Duitse 'Verwalter' heeft eens hartelijk gelachen toen in de kelder van het Natuurkundig Laboratorium, de broedplaats voor beroemde Philipsvindingen, een hete-lucht motor werd ontdekt. In een eerdere bezuinigingsronde heeft het concern de ontwikkeling van de motor gestaakt en ook de Amerikaanse autoindustrie is nooit veel verder gekomen dan een enkele testauto met Stirling-motor.

Frits Philips deren al die tegenslagen niet. Al tientallen jaren beijvert hij zich nu voor de verdere ontwikkeling van de motor, die plaatsvindt in een Europees en een Amerikaans bedrijfje. Binnenkort worden de Amerikaanse en Europese activiteiten gefuseerd, zegt Philips, die als commissaris aan de Stirling-fabriekjes is verbonden. Momenteel draait een moderne variant van de motor op een testbank van TNO. Voor Frits Philips is de recente vooruitgang van het project zo bemoedigend, dat hij alleen daarom nog wel vijf jaar zou willen leven. Commercieel is het project nog lang niet.

Het relaas over de Stirling-motor brengt Philips op het randje van zijn stoel. Zijn enthousiasme over de verhoopte revolutionaire doorbraak en de daarmee verbonden materiele vooruitgang haalt het nauwelijks bij zijn vurige pleidooien voor een beter geestelijk klimaat in de wereld. Veel leed kan in de visie van Philips worden voorkomen door voortdurend met elkaar en met God in gesprek te blijven.

Aan het einde van de vooroorlogse crisisjaren kwam de jonge Frits, toen pas acht jaar bij de onderneming, in aanraking met het gedachtengoed van de Amerikaanse Lutherse predikant Buchman. De geestelijke predikte in het Oxford van de jaren '30 dat de wil van God voor iedereen afzonderlijk alsook voor ieder gezin tot de hoogste drijfveer moest worden gemaakt. Buchman had het vooral gemunt op de leidinggevenden in de samenleving die meer moesten handelen vanuit een christelijke inspiratie. De volgelingen van Buchman noemden zich de Oxfordgroep, die later zou uitgroeien tot een soort getuigenisbeweging: Morele Herbewapening.

Op aanraden van vrienden togen Frits en zijn vrouw Sylvia naar Engeland om kennis te maken met Buchman. Voor de Philipsen zou het leven nooit meer worden zoals het was geweest. Frits omarmde de stellingen van Buchman met enthousiasme en heeft er de rest van zijn leven aan vastgehouden.

“Als je ervaart dat God de creator is van alles wat er gebeurt, dan moet het ook mogelijk zijn dat God in het hart van de mensen spreekt. Dan moet het ook mogelijk zijn dat hij je gevoel kan beinvloeden”, zegt Philips nu.

Terug uit Engeland richtten de Philipsen zich in hun leven steeds meer op religie. Terwijl Sylvia de kinderen voorlas uit de bijbel ontpopte Frits zich als pleitbezorger van de beweging en probeerde de toekomstig Philips-president zieltjes te winnen voor de Vier Absolute Maatstaven van de beweging: eerlijkheid, reinheid, onzelfzuchtigheid en liefde.

Vader Anton zag de geestelijke ontwikkeling van zijn troonopvolger met zorg aan en probeerde hem op andere gedachten te brengen. “Ik kan me de houding van mijn vader best voorstellen, die was maar bang dat ik op hol zou slaan.”

Frits hield vol. In zijn zwager en mededirecteur Frans Otten vond hij een medestander en soms gingen beiden naar de jaarlijkse internationale conferenties van de beweging in het Zwitserse Caux. Het concern betaalde ook voor de reis van Philips-medewerkers die Frits voor de beweging wist te winnen.

Ook dit jaar zal Frits weer in Caux van de partij zijn. Hoewel hij zichzelf eigenlijk te oud vindt en zoekt naar een Nederlander die zijn rol kan overnemen. Meteen na de Tweede Wereldoorlog ging het in Caux vooral om de eenheid in Europa. Tegenwoordig gaat het om een betere verstandhouding tussen de drie Westerse blokken, Europa, Japan en de Verenigde Staten. Om de verstoorde relatie tussen Japen en het Westen te herstellen, riep Philips enkele jaren geleden samen met Olivier Giscard D'Estaing een club voor topindustrielen in het leven, de Caux Round Table.

“We hadden het gevoel dat als Japan doorgaat met de concurrentie, de ene bedrijfstak na de andere geen reden van bestaan meer heeft, waardoor de politiek gedwongen zou worden protectionistische maatregelen te nemen. De Japanners zouden dan het gevoel krijgen dat de hele wereld tegen hun was. Daar komen moeilijkheden van.

“Je zou natuurlijk kunnen zeggen: La deluge apres moi, ik lees het wel in de krant, ik zie wel. Dat was natuurlijk veel gezelliger geweest, dan had ik wat meer aan mijn boot kunnen doen. Maar we hadden het gevoel dat het mogelijk moest zijn om met de Japanners om de tafel te gaan zitten en te zeggen: hoor eens, we hebben geen oplossingen, maar we kunnen er wel over praten.”

Sindsdien komt een select gezelschap ondernemers en oud-ondernemers in het geheim bij elkaar om “van elkaar te leren.” Op de deelnemerslijst prijkt een voormalig president van Matshusita, de president van Cannon, een directeur van Sumitomo een internationale vice-president van PanAm, iemand van Chase Manhatten.

Daden, concrete acties leveren de bijeenkomsten niet op. Maar, onderstreept Frits enigszins geagiteerd, daar is het ook niet om te doen. “Het gaat erom mensen te overtuigen. Overtuiging raak je niet kwijt, het is iets dat in je zit en dat je dan ook kan uitdragen. Je kunt mensen wel tegen hun schenen schoppen en actie afdwingen. Maar wat gebeurt er na die actie?”

Voor de directeur Frits Philips maakte het geloof in de christelijke beginselen het dagelijks leven een stuk eenvoudiger. “Het heeft me geholpen om ook in moeilijke omstandigheden met een opgewekt gemoed aan de slag te gaan.” Aan zijn geloof ontleent Frits een zekere innerlijke rust. Hij heeft het gevoel er niet alleen voor te staan. Daarvan profiteerde hij vooral tijdens de oorlog. De nog jonge Frits kreeg toen als bij donderslag de leiding over het deel van het concern dat in handen viel van de Duitse bezetter. Terwijl zijn familie vanuit Londen en New York leiding gaf aan het 'vrije' Philips, moest Frits in Eindhoven dagelijks balanceren tussen de eisen van de bezetter en zijn eigen geweten.

“Ik dacht: als het de bedoeling is dat het bedrijf naar de knoppen gaat, gebeurt het toch. Als dat niet de bedoeling is, hoef ik me er ook niet iedere dag ongerust over te maken. Ik probeerde wat ik kon, daarnaast had het geen zin om nachten wakker te liggen. Daardoor bleef ik iemand die opgeruimd kon blijven.” Die gedachtengang was vooral een steun toen Philips door de Duitsers gevangen werd genomen. “Daar heb ik me eigenlijk nooit wanhopig bij gevoeld. Dat krijg je cadeau volgens mij, dat is geen eigen verdienste, geen dapperheid.” Philips is tijdens de internering nooit mishandeld en genoot diverse privileges. In gijzelaarskamp Sint-Michielsgestel kwam hij terecht tussen de elite van de Nederlandse samenleving. In het kamp werd getennist, gehockeyed en Frans gestudeerd. Philips schoor zich iedere dag met een proefexemplaar van de tweekoppige Philishave, die in die tijd werd ontwikkeld.

Op weg naar zijn kantoor passeert Philips dagelijks een pijnlijke herinnering aan de oorlog. In de lobby van een van de hoofdkantoren hangt een gebrandschilderd raam, een geschenk van de overlevenden van Kamp Vught, het concentratiekamp dat gedurende de oorlog 2.000 arbeiders leverde aan Philips. Het feit dat Frits Philips goedkeuring heeft gehecht aan de instelling van het zogenoemde Philips-kommando kan worden gezien als het meest omstreden besluit dat hij in zijn carriere heeft genomen. Zelf staat hij nog steeds achter die beslissing: dank zij de werkverschaffing zijn levens gered en is het bestaan in het concentratiekamp draaglijker geworden. Spijt heeft hij van die beslissing nooit gehad.

Zoals het met Vught is, zo is het met veel beslissingen van Frits Philips: nergens blijkt twijfel of spijt. Zijn positie in de oorlog, de beslissing over Kamp Vught, het sociale beleid van de onderneming, zijn bemoeienis met de politiek: uit alles spreekt een rotsvast vertrouwen in Frits Philips. Hij lijkt niet te twijfelen aan zijn eigen beslissingen, en al helemaal niet aan de beslissingen van God. “Ik heb nooit veel kans gehad om te twijfelen. Philips, dat kwam gewoon zo. Over de invulling van mijn leven heb ik nooit geaarzeld. En over mijn vrouw heb me geen twee keer bedacht.”

Pas na lang aandringen geeft hij toe dat dit niet het hele verhaal is. “Dingen die ja na twijfel doorzet, daar schrijf je over. Zaken die je niet doorzet, daar praat je ook niet meer over.

“Ik heb er altijd voor gezorgd bij belangrijke beslissingen te rade te gaan bij anderen. De besluiten werden vaak door anderen gedragen. Je hebt in het bedrijfsleven veel lonegoers. Zo ben ik niet.”

Frits Philips zegt dat hij zich altijd gelukkig heeft gevoeld in zijn rol als de fabrikanten-zoon die het levenswerk van zijn vader voortzette.

Er moeten toch ook nadelen kleven aan het leven als de Frits van Philips? Afgunst bij de Eindhovense bevolking bij voorbeeld?

“Nee daar heb ik nooit last van gehad.” Schaterend: “En als dat vroeger al zo was dan zijn die mensen nu toch allang dood.”

“Ik heb mensen altijd gerespecteerd en op voet van gelijkheid behandeld. Afgunst, nee. Ik denk eerder dat mensen denken: die man heeft zoveel aan zijn hoofd, blij dat ik niet in die positie zit. Bent U nooit blij dat U niet op de stoel van Lubbers zit?“Mensen zien die afstand niet zo. Als ik naar de voetbal ga, dan zeggen ze Ha, die Frits. En de brutaleren: Ha, Fritske. “Dan antwoord ik: Ha Menneke.”