Jaap Jan Zeeberg (24) studeert fysische geografie ...

Jaap Jan Zeeberg (24) studeert fysische geografie in Utrecht en deed onder meer geomorfologisch veldwerk in Noord-Zweden en Denemarken. Deze zomer brengt hij door in S(o-)ndre Str(o-)mfjord, West-Groenland, waar de universiteiten van Amsterdam en Utrecht en de Vrije Universiteit samen onderzoek doen in het kader van het Gimex (Greenland Ice-margin Experiment) project.

Woensdag 24 juli

Fuck wat is het hier heet. We trekken zwetend en stoffig door het zand, op afstand gevolgd door een vijfde wezen. In de trillende vlakte is iedere stap een waaier stof. De gestalte houdt, als ik me omdraai, afwachtend stil, en beweegt dan met constante, malende passen om ons heen. Het is een kariboe.

Waar de rivier de vlakte aansnijdt, zie ik langs een hoge rots het ijs schitteren. Diepe kloven geven de wand het aanzicht van een sprookjeskasteel. Het is een laag die de oostelijke horizon bedekt. De afdamming die daarop volgde, trekt als een bonkende stroom ijsbrokken voorbij. We zullen Roderick begeleiden naar de eerste meetinstallatie op het ijs.

We lopen door dalletjes, tussen de golven van een verstilde zee. Dat het allemaal ijs is, blijkt als de stroom van een beekje ineens ruisend in een blauw schijnend mangat verdwijnt, recht naar beneden. Verderop zijn de kantelen van de grote kloven zichtbaar, waar Per maandag nog de Piper zwaar tegensturend in liet zakken voor een 'close-air-approach' van het Basecamp. Het was de vlucht die de meteorologen en technici van de Vrije Universiteit afloste, negentig kilometer de ijskap op. We zagen de gestolde vloedgolf opbollen, met patronen als huidplooien rond een duim. Daarachter werd het vlakker, met enorme sneeuwgevulde polygonen als op de manen van Jupiter; een wereld van ijs, met azuurblauwe meren en rivieren, heuse rivieren.

Op de terugweg vis ik enkele stukken ijs uit het grijze rivierwater. In de veldfles zal het ijs terugkeren tot het water dat het tienduizenden jaren geleden was. En dan drink ik het op. Dit is de ijstijd, en zo ziet het eruit op 67 N 50 W, ruim honderd kilometer boven de poolcirkel: Sandflugtdalen, S(o-)ndre, Str(o-)mfjord, West-Groenland.

Het massief langs de overkant van de vlakte gloeit in kopertinten onder het strijklicht van de nachtzon. De hemel is strakblauw en het landschap dat vanmiddag zinderde is nu ijskoud. Want de zon is achter de heuvels gezakt en op een diepte van tachtig centimeter is de bodem permanent bevroren.

Het is de zesde week dat ik dit schouwspel bewonder, liggend tegen een duinkopje terwijl Nico en Paul zich overgeven aan een spelleje 'peddle ball'.

''Koffie!'', klinkt het vanuit de begroeiing, en we sloffen lachend tussen de duintjes door tegen de helling op. Het lijkt hier de landingsplaats van Apollo 17, met de binnenkomende en uitgaande sporen van de Trike, en talloze voetstappen. De branders snorren, het eerste dat zichtbaar wordt is de plaggenoven.

''He, hoe staat het met het brood?''

''De oven is aan het afkoelen, ik heb de cake erin zitten,'' antwoordt Erik.

Vannacht vriest het weer. Dat kan de definitieve slag zijn voor de insektenpopulatie van dit jaar. Ze tikken in je gezicht, het is een wriemelende, wemelende massa en ze voeren systematisch proefboringen uit, om te steken waar ze een zacht plekje vinden, buigend en kloppend.

Het deert me niks. Ik haal er een neer. Luister goed dan hoor je dat hij probeert te herstarten en hij stort op veilige afstand neer. Het wezentje blijft op de grond liggen spartelen. Ik zend een vinger uit om het werk af te maken.

Donderdag

Ik worstel een hand via de capuchon naar buiten om me van mijn slaapzak te ontdoen. Alles jeukt en het is bloedheet in de tent. Buiten klinkt een inferno van zoemen: tweetakt motorraces van de muggen en het dopplereffect van een passerende vlieg. Het is laat in de ochtend want het waait: koude valwinden zakken vanaf de ijskap de opgewarmde vlakte in. Een vosje koestert zich aan het licht van een oogverblindende ster. Het zit rechtop tegen een duin en komt 's nacht kijken of er nog wat te kauwen valt.

Alles wat op het zand is geweest blijft zichtbaar. Ik volg de sporen van een kariboe en probeer te achterhalen hoe het dier zijn weg koos.

Op warme dagen ontvluchten veel dieren de hellingen. De muskusossen werden hier ingevoerd en ze tieren welig op de laagvlaktes ten zuiden van de rivier. Voor het eerst is een kudde overgestoken; voordat dit jaar het smeltseizoen begon. Ze plonzen door het water van de geulen en trekken 's avonds als een machtige kolonne terug de heuvels in. Het zijn de dieren van noordelijk Groenland, met lange zwaaiende haren, als de mammoets. Koeien met een jurk aan, grappig gezicht.

De witte heliumballon begint uit het kamp aan de ijsrand te klimmen voor de meting van een uur. De balansmetingen van de Rijksuniversiteit Utrecht worden gekoppeld aan de horizontale fluxen die de VU bepaalt. Zo tracht men het gedrag van de gletsjer te modelleren. De Universiteit van Amsterdam inventariseert zijn moreneafzettingen.

De ijskap is hier zeshonderd kilometer breed. Als je met het vliegtuig Groenland nadert, zie je zover het oog reikt het ijs in zee eindigen, met de toppen van de bergen erdoorheen en een brede krans drijfijs.

Ik keer terug naar het kamp en veeg loom het zand en de muggen uit de tent. Ik verzamel het zure ondergoed en stap naar een duinmeer. Ik overzie de vlakte en kijk met toegeknepen ogen of er nog iets beweegt. Larven schieten weg als ik kniel om de kleding uit te spoelen.

Vrijdag

Dingen veranderen, ik weet niet wat het is. Ik ben voortdurend op mijn hoede en voel een boel onzekerheden. Je zoekt contact, en krijgt conflict.

Tjilpende mussen hielden me uit mijn slaap. Het zijn de vogeltjes die nog eieren waren toen ik aankwam, en die nu ze wat kunnen fladderen het hoogste woord willen. Wacht tot de valken uitvliegen, en pas op voor de vossewelpen.

Laat me met rust, ik wil hier weg, terug misschien, veranderingen inzetten.

De hartverscheurende heimwee die opsteekt in volstrekte isolatie, blijft hier weliswaar achterwege. Dat hebben we twee jaar geleden doorgemaakt in Lapland. Ik respecteer de vier op het ijs. Hun organisatie is sluitend.

Je kunt hier jezelf niet zijn. Onvermijdelijk komt weer het moment waarop je van je afbijt. Dan weet je zoveel van elkaar dat er op delicate wijze gestreden moet worden, in ergerlijk gesimplificeerde conflicten met een wijde boog om de persoonlijkheden heen.

Zaterdag

Het waait vandaag flink, en langzaam schuiven stofpluimen over de vlakte. Het zijn imposante ijle gestalten. Hoog in de lucht zijn als cirrusstrepen de ijskristallen van een naderend front zichtbaar.

Boven in de slenk ligt, opgespannen met drie kevlarlijnen, onze canvas-rubberopblaasboot op een meertje. De eerste maand hebben we twee aan twee het gebied verkend. 31 Meertjes, en de knusse dalletjes die op de ene kaart als veenstroken voorkomen, zijn op de andere proglaciale smeltwaterkanalen. Daarin selecteerden we zes ongestoorde sedimentatiebekkens, waarin stilstaand water, na de terugtrekking van de gletsjer en de verlegging van de kanalen, zorgde voor de conservering van dateerbaar materiaal. Plankton- en stuifmeelanalyses kunnen daarnaast inzicht geven in de verandering van het leefmilieu sindsdien.

Op weg naar het tweede meer komen we langs enkele kaalgevreten kariboekadavers. De gebleekte skeletten en verspreide onderdelen daarvan, liggen door het hele gebied. Ze zijn gestorven in de langdurige schemering van de laatste winter. Sommige liggen nog in de houding die ze toen aannamen: de poten onder de buik gevouwen in de beschutting van een grote steen. Andere bezweken hoog op de kam, of zijn uitgegleden op een grote stenen plaat.

Vandaag weer een bemonsteringsgrid over een meertje in Groenland gelegd. We komen laat terug. De ene horizon is roze, de andere perzik. We eten en praten over Nederland. Het lijkt, afgezien van vier uur tijdverschil, een parallelwereld van beklemmende regelmaat, en tegelijk zo geruststellend vertrouwd. Eindelijk los van de nivellering, en alle maatschappijangsten!

Waar ligt het optimum van alles en vooral wanneer? Niet achter de horizon, dat is leven in de droom van een ander. De zon tinkelt tussen de rotsblokken bovenaan de helling zonder dat het zelfs maar geschemerd heeft. Alle schaduwen zijn andersom.

Zondag

Het geluid van een auto dreef mij vandaag de tent uit. Op de zandvlakte reed een jeep en de inzittenden schoten wild om zich heen. Laag blijven was het motto, want ik kon de kogels horen fluiten.

Een paar kilometer verderop ligt het wrak van een vliegtuig tegen de helling. De staart steekt uit de brokstukken omhoog en is doorzeefd met hagel. Ik ben er heen geweest, een vleugelplaatje geeft aan dat het een T-33A was, de Shooting Star straaltrainer. Er ging iets fout en de piloot heeft het laatste stuk gelopen. Ieder onderdeel is verwrongen. Een zware turbineschroef draagt de inscriptie: may 26 1960. Er heeft nog een echte right-stuff-cowboy ingezeten, in een tijd dat de SU door de ruimte leek te zullen patrouilleren, in een tijd dat men dacht dat het er op Mars uitzag zoals hier.

Bij nadering van Lake 6 wordt de weg versperd door een harige verschijning die al op vijftig meter begint te briesen. We stoppen aarzelend. Met knikkende knieen nader ik het beest over een rotsklif. Hij gromt, snuift en boert en stoot met een wolk muggen rond zijn kop in razernij de horens door het stof.

Bovenlangs bereiken we het meer waar twee volledige kernen gestoken worden. Ons boorsysteem, de kleine Druton, functioneert inmiddels uitstekend. Met twee gele doppen wordt een pvc-buis met compacte info - de meerbodem - afgesloten. Er wordt tevreden gerookt.

Als de zon 's avonds het veenpluis en duizenden muggen doet oplichten, zakken we ketend terug naar het kamp.

''Hallo basiskamp, horen jullie mij? K999.''

''Hallo basiskamp, horen jullie mij? K999.'' Even het vermogen van Io naar Li, en nog eens proberen.

''Hallo, hier basiskamp, zeg het maar jongens.''

''Hoi, wordt er nog gereden morgen, over?''

''We vertrekken om negen uur. Is dat ontvangen?''

''Okay, negen uur. De ballon hangt mooi hoog te glimmen.''

''Het wordt een koude nacht, slaap wel.''

''Insgelijks, over en sluiten.''

Zand in de slaapzak en het blijft onaangenaam als je adem condenseert op je handen, terwijl je kop gloeit. Het is koud.

Maandag

Om half tien verschijnt de drie ton zware jeep in de zandvlakte. We klimmen vermoeid in de open laadbak en het ding stuift weg. Met afwisselend de neus en de kont omhoog kruipt de oude leger-Daf over de heuvels, omhuld door verstikkende benzinedampen. In het begin moesten we de wagen hier nog uit de modder lieren.

In de Tweede Wereldoorlog legden US Army Engineers een airstrip aan in het verlengde van het 190 kilometerlange fjord. En in de jaren '60 werd er een aantal prefab-gebouwen geplaatst voor het 1015th Airbase Squadron van het AF Spacecom 'the Guardians of the high frontier'.

De transitgebouwen zijn leeg. Ik heb gedouched, een geweldige ervaring.

Frank is naar de Met-office, voor telexgegevens, de weerkaart en de post. Eindelijk is daar een langverwachte brief voor Erik, die is via Griekenland gegaan. Hoeveel post zou zijn bestemming bereiken, als de eigenlijke naam van Groenland gebruikt zou worden: Kalaallit Nunaat. Groenland is het Eskimoland, de taal is Inut. Ze plakken voor een zin een aantal woorden aan elkaar. Zo staat er op een 'veilig-vrijen'-poster: 'Asannilluni torrak - illersuuteqaraanni'. En dan heeft iemand in het laatste woord 'an' weggekrast, zodat er iets grappigs komt te staan.

We doen inkopen aan de Amerikaanse zijde, bij de grote basis Thule. De toestemming daarvoor werd ons verleend door de Base Group Commander, in de Headquarters van het 1st Spacewing! Het embleem toont ballistische projectielen die vrolijk boogjes trekken over de aardbol.

's Avonds loeit onze afvalverbrander met de bijprodukten van de wanstaltige Amerikaanse massaconsumptie.

''Great taste, good for you, very essential, low on every thing and no cholesterol'', grappen we.

Dinsdag 30 juli

Gisteren regende het al een beetje, vandaag brengen we de dag door in onze tenten, en onder de opgespannen regencapes. Jimi Hendrix straalt trots uit een dictafoon.

Nog zestien dagen voor ons. Wij zullen het kamp ruim tien kilometer naar het westen verplaatsen.

''Gimex 91, Icecap you know'', zei Michiel bij de entree van de Caribouclub. Een militair legt ons het shufflespel uit.

''You're American?'' vraagt hij.

''Holland.''

''Holland? Where's that?''

''In Amsterdam.''

''Ah, the funplace, yeah I hear all the guys have a lot of fun there. So you're here for the ice-coring?'' Hij doelt op een van de projecten middenop de kap, die boren door drie kilometer ijs. De Eskimo's walsen op een cajun-achtig soort volksmuziek, en buiten blijft het licht.

''Hi, I'm a California girl.''

''O hello miss ah, how do you do.''

Ze glimlacht en wiebelt met haar billen, ze heeft een grote scheur in haar spijkerbroek gemaakt.

''Leuk meisje he?'', vraag ik Hester, het enige vrouwelijke expeditielid.

''Ingehuurd hoor'', antwoordt ze vinnig.

In de avond klaart het op. Elvis zingt 'Always on my mind', en Jacques Brel 'Het platte land'. De vrede wordt verstoord door een luidruchtige Army-Hercules die laag over de ballon scheert, op weg naar een poolstation.

Het is als met het project Mens-op-Mars: de scenario's bestaan, de diverse modellen zijn berekend, en de oorspronkelijke doelstelling is een ongrijpbaar groter geheel. Zonder Vietnam had een mens op Mars gelopen. Verdomde oorlogen. Er klapwiekt een schreeuwende raaf over, mooi van lelijkheid, en in zijn vleugel zie ik een kogelgat. De herfst is hier aangebroken, de groene blaadjes verkleuren. Nog voordat ik weer opstijg, zal de toendra schitterend rood zijn.