Iran als regionale supermogendheid

TEHERAN, 3 AUG. “Iedere Iranier droomt van Iran als regionale supermogendheid”, zegt een vooraanstaande Iraanse journalist. Een collega vindt dat Iran al de belangrijkste macht in het gebied s na de vernietiging van Iraks oorlogsmachine door de geallieerde coalitie. “1. Iran, 2. Irak, 3. Saoedi-Arabie.”

“De regio is onze prioriteit”, onderstreept dr. Hamid Reza Assefi, directeur-generaal op het ministerie van buitenlandse zaken in Teheran. “Dat is onze omgeving, dus dat spreekt vanzelf.” Na twee oorlogen binnen tien jaar moet de Iraanse buitenlandse politiek nu vrede en veiligheid in het gebied brengen, “gebaseerd op samenwerking, niet op wedijver”. Ook hier heeft Irans nieuwe pragmatisme toegeslagen, hoewel het streven naar hegemonie oud is, ouder ook dan de Revolutie.

Iran gebruikt tegenwoordig een heel andere toon tegen de verschillende buren dan nog maar kort geleden het geval was. De sjeiks, emirs en sultans die de regio bevolken zijn niet langer de krachten van de reactie, de marionetten van de Grote Satan Amerika die zij vroeger voor de Iraanse revolutionairen waren. Ze hoeven niet langer het veld te ruimen, integendeel, hun vertegenwoordigers zijn welkome bezoekers in Teheran. “Er zijn zoveel despoten in de Derde wereld”, zegt M. Firozi, commentator van de Tehran Times achteloos. “Ze weten dat ze Iran niet lastig moeten vallen.”

“Wat vroeger is gebeurd was gebaseerd op een misverstand”, zegt dr. Assefi. Met dat vroeger doelt hij op de activistische fase van de Islamitische Revolutie. “We konden niet duidelijk maken wat we probeerden te doen.” Dat had weer te maken met het feit dat de Iraakse propaganda een verdraaid beeld had gegeven van Irans werkelijke bedoelingen. “De Arabieren dachten dat Iran een vijand was”, aldus Assefi, maar “we proberen nu uit te leggen dat het een misverstand was”.

Een uitermate belangrijke ontwikkeling is de normalisering van de relaties met Saoedi-Arabie. De twee landen hebben de afgelopen twaalf jaar, elk als pleitbezorger van de eigen 'waarachtige islam', een felle concurrentiestrijd gevoerd. Volgens Assefi is er geen rust of veiligheid in het gebied zonder goede Iraans-Saoedische relaties. Daarom ziet de toekomst er nu veelbelovender uit, al zullen de twee landen nooit werkelijke vrienden worden, juist omdat elk van beide het leiderschap van de islamitische wereld opeist. “Tien mystici kunnen op een tapijt slapen, maar twee keizers kunnen nooit slapen op het grootste tapijt”, zo citeert Firozi de middeleeuwse Perzische dichter Saadi.

Intussen verzet Iran zich met kracht tegen de plannen van de Arabische Golflanden Syrische en Egyptische troepen in het gebied te legeren om hun veiligheid te waarborgen. De plannen zijn enigszins in het ongerede geraakt, zeer tot genoegen van Teheran dat stelt dat zijn pressie daartoe heeft bijgedragen - hoewel in Arabische kringen te horen is dat Egyptes en Syries financiele eisen daarbij een rol spelen.

“Saddam is niet bang voor de Arabische landen”, zegt Firozi. “Hij wist dat Mubarak en Assad zich tegen zijn invasie van Koeweit zouden verzetten. Toch viel hij het land binnen: hij was er zeker van dat ze er niets tegen konden doen.”

“Hoe kan de veiligheid worden gegarandeerd zonder het belangrijkste land van de regio”, vraagt dr Assefi zich af. Volgens Teheran horen er geen buitenlandse - dat wil zeggen andere dan regionale - troepen in het Golfgebied en zijn ze ook niet nodig als alle landen in het gebied met elkaar samenwerken. Dat Irak binnen tien jaar tweemaal in de aanval kon gaan, wordt geweten aan de toenmalige verdeeldheid. Maar nu werkt men hard aan een formeel akkoord met de zes landen van de Samenwerkingsraad voor de Golf (GCC), dat om te beginnen de economie en het milieu betreft, maar in een later stadium volgens Iran ook militaire samenwerking zal behelzen.

Ook Irak heeft overigens in de Iraanse visie een plaats in een toekomstige veiligheidsregeling - alleen is de situatie in Irak nog niet uitgekristalliseerd, zodat Bagdads stoel nog vacant moet blijven. De houding tegenover Irak lijkt opmerkelijk mild, tien jaar oorlog en de felle aanvallen op Saddams behandeling van de shi'ieten in aanmerking genomen. Maar dat laatste was meer voor interne consumptie bedoeld, menen Westerse diplomaten en hulpverleners. Om de frustraties weg te nemen onder de Iraniers die met name na het vernemen van de verwoestingen in de heilige steden Nejaf en Kerbala de shi'ieten in Irak te hulp hadden willen schieten, maar door de autoriteiten werden tegengehouden.

Een grote mogendheid als Irak kan niet worden buitengesloten, zeggen de Iraniers nu. “We maken ons zorgen over het Iraakse volk”, zegt Assefi ook, en dat heeft meer profijt van een dialoog. Bovendien: “We kunnen niet nog meer bloedvergieten aan.”

Diplomaten in Teheran vermoeden echter dat de Iraanse regering tot de slotsom is gekomen dat ze best kan leven met de huidige verzwakte Saddam, zeker wanneer hem ook zijn nucleaire en chemische wapens zijn ontnomen. Sterker nog: een zwakke Saddam past prima in Irans streven naar regionale hegemonie.

De Iraanse vice-president Hassan Habibi zei deze week dat er diverse moeilijkheden zijn in de bilaterale relaties. Maar hij onderstreepte tegelijk dat Teheran elke Iraakse stap naar verbetering van de betrekkingen verwelkomt. Vorige maand werd al bekend dat Iran bereid is een Iraakse regeringsdelegatie te ontvangen.

In diplomatieke kringen wordt in dit verband gewezen op de “nieuwe atmosfeer” die sinds kort heerst bij de onderhandelingen over de repatriering van de duizenden krijgsgevangenen die nog vastzitten: alleen al in Iran zeker 15.000. Aan het begin van de oorlog in het Golfgebied is de repatriering gestaakt, en sindsdien heeft de zaak in een impasse gezeten. Volgens een diplomaat heeft Iran nu het besluit genomen de repatriering te hervatten. “Plotseling voel je dat er een verandering is.”