Hulp Bulgaarse reactor geen altruisme

ROTTERDAM, 3 AUG. De 26,5 miljoen gulden die de Europese Gemeenschap deze week heeft bestemd voor verbetering van de veiligheid van Bulgaarse kernreactoren is beslist geen vorm van altrusme.

West-Europa, eigenlijk de hele Westerse wereld, is zeer gebaat met het voorkomen van ongevallen met kerncentrales in het Oosten. Een ramp als zich in 1986 in Tsjernobyl voordeed, heeft grote gevolgen tot ver in de omgeving. Herhaling zou volgens de meeste deskundigen het definitieve einde betekenen van het kernenergieprogramma in veel landen. Uitbreiding van het aantal centrales zou dan aan het publiek niet meer te verkopen zijn. Sterker nog, de de meeste overheden zouden dan de druk om centrales te sluiten en het energieprobleem op een andere manier op te lossen, niet meer kunnen weerstaan.

Eind juni brachten inspecteurs van het Internationaal Atoom Energie Agentschap (IAEA) in Wenen een alarmerend rapport uit over de kerncentrale in Kozlodoej, de enige die Bulgarije heeft en die in 40 procent van de elektriciteitsbehoefte van het land voorziet. Ernstige mankementen aan het veiligheidssysteem van enkele reactoren, gebrekkig onderhoud en een tekortschietende bedrijfsvoering brachten de IAEA-deskundigen tot het advies om twee oudere Russische drukwaterreactoren direct te sluiten. Deze reactoren zijn niet van het type-Tsjernobyl, maar ze zijn zo onveilig dat een met Tsjernobyl vergelijkbare ramp zich op een andere manier zou kunnen voordoen.

Bulgarije nam de waarschuwingen van het IAEA ernstig en verklaarde zich bereid de twee oudere reactoren te sluiten als het Westen te hulp zou komen. De EG heeft nu in het kader van het programma Phare 15 miljoen ECU (bijna 40 miljoen gulden) beschikbaar gesteld voor noodvoorzieningen om de veiligheid van de oudere Russische reactoren in heel Oost-Europa te verbeteren.

Van dat bedrag is 11,5 miljoen ECU bestemd voor de centrale in Kozlodoej. Volgens ir. Jean Claude Charrault, hoofd van de nucleaire divisie van Euratom in Brussel, zal 9,5 miljoen ECU worden uitgegeven aan industriele verbetering van de twee oudste en slechtste reactoren in Kozlodoej waarmee de kans op ongelukken sterk wordt verminderd, 1 miljoen voor nieuwe veiligheidsvoorzieningen in het hele complex van de centrale, 0,4 miljoen voor een studie om Bulgarije aan alternatieven voor de elektriciteitsopwekking te helpen en 0,5 miljoen voor verbetering van het management. Het resterende bedrag van 0,1 miljoen wordt voor verdere evaluatie van het project besteed, want het is de bedoeling om de verbeteringen op alle Russische centrales toe te passen.

Reactorbouwers, ingenieursbureaus en andere technische ondernemingen met ervaring op het gebied van kernenergie uit de hele EG worden binnenkort uitgenodigd om via een tendersysteem in te schrijven op orders voor het industriele deel van het werk in Kozlodoej. Het Duitse KWU-Siemens en het Franse Framatome hebben de beste kansen. In feite wordt zo het grootste deel van het geld aan opdrachten voor Westeuropese ondernemingen besteed. Euratom vertrouwt absoluut niet op de Sovjet-technici die de reactoren hebben geleverd en wil de Bulgaarse centrale zo veel mogelijk aan de Westerse veiligheidsnormen aanpassen, al zal dat zeker niet voor alle onderdelen mogelijk zijn.

De operatie-Kozlodoej moet een voorbeeldwerking hebben voor de tien andere onveiligste Russische reactoren. Daarvan staan er vier in de Sovjet-Unie vier in Tsjechoslowakije en twee in Hongarije. Het klinkt wat wrang, maar Westeuropese ondernemingen kunnen bij een succesvolle operatie in Kozlodoej dus nog volop profiteren van de kommervolle Oosteuropese kernindustrie.