Huize Spaensweerd

Neem je in Brummen de weg naar het veer, dan ligt het aan je rechterhand. Deftig en gestreng, een en al empire, rijst het op tussen het groen. De deur in het midden, drie vensters aan beide kanten, in monumententaal: een huis van zeven traveeen breed, in gewone-mensentaal: een huis dat je nooit zult bereiken.

Van oorsprong is het 17de eeuws. In 1835 werd het uitgebouwd. Toen was het Hessel van Pannekoek, papier, Eerbeek. Daarna zaten er Van Eeghens, bankiers, Amsterdam. Daarna een gravin Van Bylandt met haar zonen, waarvan er een getikt was. Daarna achtereenvolgens de families Reesink, staal, Zutphen, en Ingen Housz, Hoogovens.

Van deze laatste was een dochter gouvernante bij de Oranjes. Dus hebben hier prinsessen gelogeerd. Dus was dit een geheime ontmoetingsplaats voor Beatrix en Claus. En daarna brak een periode aan van snel wisselende eigenaars en minder zorgvuldige bewoning.

De huidige heer en dame van het huis zijn Henk en Diana Hummelen, beginnende veertigers. Hun positie berust niet op geboorte of fortuin, eerder op lef en fantasie.

Ze ontvangen in een werkelijk overweldigend woonvertrek aan de achterzijde, luchtig gemeubileerd en voorzien van een witmarmeren vloer. Het baadt in zeeen van licht. Via serre en veranda komt de tuin binnen, en de met roodbont rundvee bestrooide uiterwaard, en het schip dat in de verte over het weiland schuift. Het zingt een beetje, dit vertrek.

Als je je met je drieen over deze kamer verdeelt, kom je een ongewoon eind uit elkaar te zitten. Al die ruimte... hier kun je leven zonder gestoord te worden, hier zit je nooit op elkaars lip. Je moet iets harder praten dan je gewend bent, dat wel.

Hij is scheikundeleraar in Zeist, iets meer dan een volledige baan. Zij werkt in de tuinarchitectuur. Jarenlang woonden ze in Odijk in een rijtjeshuis met een plat dak. Ze wilden altijd al eens wat groters, maar ja, Utrechtse Heuvelrug, onbetaalbaar. Volgens Diana's ouders, woonachtig in Velp, was er een buitenhuis te koop in Brummen. Later stond het ook op de landhuizenpagina van de NRC. Maar ja, Brummen! Wat moet je in Brummen? Met Kerst '86 gingen ze, omdat ze toch al in Velp waren, desalniettemin maar eens kijken.

Diana: ''Zodra we over de drempel stapten, waren we verkocht.''

Henk: ''Op de oprijlaan al!''

De volgende zomer namen ze er hun intrek en sindsdien zijn ze niet meer met vakantie geweest. De uiteindelijke koopsom bedroeg (f) 440.000,-. Te geef eigenlijk. De boom in dit soort prijzen kwam kort daarop.

Henk: ''Nu hadden wij dus precies nul gulden gespaard. Ik alle banken af en dat was lachen, ze keken je aan alsof je geld kwam stelen. Toen bleek de gemeente Zeist bepaalde hypothecaire faciliteiten te verschaffen aan haar personeel en zo is het in orde gekomen, met pijn en moeite hoor.''

Diana: ''De binnenkant doen we zelf. De tuin doen we zelf. En buiten doen we ook het meeste zelf.'' Dat eerste jaar: het afbranden, gronden en verven van al het houtwerk.

Bouwkundig gesproken is in zo'n huis natuurlijk van alles gaande waar je geen kijk op hebt. Daarom zijn ze aangesloten bij de Monumentenwacht. Die stuurt regelmatig een deskundige om naderend onheil op te sporen. En dan wordt jaarlijks een lijstje gemaakt van wat door derden moet worden gedaan. Op het ogenblik speelt de vervanging van de schoorsteenplaten op het dak. De toegangshekken moeten worden opgeknapt. De stoep bij de voordeur moet worden gerepareerd.

Henk: ''Over een paar jaar zijn we aan nieuwe dakgoten toe.''

Diana: ''Dat zijn dure dingen.''

Henk: ''Dan praat je meteen over duizenden guldens.''

Het huis geniet de status van rijksmonument; veertig procent subsidie op buitenonderhoud. Ook de provincie Gelderland en de gemeente Brummen willen wel in de beurs tasten. Je wordt een expert in het lezen van regelingen en het invullen van formulieren. Stapels!

De eindjes aan elkaar knopen - dat hoort erbij. Volgend jaar gaat de tuin een aantal weekends open voor publiek. Bed and breakfast, maar op bescheiden schaal, het moet geen bedrijf worden. En ze hebben het huis laten inschrijven bij een locatiebureau. Ideale achtergrond voor een tv-serie, zou je zeggen. Er zijn ook al heel wat mensen wezen kijken, maar ja, Brummen, veel te ver van het westen. Zodoende zijn er totnutoe maar een keer opnamen gemaakt: een reclamespotje voor de AMRO-bank.

Diana: '' 's Winters heb ik altijd warme sokken aan, en een joggingpak.'' Want alleen deze kamer wordt verwarmd en dat kost al een vermogen, (f) 1000 per maand. Gelukkig is het geen koud huis. Vochtig is het wel, altijd lekt het wel ergens.

Maar kom, laten we even rondlopen.

Bij bezichtiging doet het huis zijn eigen werk. De twee bewoners beperken zich tot het aangeven van de route en een enkele opmerking. Ze gunnen hun gast zijn verbijstering, die misschien ook nog wel een beetje hun eigen verbijstering is. Je voelt in ieder geval dat het wonen hier nog niet tot een vanzelfsprekendheid is geworden.

Zes kamers, keuken, badkamer op de begane grond. In de hal hangt het touw naar de klok in het torentje op het dak. Werd waarschijnlijk geluid als ze aan tafel konden. Zes slaapkamers, een kleedkamer en diverse andere ruimtes op de bovenverdieping. En daarboven een onafzienbare zolder plus vier meidenkamers. Geen meiden meer natuurlijk. Je moet het allemaal zelf inrichten. En schoonhouden!

Diana: ''Valt wel mee. Een klein huis moet veel meer blinken dan dit. Hier zit je niet overal met je neus bovenop. Bovendien: geen huisdieren, geen kleine kinderen.'' (Een studerende dochter in Amsterdam; die vond het in het begin knap genant om haar vrienden mee te brengen.)

Dan naar buiten. Zo ongenaakbaar als het huis is aan de voorkant, zo aardi@@@g, zo gezellig is het aan de achterkant. Vrije keus uit zon en schaduw en het is allemaal van jezelf!

Vier jaar geleden was de tuin (1,3 ha) totaal verwaarloosd, dichtgegroeid, overwoekerd met zevenblad, brandnetel en braam. Nu liggen er gladgeschoren gazons (telkens tweeenhalf uur maaien), die worden omzoomd door al tweehonderd meter borders, een roze-wit, een blauw-wit, een zacht geel, een in de kleur van zalm, maar om dat in zijn volle pracht te aanschouwen, moet je in het begin van de zomer zijn.

Bedwongen natuur, Engelse landschapsstijl van rond 1900. Het decor was er. Machtige beuken en linden, vier bomen zelfs van zodanig dendrologisch belang dat ze op de monumentenlijst staan: een treurbeuk, een rode paardekastanje, een plataan en een boomhazelaar. Daar zijn er zeker bij die al vanaf 1835 meedoen, die op het komen en gaan van al die mensen hebben toegekeken en zich over niets verbazen, ware aristocraten.