Geraffineerd portret van een schrandere bandleider

Zomerjazz bij de NOS: A Duke named Ellington, documentaire over leven en werk van Duke Ellington. Zaterdag, Ned.3 20.00-22.00u.

Slick. Smart. Shrewd. Met deze trefwoorden wordt pianist, componist en bandleider Edward Kennedy 'Duke' Ellington getypeerd in de bijna twee uur durende documentaire A Duke named Ellington. Slim, schrander en sluw, zouden wij zeggen, woorden die niet alleen maar positieve connotaties hebben.

Maar dat lijkt juist de bedoeling van de makers van dit portret: een zo genuanceerd mogelijk beeld te schetsen van een man die hoge ambities had, maar met de realiteiten van alledag moest zien te leven. De roep van Tin Pan Alley waaraan hij soms toe moest geven, de eindeloze en slopende toernees, en niet in de laatste plaats de altijd terugkerende zorgen over de loonlijst.

Hij slaagde er in zijn orkest overeind te houden, bijna een halve eeuw lang, dankzij de royalties voor veelgespeelde songs als In a sentimental Mood, Prelude to a Kiss, Satin Doll en een handvol andere stukken waarmee slechte tijden konden worden overbrugd.

Hij slaagde er in onder alle omstandigheden door te gaan met componeren: in bussen op weg naar een gig, op zijn hotelkamer na een optreden (onderwijl zaten zijn bandleden lekker aan de bar), desnoods terwijl de kapper zijn haar soigneerde. Zeker 4000 stukken, korte maar ook langere, staan er op zijn naam - veel van die stukken zijn overigens nooit op de plaat gezet.

Hij slaagde er in musici aan zich te binden, Harry Carney, Johnny Hodges, Cootie Williams, Rex Stewart. Soms gingen ze weg, maar altijd kwamen ze weer terug. Niet omdat ze hem zo aardig vonden - Hodges beweerde zelfs menigmaal dat Ellington zijn muziek 'gestolen' had - maar omdat Ellington zo charmant en verleidelijk was, net als zijn muziek. Ellington schreef niet voor anonymi, maar speciaal voor the boys of the band. Het was dankzij Ellington dat 'Tricky Sam', Johnny, Cootie, Paul en Rex konden schitteren. Maar het omgekeerde gold ook, want alleen dankzij hen kwam de 'echte' Ellington-sound tot stand. “Zijn orkest was zijn instrument” zoals trompettist Clark Terry terecht opmerkt, een instrument dat hij met liefde bespeelde.

Hartstochtelijke muziek is het resultaat, sensueel en kleurrijk. 'Mensenmuziek', zou Willem Breuker zeggen. 'De ideale combinatie van compositie en improvisatie', zoals jazz-historicus Leonard Feather het in deze documentaire omschrijft.

Terry Carter en Leonard Malone, de makers van de documentaire, hebben prachtig werk afgeleverd. A Duke named Ellington zit bijna net zo geraffineerd in elkaar als een compositie van de 'Duke' zelf.