De kermisexploitant Het is een voorrecht in dit vak geboren te worden

Werken zonder vaste verblijfplaats. Je hoort nergens thuis, maar je zit ook nergens aan vast. Een serie portretten van mensen die voor hun beroep onderweg zijn. Als eerste de kermisexploitant.

PANNINGEN, 3 AUG. Afgezien van een passerend konijn ontbreekt rond de kermiswagens in Panningen om 7 uur 's morgens elke activiteit. Anders dan voorzien heeft ook de exploitant van de Blitzer zich in zijn caravan teruggetrokken. Nadat hij die nacht in drie ritten zijn spullen van Laren naar noord-Limburg had vervoerd, was hem gebleken dat hij en zijn collega's pas welkom zijn op het dorpsplein als daar de markt is afgelopen. Ondanks het tijdverlies was dit voor hem een buitenkans: een onverwachte mogelijkheid enkele uren te slapen, iets waarvan het bij dergelijke verplaatsingen vaak twee etmalen niet komt.

Het is al middag als Willy Ordelman, de eigenaar van de Blitzer, zijn helpers een teken geeft dat de vijf vrachtwagens het inmiddels ontruimde plein op kunnen rijden. “Deze zaak van mij hoort tot het grootvermaak”, legt hij uit, de ogen gericht op het uitladen van de ontzagwekkende apparatuur. “Het is een voor Nederland unieke attractie, een ultra-modern pompeus geval dat al draaiende steeds sneller omhoog en omlaag gaat en zo voor een heerlijke vlucht zorgt.”

In de brandende zon wordt om te beginnen de middenbouw genstalleerd, 'het hart van de zaak' met alle elektrische apparatuur en een oliepomp die in verbinding staat met een tank van elfhonderd liter. Een uur later bevestigt een kraan aan het middenstuk een van de drie armen van vier ton waaraan, zegt de exploitant, 'kruizen' met in totaal 21 gondels komen te hangen. Als na twee dagen de opbouw is voltooid, kunnen daarin per keer maximaal 42 man zich twintig meter in het rond laten zwiepen.

Het bewerkelijke gevaarte, dat alles bij elkaar bijna zeventig ton weegt, is vervaardigd door Huss in Bremen. De prijs bedroeg vier jaar geleden 1,3 miljoen D-mark: een forse investering die Ordelman gerechtvaardigd acht omdat de fabrikant ('de Rolls Royce van de kermisbranche') als bekend borg staat voor kwaliteit.

“Wie met een vermaakzaak op de kermis staat, moet nu eenmaal geregeld met wat nieuws komen”, licht Ordelmans vrouw Roelie toe. “Oeroude en onmisbare attracties als de schiettent, de draaimolen, de waarzegster, de oliebollenkraam en de gokautomaat blijven hetzelfde, maar ons publiek is verwend en stelt eisen. Daarom moet je wel met de tijd meegaan, daar kom je niet onderuit. Vroeger was men dik tevreden met een luchtschommel, nu verwachten de meesten meer. Vooral de jongeren weten tegenwoordig precies wat ze willen: een exceptionele attractie die spectaculair is om te zien en zo hard en zo hoog mogelijk gaat.”

Speciaal met het oog op de jeugd stak Willy Ordelman (41) na aankoop veel tijd en geld in een 'eigentijdse face-lift' van zijn attractie, waarvan hij de oorspronkelijke naam Troika al gauw te saai achtte. Hij gaf, bij voorbeeld, het blauwe middenstuk een vlammend aanschijn, voorzag de drie armen van sierlijke figuren en bracht vijftig disco-spots plus enkele stroboscoop-units aan. Bovendien verlevendigde hij het geheel met duizenden lampjes in zelf gemengde modetinten als paars-blauw en geel-oranje; de kleur rood (hoewel prominent aanwezig dank zij de 58 flikkerende achterlichten op elke gondel) acht hij voor zijn doel enigszins uit de tijd.

“Een echte kermisklant is een soort kunstenaar”, stelt Ordelman terwijl de gehuurde kraanmachinist de laatste arm van de Blitzer op zijn plaats hijst. “Om zijn werk goed te doen, moet hij creatief zijn. Zoals een schilder net zo lang aan zijn schilderij werkt tot het 'af' is, zo blijft een kermisklant met zijn zaak bezig tot hij zich misschien eens een keer tevreden voelt.”

Roelie Ordelman: “Het lichaam krijgt in dit vak weleens rust, maar de geest nooit. Nu is Willy de zaak voor deze kermis nog aan het opbouwen, maar in gedachten is hij alweer bezig aan de volgende. Je moet altijd vooruit denken, plannen maken en tijdig nieuwe dingen proberen.”

Zo komt het echtpaar deze zomer, bij wijze van experiment, met nog een tweede attractie. De keus viel op de Orbiter, een Britse noviteit die is afgestemd op de Angelsaksische voorkeur voor extreme snelheden. Hoe Nederlanders zullen reageren is ook voor kenners een vraag. “Zoiets weet je van tevoren nooit, ook al draai je nog zo lang in deze wereld mee”, aldus Ordelman. “Zaak A doet het goed in Duitsland maar kan hier mislukken en zaak B is in Frankrijk geen succes maar slaat misschien wel weer aan bij ons - voor iemand de proef op de som neemt, valt daar niks over te zeggen. Zelfs binnen ons eigen land zijn er onverwachte verschillen: de ene attractie is populair in het noorden, de andere juist in het zuiden. Zo zijn er allerlei onzekerheden die je, als het tegenzit, de kop kunnen kosten.”

Een belangrijke vraag is voor de 1200 Nederlandse kermisexploitanten in welke steden en dorpen zij een behoorlijke standplaats kunnen bemachtigen. De selectie geschiedt via open dan wel gesloten inschrijvingen, waarbij de hoogste bieders meestal de voorkeur krijgen. De pachtsommen kunnen oplopen tot vele tienduizenden guldens, hetgeen voor steden met omvangrijke kermissen als Tilburg een aanzienlijke bron van inkomsten betekent.

Toch laten veel gemeenten zich in dit opzicht niet alleen meer leiden door financiele overwegingen. “Zeker de laatste jaren gaat het de goede kant op”, zegt Ordelman voor hij in Laren nog wat onderdelen op gaat halen. “Steeds vaker krijgen we te maken met wethouders en marktmeesters die kermis-minded zijn, met ambtenaren die oog hebben voor de kwaliteit van een zaak. Meer dan vroeger merk je dat volksvermaak serieus wordt genomen.”

Het bewijs hiervan staat twee dagen later te pronken naast de kassa van de Blitzer: een zilveren beker en een zilveren bord die Ordelman eerder dit jaar in Maastricht en Roermond kreeg uitgereikt als exploitant van de populairste kermisattractie. “Zoiets streelt je ego”, zegt zijn vrouw, “uit zulke prijzen blijkt dat anderen je werk waarderen.”

Ook bij het publiek in Panningen valt de hi-tech attractie goed in de smaak. Ondanks de gestaag vallende regen betalen vele kermisgangers een rijksdaalder voor een aangrijpende duik- en draaivlucht, die de ouderen onder hen zich nog lang zullen heugen. Achter een paneel met 31 knoppen, waaronder een die door zijn omvang en rode kleur speciale aandacht vraagt, probeert Willy Ordelman de muziek te overstemmen. “Het is een voorrecht dat ik als kermisklant ben geboren”, verzekert hij, “voor ons is elke dag een nieuw avontuur. Als anderen wisten hoe heerlijk dit bestaan is, zouden zij jaloers zijn op ons. Maar iemand uit het burgerleven redt het hier niet - je moet in dit vak zijn geboren en opgegroeid om staande te blijven. De kennis wordt overgedragen van generatie op generatie: onze grootouders waren kermismensen, onze ouders reizen nog steeds met een schiettent en een kinderattractie door het land en ik durf nu al te zeggen dat ook onze tweeling in deze richting verder gaat. Als je weet dat 95 procent van de kermiskinderen trouwt in eigen kring ligt dat bijna voor de hand. Dit is nu eenmaal een aparte wereld waarin we, ondanks een moordende concurrentie, dicht bij elkaar staan. Voor buitenstaanders is dat misschien moeilijk te begrijpen.”

Willy en Roelie Ordelman begonnen met een schiettent, daarna exploiteerden ze een Buggy (een 'kinderzaak' van eigen ontwerp) en na enkele jaren maakten ze de stap naar het grootvermaak: eerst kochten ze een Poliep, vijf seizoenen later volgde de Blitzer. Wat er verder komen zal is onzeker, maar Ordelman heeft een duidelijke wens: ooit eens met een mooie zaak staan op het Rode Plein in Moskou.