Winst Philips geen bewijs van vitaliteit

EINDHOVEN, 2 AUG. Op de internationale effectenbeurzen is Philips uitgegroeid tot een succesnummer: in vijftien maanden steeg de waarde van het aandeel met ruim zestig procent. De koersstijging, zo heet het op de beurs, weerspiegelt het vertrouwen in topman Jan Timmer, die tegen ieders verwachting in al in de eerste helft van dit jaar voor bemoedigende winstcijfers heeft gezorgd.

Aandeelhouders hebben daarom weer rede tot vreugde. Wie zijn stukken eerst ziet kelderen van ruim 60 gulden tot 18,90 gulden, om ze vervolgens een gestage opmars tot 34 gulden te zien maken is begrijpelijkerwijs geneigd tot optimisme. Toch verdient het aanbeveling de champagne nog even onder de kurk te houden.

Het netto resultaat uit gewone bedrijfsvoering van 322 miljoen gulden in het eerste halfjaar zegt vooral: Philips gaat niet ten onder, Philips krijgt de crisis in bedwang. De cijfers zeggen nog niet: Philips is er weer boven op, Philips heeft zich in de markt bewezen.

Het halfjaarbericht dat Philips gisteren heeft verstrekt moet met enige zorg worden gewogen: het bedrijf gaat vooruit, maar slechts met kleine stapjes. Tegenover de opgaande lijn staat nog steeds de last uit het verleden. Tegenover verbeterde resultaten in traditionele gevarenzones staan plotseling weer nieuwe zorgenkinderen.

Het halfjaarbericht geeft zeker aanleiding tot opluchting. De halfjaarwinst is met sprongen vooruitgegaan. Tegenover de schamele 43 miljoen gulden van vorig jaar staat nu 322 miljoen gulden, exclusief bijzondere baten. Bijzondere inkomsten meegerekend, komt nu 687 miljoen gulden gulden binnen, vergeleken met 373 miljoen gulden vorig jaar. De voorraden zijn verminderd, de handelsvorderingen zijn verminderd en ook het vreemd vermogen is afgenomen.

Nadat alle divisies in het eerste kwartaal uit de verliezen waren gehaald, is er nu ook vooruitgang zichtbaar in de traditionele probleemgebieden binnen de divisies. De grote verliezen in Brazilie zijn verminderd, net als in de afdeling voor personal computers. De omvangrijke problemen in de Verenigde Staten nemen gestaag af; de Amerikaanse operatie is bijna break even. De resultaten van medische systemen en professionele communicatiesystemen zijn verbeterd.

De speciale leningfaciliteit van 2 miljard dollar die het bedrijf eind vorig jaar overeenkwam met een internationaal bankenconsortium is niet gebruikt. De faciliteit kwam eind juni te vervallen en is omgezet in een faciliteit van 600 miljoen dollar. De kleine faciliteit is gehandhaafd om leuke dingen te kunnen doen, zei financiele man Appelo gisteren. Philips, een jaar lang gedomineerd door afslanken, afbouwen en afstoten, denkt nu weer voorzichtig aan acquisities.

Tegenover de positieve ontwikkelingen staat een heel scala gegevens dat tot voorzichtigheid maant. De winst is dan wel verachtvoudigd vergeleken met vorig jaar maar het rendement is nog steeds aan de lage kant: 2,3 procent van de omzet. Na belastingen daalt de ratio zelfs tot 1,6 procent.

De winst heeft velen verheugd omdat die een half jaar eerder kwam dan Timmer zelf had voorspeld. Daarvoor is een logische verklaring: het ontslag van in totaal 55.000 werknemers verloopt voorspoediger dan verwacht, waardoor de loonkosten sneller dalen dan in het oorspronkelijke scenario was voorzien. De halfjaarwinst is daarom nog geen teken van herwonnen vitaliteit.

Ook het vreemd vermogen, dat vorig jaar sprong van 63 procent van het totale vermogen naar 74 procent, blijft een bron van zorg. Het vreemd vermogen nam dan wel af, maar slechts met 500 miljoen gulden tot 73,3 procent van het totale vermogen. Het bedrijf wil die verhouding zo snel mogelijk terugbrengen tot tussen 60 en 65 procent.

De meest serieuze waarschuwing in het halfjaarbericht schuilt in de prestaties van de individuele divisies. Per saldo ging het bedrijfsresultaat omhoog, maar plotseling is de verdeling tussen divisies die goed presteren en afdelingen die achteruitgang moeten incasseren precies omgekeerd aan die van vorig jaar. Vorig jaar zaten de problemen vooral in de sectoren componenten en professionele systemen, terwijl verlichting en consumentenelektronica het bedrijf drijvende hielden. Nu is dat precies omgekeerd. Bij componenten verbeterde het bedrijfsresultaat bij gelijkblijvende omzet en professionele systemen boekte een omzetstijging van 6 procent en een aanzienlijke verbetering van het bedrijfsresultaat. De pijn zat nu in een andere hoek. Bij verlichting, de traditionele winstmaker, steeg de omzet met een magere 1 procent en daalde het bedrijfsresultaat. En vlaggeschip consumentenelektronica moest fors inleveren in omzet (- 5 procent) en resultaat (- 336 miljoen). Consumentenelektronica kampt met een moeilijke markt, zei Appelo gisteren maar er is geen reden tot paniek.

Philips lijkt daarmee nog steeds een beetje op een onrustige kleuterklas waar de jongeren bij toerbeurt de juf tergen. Is het in de ene hoek van de klas rustig, onstaan er moeilijkheden in de andere. Is die brand geblust, breekt er elders weer paniek uit. Dat is bij Philips al jaren zo, en daaraan is nog maar weinig verbeterd.