Visuele schoonheid van Pools theater ontstaat in 'proba'

De Pools-Amerikaanse dramaturg en regisseur Allen Kuharski geeft volgende week in Amsterdam een theaterworkshop. Zijn werkwijze komt sterk overeen met de experimenterende Poolse manier van regisseren, de proba, waarin westerse kwalificaties als 'taal' en 'literaire tekst' nauwelijks een rol spelen: pas tijdens de repetitie ontstaat de voorstelling.

Workshop Allen Kuharski over 'Yvonne' van Gombrowicz. Theater De Stalhouderij, Amsterdam. 10 t-m 12 augustus.

AMSTERDAM, 2 AUG. Veel Poolse toneelvoorstellingen die de laatste jaren in Nederland te zien waren, verrasten de toeschouwers met een overdadige visuele schoonheid. Altijd heb ik gedacht dat het katholicisme, met zijn hang naar aanschouwelijke vervoering, daarvan de oorzaak was. Gisteravond gaf de Pools-Amerikaanse dramaturg en regisseur Allen Kuharski een lezing in het Amsterdamse Theater Instituut waarin hij duidelijk maakte dat de katholieke achtergrond van Poolse regisseurs en toneelspelers slechts voor een fractie verantwoordelijk is voor de stijl van hun voorstellingen.

Wie Pools theater zegt, denkt aan Jerzy Grotowski en Tadeusz Kantor. De eerste is, na Stanislavski, de grootste theoreticus van het toneelspel. Honderden gezelschappen in Polen en een veelvoud daarvan in het buitenland hebben de fysieke, onopgesmukte speelstijl van Grotowski overgenomen. Zijn theater is dat van de eerlijkheid en eenvoud, wat in Nederland weleens tot de deprecierende kwalificatie 'theater van de armoede' heeft geleid. Dat woord 'armoede' is het sleutelbegrip van Grotowksi's theoretische uiteenzettingen, dat echter niets van doen heeft met de Nederlandse versie van 'armoedig'.

De beroemdste Poolse voorstelling die meer dan een half miljoen mensen bijwoonden, is Kantor's Dodenklas. Het is een van die zeldzame uitvoeringen die iemands kijk op het toneel kunnen veranderen. In het Poolse theater spelen westerse kwalificaties als taal en literaire tekst nauwelijks een rol. Door nazistische en leninistische overheersing, die gepaard ging met de onderdrukking van de Poolse moedertaal, is er een groot wantrouwen tegen de schoonheid en de poezie van taal ontstaan. Wie mooi schrijft, is verdacht. Taal is manipulatie.

Als antwoord ontwikkelden Poolse regisseurs een theater dat bestaat uit de zinnelijke en onuitgesproken taal van het toneel, namelijk het ritme van een voorstelling, het licht, decor, de kostuums, choreografie, beweging. Elke regisseur, zowel Wadja als Roman Polanski en Kantor, kreeg zijn opleiding in de schilderkunst, daarna in het ontwerpen van decor en kostuums, tot slot muziek en als laatste pas het acteren.

Tot voor de politieke omwenteling van '89-'90 was Polen een paradijs voor theatermakers. Een acteur genoot de status van arts of notaris. Elk gezelschap werd gesubsidieerd. Alleen in Warschau zijn al zo'n vijfentwintig groepen, om over het theater tot in de uithoeken van de provincie maar te zwijgen. Nu heeft de minister van cultuur de proclamatie moeten uitvaardigen dat bijna alle theaters gesloten moeten worden en dat slechts een klein deel van de bestaande gezelschappen financiele steun ontvangt. Voor het eerst zijn er werkeloze acteurs in Polen.

De auteur en toneelschrijver Gombrowicz geniet met stukken als Bruiloft en Prinses Yvonne een hoge status. Zijn werk vindt overal gehoor. In Nederland speelde Art & Pro onlangs zijn Yvonne. In het Amsterdamse theater De Stalhouderij geeft Allen Kuharski een workshop van Yvonne. Zijn methode van regisseren zal overeenkomst vertonen met de kenmerkende Poolse werkwijze, namelijk om een repetitie als een proba te beschouwen, dat wil zeggen een poging of experiment. Alleen in dat woord ligt al een heel andere wereld besloten dan in het Franse repetition of Nederlandse 'repetitie'. In de laatste beide gevallen betekent het zoiets als: 'Ken je je tekst wel?'

Zo niet in Polen. Tijdens de repetitie ontstaat pas een voorstelling, en na de premiere verandert ze voortdurend. Niets ligt vast of is verankerd in de tekst, er is nauwelijks een methode. De regisseur moet aan de spelers houvast bieden door de beelden die hij in zijn hoofd heeft op de Buhne vorm te geven.