Spaanse banken dagen Akzo voor rechter

MADRID, 2 AUG. Zes Spaanse banken hebben aangekondigd een strafprocedure te beginnen tegen het Nederlandse chemieconcern Akzo. De bestuurders van het bedrijf zouden zich bij het afstoten van de Spaanse dochteronderneming La Seda de Barcelona schuldig hebben gemaakt aan “oplichting, diefstal en misdrijven tegen de bedrijfszekerheid'.

De groep van zes wordt gevormd door Bank of America, La Caixa, Cajamadrid, Bankinter, Banca Catalana en de Caja Provincial de Tarragona. Samen hebben ze voor zo'n elf miljard peseta's aan vorderingen op de in problemen verkerende kunstvezelfabriek. De ABN, Citibank, Barclays en Banesto - waarbij La Seda in totaal voor ruim twee miljard in het krijt staat - hebben zich niet bij de strafklacht willen aansluiten. Volgens een woordvoerder van de zes, is dit te wijten aan de banden die zij elders ter wereld met het Akzo-concern onderhouden.

Akzo heeft vorige week het meerderheidsbelang van 57,5 procent in La Seda op naam laten zetten van een Barcelonese advocaat, die moet proberen nieuwe fiananciers voor het bedrijf te vinden. Volgens de leiding van de Nederlandse onderneming heeft zij nu niets meer met de gang van zaken bij La Seda te maken. Vertegenwoordigers van de 2600 werknemers en de schuldeisers, menen echter dat Akzo zich niet zo makkelijk van zijn verantwoordelijkheid kan ontdoen. Zij vinden dat Akzo de fabriek moet overdragen op een manier die op zijn minst enige garanties biedt voor haar voortbestaan en niet vrijwel zeker op een faillissement uitdraait.

Tijdens een chaotisch verlopen aandeelhoudersvergadering werd gisteren de toegang geweigerd aan de nieuwe eigenaar van de Akzo-aandelen, Jacint Soler Padro. Omdat de stukken op naam van Akzo zouden zijn gedeponeerd, wilde de voorzitter hem alleen als vertegenwoordiger van het Nederlandse bedrijf aan de beraadslagingen laten deelnemen. Toen Soler Padro dit weigerde, werd de vergadering wegens gebrek aan quorum geschorst. Rond het gebouw waar de aandeelhouders bijeenkwamen, werd door meer dan duizend arbeiders van La Seda gedemonstreerd voor het behoud van hun werkgelegenheid. De vergadering was voor vandaag opnieuw geconvoceerd.

De beurs van Barcelona heeft inmiddels aan het overheidsorgaan dat toezicht houdt op de handel in waardepapieren, de Comision Nacional del Mercado de Valores, laten weten dat de overeenkomst tussen Akzo en Soler Padro, die vrijdagavond in haast werd gesloten, niet aan alle wettelijke eisen voldoet. De mogelijkheid bestaat, dat de transactie alsnog ongeldig wordt verklaard en Akzo dus eigenaar van La Seda de Barcelona blijft.

Tot zover onze correspondent.

Akzo heeft krediet achter de hand gehouden, voor het geval dat Spaanse banken niet langer bereid waren Akzo-vestigingen te financieren. Lid van de groepsraad van Akzo, dr S. Bergsma, heeft dit vandaag gezegd tijdens een toelichting op de halfjaarcijfers van het concern. Hij ontkende dat de kredietlijnen nodig zijn geweest. “Akzo heeft geen problemen met de kredietverlening voor de resterende Spaanse dochterbedrijven en ook is mij niets bekend dat onze andere Spaanse bedrijven hinder ondervinden van klanten die niet meer met Akzo willen samenwerken,” aldus Bergsma.

Bergsma verdedigde Akzo's aanpak van La Seda. “La Seda heeft al zeven jaar geen dividend heeft bijgedragen. In 1990 was er een verlies van vijftig mljoen gulden en dit jaar dreigde er een verlies van honderd miljoen uit te komen. Onder alle omstandigheden is dit een situatie die om krachtige maatregelen vraagt. Toen een saneringsplan bij het management van La Seda niet mogelijk was, moesten we wat doen.”