Regering voert koorddans uit tussen pragmatisme en islamitische zuiverheid; Iran is uit op internationaal vertrouwen

TEHERAN, 2 AUG. De borden Down with the USA zijn langzaam maar zeker naar de achtergrond gedrongen. Dat wil zeggen in het welgestelde Noord-Teheran, waar de Westerse delegaties en potentiele investeerders langskomen. Op de stoep van het beste hotel van Ahvaz, de hoofdstad van de olieprovincie Khuzestan, is de Amerikaanse vlag die de hotelgast geacht werd te vertrappen geheel weggesleten. Het zijn illustraties dat de tijd, de tijd van zelf-gezocht revolutionair isolement, voorbij is. Tijdens het Vrijdaggebed scanderen de duizenden gelovigen nog vol overgave 'Dood aan Amerika'. Maar daar zijn geen Westerse zakenlieden te verwachten, en bovendien komen er steeds minder belangstellenden opdagen.

De absolute prioriteit voor de huidige Iraanse regering is de economie, die als gevolg van revolutionair wanbeleid en oorlog in een rampzalige toestand verkeert. De prijzen stijgen en de bevolking klaagt: voor de regering begint economisch herstel een voorwaarde voor haar overleving te worden, ondanks wijlen imam Khomeiny's uitspraak dat de “Revolutie niet over de prijs van watermeloenen is voltrokken”. Minister van buitenlandse zaken Ali Akbar Velayati heeft recentelijk ook erkend dat economische overwegingen nu zwaarder gaan wegen dan politieke, en dat Iran allereerst buitenlands geld nodig heeft.

Iran heeft dringend behoefte aan grote investeringen voor de wederopbouw van het land, met name herstel en uitbreiding van de olie-industrie. Uit het Westen wel te verstaan, want hoewel Khomeiny's principe 'Oost noch West' volgens Iraanse regeringsfunctionarissen en journalisten van kracht blijft, erkent men dat geld en technologie nauwelijks in het Oosten zijn te vinden.

Maar de investeerders aarzelen. Weinigen zijn (nog) bereid op langere termijn grote bedragen in Iran te riskeren, een land waar buitenlandse deelnemingen voor meer dan 49 procent wettelijk zijn verboden. Een land waarvan ze de regering niet vertrouwen.

“Het doel van Irans buitenlandse politiek is meer vertrouwen te winnen”, zegt M. Firozi, commentator van de Engelstalige Tehran Times. Maar hij zegt ook dat de principes van de Iraanse politiek dezelfde zijn gebleven; “de tactiek verandert in overeenstemming met de omstandigheden in de regio en de internationale situatie”.

De huidige regeerders ogen in veel opzichten in vergelijking met hun voorgangers in de eerste jaren van de Islamitische Revolutie inderdaad opmerkelijk pragmatisch: zie de toenadering tot vroegere vijanden en de neutraliteit tijdens de recente crisis in het Golfgebied die hun ook een zekere internationale respectabiliteit heeft opgeleverd. Aan de andere kant voelen ook zij zich gedwongen lippendienst te bewijzen aan de radicale pleitbezorgers van islamitische zuiverheid die dan wel uit de regering zijn gewipt, maar nog in de bureaucratie verschanst zitten, het parlement domineren en vanuit de moskee invloed kunnen uitoefenen.

Imam Khomeiny's opvolger ayatollah Ali Khamenei waarschuwde Irans verzamelde diplomaten dezer dagen bijvoorbeeld tegen “kwaadaardige pogingen” van vijandelijke propagandamachines de wereld wijs te maken dat “Iran is begonnen het lichtende en voorspoedige tijdperk van wijlen de imam te besmeuren en te kleineren”. Daar is geen sprake van: Iran volgt “de verheven gedachten van de imam” en baseert zijn relaties met de buitenwereld op “menselijke banden en belangen, monothesme en islamitische glorie” - tot zover de radicale Khamenei. Tegelijkertijd onderstreepte de pragmatische Khamenei dat de buitenlandse politiek logisch dient te worden aangepakt en dat geen onbezonnen verklaringen moeten worden afgelegd. Alleen blijft het voor de investeerder moeilijk te bepalen welke verklaring voor interne consumptie is bedoeld, en wat hij serieus moet nemen.

Imam Khomeiny is in zekere zin het schild geworden waarachter de regering een nauwelijks revolutionair beleid verbergt. In naam van Khomeiny werden het afgelopen voorjaar strikte afspraken gemaakt met Saoedi-Arabie - die vroegere marionet van de Grote Satan Amerika - over plaats en voorwaarden voor de demonstratie door Iraanse pelgrims tijdens de Haj, de grote bedevaart naar Mekka, die lijnrecht ingingen tegen Khomeiny's denkbeelden daarover. Nadat de demonstratie zich ver buiten het gewoel van de andere pelgrims in alle rust had voltrokken (Khomeiny riep in 1987 nog op tot “baden van bloed en martelaarschap”), feliciteerde het regime zichzelf met het probleemloze verloop, dat “de ziel van onze overleden en geliefde imam (Khomeiny) heeft verblijd”. “Hoe verder ze zijn pad verlaten, des te meer rechtvaardigen ze hun beleid in zijn naam”, zegt een Iraanse arts. In het circus van de Iraanse politiek voeren president Rafsanjani en de zijnen een ingewikkelde koorddans uit, zoals ook wordt gellustreerd door de interpretatie van het begrip Export van de Islamitische Revolutie. Hojatoleslam Mohtashemi, een van de belangrijkste tegenstanders van de regering en een nagel aan haar doodskist, blijft daadwerkelijke hulp propageren aan groepen die strijd leveren tegen kolonialisme en imperialisme. De regering verkondigt daarover heel andere ideeen. Dr Hamid Reza Assefi, directeur-generaal op het ministerie van buitenlandse zaken, vergelijkt de Export van de Islamitische Revolutie met de Westerse culturele instituten - “het Duitse Goethe-instituut bijvoorbeeld”. Het gaat erom de Islamitische Revolutie uit te leggen - “niet haar met geweld of door oorlog of via enigerlei gewelddadigheid te verspreiden”, onderstreept hij.

Dat de regering bereid is concessies te doen om vertrouwen te winnen in het buitenland blijkt volgens diplomatieke kringen in Teheran uit het feit dat zij zich sinds kort ontvankelijk toont voor het verzoek van het Internationale Comite van het Rode Kruis (ICRC) politieke gevangenen te mogen bezoeken.

Het ICRC kreeg onder de sjah daarvoor toestemming en de bezoeken gingen ook na de Islamitische Revolutie in 1979 nog enige tijd door. Het ICRC spant zich sinds een jaar weer in toegang te krijgen tot de politieke gevangenen - “geen idee hoeveel”, zegt een diplomaat. Dat de regering hiervoor nu plotseling belangstelling toont, wordt geheel toegeschreven aan haar verlangen naar Westerse kredieten. “Zij weet dat zo'n gebaar goed valt in Europa”, aldus een zegsman. Verwacht wordt dat de autoriteiten op korte termijn akkoord zullen gaan met de voorwaarden van het ICRC - waaronder toegang tot alle gevangenen, vertrouwelijkheid van de gesprekken en het recht op een vervolggesprek.

Onder het Westen verstaat men in Iran op dit moment alleen Europa. Het uit 1988 stammende conflict met de EG-landen over Khomeiny's doodvonnis tegen de Britse schrijver Salman Rushdie is nu bijgelegd; alleen met Groot-Brittannie zijn er nog problemen, maar die zijn “van ondergeschikt belang”, aldus dr Assefi. Toenadering tot de Grote Satan Amerika is voor hem echter niet onbespreekbaar: “Het hangt van hen af. Als ze hun goede wil tonen, ontstaat er een nieuw klimaat.” Het gaat daarbij om het oude strijdpunt van de in de VS bevroren Iraanse tegoeden - van Amerikaanse zijde wordt daartegenover gesteld dat Iran zich eerst maar eens moet inspannen de Westerse gijzelaars in Libanon vrij te krijgen. Zo'n inspanning stelt Iran weer afhankelijk van Amerikaanse druk op Israel honderden “onschuldige Libanezen” vrij te laten, en daar zit deze zaak op het ogenblik vast. “Ik zie geen echte wil, niet aan de zijde van Israel, en evenmin een duidelijke aanwijzing van Amerikaanse druk”, zegt Assefi.

Maar dit zijn praktische bezwaren, geen principiele. De radicale factie echter verzet zich met hand en tand tegen elke toenadering tot de VS, dat “symbool van onrechtvaardige overheersing”. Dagelijks verkettert zij de “Amerikaanse arrogantie” en daarin heeft zij de belangrijke steun van Khamenei, die op andere punten het pragmatische beleid van de regering juist onderschrijft. De kwestie van relaties met Washington, en die zijn op den duur net zo min als die met Europa uit te sluiten, wordt zonder enige twijfel een nieuwe casus belli tussen beide richtingen.

Hoe ver het pragmatisme van de regering wel gaat blijkt intussen uit de recente verplichting voor buitenlanders internationale hotels met Amerikaanse dollars te betalen. Zit daarin niet een tegenstrijdigheid: de bezoeker te dwingen in de Islamitische Republiek Iran niet met de Iraanse rial maar met de munt van de Grote Satan af te rekenen? Assefi lacht.