PvdA moet WAO-plan herzien ook al leidt dat tot kabinetscrisis

Het kabinet maakt het zichzelf ongelooflijk moeilijk door het vraagstuk van de arbeidsongeschiktheid en ziekte op te hangen aan zijn eigen afspraak om het aandeel van belastingen en sociale premies in het nationale inkomen (de zogenaamde collectieve lastendruk) stabiel te houden. De belastinginkomsten zijn echter onvoldoende om de overheidsuitgaven met gelijktijdige terugdringing van het financieringstekort te financieren. Het aantal mensen dat een beroep doet op de sociale uitkeringen groeit, maar het nationaal inkomen doet dat maar matig. Het kabinet zit muurvast en heeft dat aan zichzelf te wijten.

Net als vorige kabinetten heeft het de vluchtroute van de consensus tussen werkgevers, werknemers en zichzelf niet meer.

Het is lang geleden, maar het schijnt ooit zo geweest te zijn dat de twee 'sociale partners' en 'de overheid' elkaar vonden op een vaste formule: rendement, werkgelegenheid, beheerste kostenontwikkeling en welvaartsvaste sociale zekerheid. Dat is heel lang geleden. Voor ieder kabinet is nu een moeilijke situatie ontstaan. Het moet maar afwachten hoe de inkomensontwikkeling zal zijn. Het moet ook afwachten wat het beroep op de uitkeringen zal zijn, die in de regel de inkomensontwikkeling volgen (de koppeling). Wanneer dit leidt tot een hogere premiedruk, mag het op basis van zijn eigen afspraak de rekening ten koste van de overheidssector zelf betalen.

Niet de eigen opvatting over de overheidssector is dan de maat, maar de gang van zaken in de marktsector en heel ongrijpbaar de daarmee samenhangende maatschappelijke ontwikkeling, die normen en situaties creeert op grond waarvan mensen een beroep menen te moeten doen op uitkeringen. Deze absurde situatie leidt ertoe dat een kabinet snel in de verleiding komt om door wat willekeurige maatregelen de eindjes aan elkaar te knopen. Los van iedere serieuze beschouwing over een doelmatige overheid wordt er gesneden in de overheidsuitgaven, omdat het nu eenmaal moet.

Het verhaal over de doelmatige overheid verwordt tot een sausje waarmee bezuinigingsoperaties worden overgoten. Omdat ieder kabinet toch formeel verantwoordelijk is voor de sociale-zekerheidsuitgaven, gaat het proberen door vermindering van uitkeringen de collectieve lastendruk ook aan die kant iets te verminderen om zo de eigen sector wat te ontzien.

De vraag wat er werkelijk aan de hand is met ons stelsel van sociale zekerheid in al zijn onderdelen, komt dan niet meer goed aan de orde.

Bij de nu aan de orde zijnde kortingen op WAO en Ziektewet gaat het om werknemersverzekeringen. Bij de eigenlijke overheidsbezuinigingen kan het om alles gaan, maar het betekent bijna altijd dat de meer welgestelden er het minste last van hebben. Vakbeweging, werknemers en in het algemeen de minder welgestelden keren zich ontevreden van de overheid af. Het zittende kabinet zit met de gebakken peren. Degenen die 'de stabilisatie van de collectieve lastendruk' hebben bedacht, beleven hoogtijdagen. De PvdA-aanhang vind je niet onder hen, maar deze partij betaalt nu wel de politieke rekening. Je moet heel naef zijn, als je iets anders had verwacht. Maar zijn ook de werkgevers nu zo gelukkig met de huidige WAO- en Ziektewetvoorstellen?

Ik geloof er niets van. Bij ongewijzigde uitvoering zien de werkgevers vooral uit het midden- en kleinbedrijf met vrees de discussie tegemoet met de vakbeweging en de individuele werknemers over compensaties in de vorm van werkgeverspremies voor particuliere aanvullende verzekeringen, die al of niet per CAO worden afgedwongen. Jan Kamminga van het KNOV heeft dit goed begrepen. Ik zie de FME en de AWV, in welke nuance dan ook, nog wel volgen. De kern van al deze problemen is dat de verantwoordelijkheden over de sociale-zekerheidsuitgaven en de publieke sector in het algemeen niet goed verdeeld zijn en ik vind dat de PvdA daar een strijdpunt van moet maken.

Deze partij moet ophouden zich voor verkeerde karretjes te laten spannen. De PvdA zou naar mijn mening het standpunt moeten innemen dat de kabinetsafspraak over de stabiele collectieve lastendruk wordt beeindigd. De overheid zou zich vervolgens dienen te beperken tot de eigen inkomsten en uitgaven waartoe de volksverzekeringen gerekend moeten worden. De volksverzekeringen tegen inkomensderving en de bijstand beperken zich nu al goeddeels tot het minimuminkomensniveau.

De overheid heeft na deze ingreep haar handen vol genoeg: het financieringstekort moet terug, de overheidsuitgaven moeten beheersbaar worden gemaakt, beleidsprioriteiten moeten kunnen worden gefinancierd, de uitkeringen die vallen onder de volksverzekeringen en de bijstand moeten volgens een bepaalde beleidsafspraak de inkomensontwikkeling kunnen volgen, het draagkrachtbeginsel moet een cumulatie van uitkeringen en inkomens in een huishouden beperken, et cetera.

In mijn visie kan daarom niet genoeg worden beklemtoond dat de werknemersverzekeringen een verantwoordelijkheid zijn van werknemers en werkgevers. De overheid beperkt zich daarom tot het stellen van een aantal voorwaarden. Premies, uitkeringsniveaus en uitkeringsduur zijn geen overheidsverantwoordelijkheid meer. Het is wel een overheidsverantwoordelijkheid dat er sprake zal zijn van gelijke behandeling in gelijke situaties. Tevens moet de overheid erop toezien dat de gelden, die zijn toevertrouwd aan de sociale fondsen met het oog op hun verplichtingen goed worden beheerd.

Op deze wijze dragen werkgevers en werknemers een grote verantwoordelijkheid voor de inkomenspositie van werkenden en niet meer werkenden, de werkgelegenheid en de concurrentiepositie van het bedrijfsleven. De overheid is verantwoordelijk voor het bestaan, de gelijke behandeling en het toezicht. Het thans geldende nog ongewijzigde premie- en uitkeringsregime kunnen ze erven en samen voortzetten. Achter alle inkomensverzekeringen gaan de werkelijke problemen schuil: werkloosheid, fysieke en-of psychische ongeschiktheid van mensen om in bepaalde werksituaties te kunnen functioren. Zowel bij een aantal volksverzekeringen als bij de werknemersverzekeringen gelden ze en vragen om oplossingen, die alleen kunnen worden gevonden wanneer werkgevers veel doen aan preventie, arbeidsomstandigheden en herintegratie.

De overheid dient daarbij ondersteunend op te treden. Ik heb nog geen werkgever ontmoet die zich tegen zo'n aanpak keert, zolang hij er maar begrip voor krijgt dat de economische situatie aanpassing van het personeelsbestand met zich mee kan brengen en dat de arbeidsongeschikten alleen een volwaardige prestatie kunnen leveren in voor hen specifiek gunstige omstandigheden, die niet iedere werkgever zonder meer en altijd kan bieden.

De PvdA moet zich dat aantrekken en via sociale- en onderwijsmaatregelen moet zij de werkgevers en de werknemers tegemoet komen. Scholingsplicht, een ruimer begrip van wat passende arbeid is en sancties bij gebrek aan medewerking (korting van de uitkering, bonus-malusmaatregelen tegenover de werkgever) maken zo'n pakket compleet.

Vele jaren is er over dit alles nagedacht, maar nooit kwamen de sociale partners en de overheid tot elkaar. Het leek erop dat het vooral om de vraag ging wie de Zwarte Piet zou krijgen.

De kabinetsafspraak over de collectieve lastendruk en een ongelukkig opererende PvdA brachten de Zwarte Piet waar die het minst thuishoort: bij een grote groep uitkeringsgerechtigden, werkgevers uit het midden- en kleinbedrijf en de PvdA. Helemaal zonder kleerscheuren gaat het niet meer, maar laat de PvdA toch proberen het tij te keren ook al neemt ze het risico van een kabinetscrisis.

Foto:

Recente demonstratie van verontruste WAO-ers op het Binnenhof. (Foto Rien Zilvold).