Powell & Garner, twee meesterknechten van de jazz

Zomerjazz bij de NOS - Erroll Garner en Bud Powell. Ned.3 21.15-22.00u.

In het NOS-jazzconcert van van avond aandacht voor twee pianisten - het gekwelde genie Bud Powell en het zondagskind Erroll Garner.

De in 1924 in New York geboren Bud Powell had vrijwel alles om de succesvolste pianist van de bebop te worden: een indrukwekkende techniek, een goed gevoel voor harmonieen en een ongeevenaard vermogen om zelfs in de hoogste tempi fraaie melodieen te blijven construeren. Hij maakte in de jaren veertig en vijftig dan ook een aantal schitterende platen, maar kreeg gaandeweg steeds meer last van zenuwinstortingen - wellicht als gevolg van in 1945 opgelopen hersenletsel.

In 1959 verhuisde Powell naar Parijs waar hij dankzij de zorgen van bodyguard Francis Paudras een min of meer geregeld leven leidde en zelfs een bescheiden status op kon bouwen. In augustus 1964 keerde hij terug naar de Verenigde Staten waar hij na een aangrijpende wanhoopsplaat (The Return of Bud Powell) en een desastreus concert in Carnegie Hall langzaam uitdoofde.

In de opnamen die de NOS heeft opgedoken, zien en horen we de 'goede' Powell op enkele avonden in een Parijse club anno 1959: introvert mummelend als altijd, maar spelend als een duivel, vooral in Get Happy en John's Abbey (in 1975 uitgebracht op de verzamelaars-lp Bud in Paris (Xanadu 102)). Ook het spel van slagwerker Kenny Clarke is een lust voor oog en oor.

De hierna volgende beelden uit 1972 van Powells collega Erroll Garner zijn vijf minuten interessant - om het contrast, niet meer of minder. Garner maakt juist extraverte geluiden bij zijn spel, en gebruikt in tegenstelling tot Powell vooral de toppen van zijn vingers. Maar al gauw slaat de verveling toe. De pianistiek van de grijnzende Garner is even glad als zijn gepommadeerde haar en het repertoire omvat behalve het onvermijdelijke Misty nogal slappe songcovers, o.a. van The Shadow of your Smile en Something van ex-Beatle George Harrison. Erroll Garner werd 55, rijk en bijna beroemd, Powell werd slechts in kleine kring bekend, bleef arm, en stierf op zijn 41ste. Maar in de jazzhemel zit de laatste naar verluidt Get Happy te spelen, prinsheerlijk op een gouden pianokruk.