Nieuwe aanpak openbaar vervoer bevalt de NZH

HAARLEM, 2 AUG. Vijf jaar geleden was je volgens een woordvoerder van de NZH een zielepiet als je met de bus moest. Nu gaat het Nederlands grootste busonderneming, de Noord-Zuid-Hollandse Vervoer Maatschappij, voor de wind. Het bedrijf bezit meer dan duizend bussen die op 160 a 170 lijnen in het westen van het land rijden, investeert fors en heeft zelfs ambitieuze plannen gelanceerd voor een ondergronds busstation recht tegenover Amsterdam CS. Behalve de openbare bussen houdt de NZH er de BV 'NZH Reizen' op na. Het is het snelst groeiende touringcarbedrijf van Nederland.

“Tot aan 1985 was het streekvervoer onderworpen aan een nogal bureaucratisch stelsel van overheidsregels, dat niet uitnodigde tot initiatieven. De balans aan het eind van het jaar was per definitie nul; een eventueel exploitatietekort vulde de overheid automatisch aan. Dan ga je niet pezen om een reisje naar Parijs te organiseren”, zegt een NZH-woordvoerder.

Halverwege de jaren tachtig besloot de overheid dat het openbaar vervoer 'bedrijfsmatiger' geexploiteerd moest worden en nam onderzoeksbureau McKinsey in de arm. McKinsey gaf het rijk het advies de verschillende streekvervoerbedrijven, die deel uitmaken van de Holding Streekvervoer (waarvan de staat alle aandelen bezit), vrijer te laten in hun bedrijfsvoering. De nieuwe wet personenvervoer (1988) maakte daartoe de weg vrij.

“Als McKinsey wordt ingeschakeld, weet je wel hoe de wind gaat waaien”, zegt A.L.F.M. Testa, directeur van de NZH. “Wij zijn daarom halverwege de jaren tachtig al bedrijfsmatiger gaan werken. Dat is eerder dan de anderen in de branche. Nu plukken we daarvan de vruchten.”

Gevolg van de verhoogde promotie van het openbaar vervoer is wel dat de toevoer van bussen stijgt: iets waarop bij voorbeeld het stationsplein bij Amsterdam Centraal niet is berekend. De NZH liet daarom een plan ontwikkelen voor een ondergronds busstation onder het open havenfront voor Amsterdams CS. Alle lijndiensten zouden daar moeten uitkomen. In het voorstel van de NZH beslaat het busstation een ruimte van 200 bij 80 meter. De Amsterdamse gemeenteraad besloot in zijn juni-vergadering dat de plannen van de NZH, neergelegd in een prachtige folder, de moeite van verdere studie waard zijn. Wel betwijfelt de raad of de tachtig miljoen gulden, die volgens de NZH voldoen om het station te bouwen, toereikend zullen zijn. De onderhandelingen over de financiering zijn inmiddels begonnen. Pas over enkele maanden zal duidelijk zijn wat er van de plannen terechtkomt.

De NZH timmert niet alleen in Amsterdam aan de weg. In 1990 kende het hele bedrijf een omzetstijging van 18,7 procent naar 233,4 miljoen gulden. De investeringen bereikten een recordhoogte van 40,1 miljoen en het aantal reizigers steeg, nog voor de invoering van de studentenkaart, met vijf procent. De winst nam met 97 procent toe tot 5,4 miljoen. Betekent dit nu dat herstructurering van het openbaar vervoer een doorslaand succes is?

Niet noodzakelijk. Bij navraag blijkt de NZH haar winst- en omzetstijgingen voor “het overgrote deel” aan haar commerciele activiteiten te danken. De omzet groeide verder explosief door de overname van Speedwell touringcars en het noodlijdende streekvervoerbedrijf ENHABO. Bovendien beheert de NZH een kleine rederij, Naco, die goede zaken deed tijdens Sail '90.

Hoe groot het aandeel van deze meer commerciele activiteiten in de winst precies is, geeft de NZH noch mondeling, noch in het jaarverslag aan. Wel deelt het bedrijf mee dat ze de winsten die in de commerciele sector worden gemaakt weer investeert in dezelfde branche. De tak openbaar vervoer profiteert daar dus niet van mee. Bedrijven als NZH worden nog niet aangemoedigd om winsten op 'commercieel' vervoer te gebruiken voor verbetering van het openbaar vervoer omdat de overheid nog steeds zo'n zeventig procent op elk openbaar-vervoerkaartje toelegt.

Is de “bedrijfsmatige” aanpak van de busmaatschappijen in dit licht bezien niet wat scheefgegroeid? Het ministerie van verkeer en waterstaat, waaronder het openbaar vervoer resorteert, deelt desgevraagd mee dat de winstverdeling over de verschillende activiteiten van de streekvervoerbedrijven inderdaad “wellicht enige aanpassing behoeft”. In september start het ministerie een onderzoek; in december zullen daar naar verwachting richtlijnen voor de winstbesteding uit voortrollen.

Maar ook de tak openbaar vervoer kan sinds de reorganisatie op basis van McKinsey winst of verlies maken. Sinds 1988 krijgen busmaatschappijen een bepaald bedrag van de staat, een vergoeding van geschatte 'norm-bus-uren'. Een 'norm-bus-uur' is een ingewikkelde rekeneenheid voor het stads- en streekvervoer waarin factoren zoals lengte van het traject, bevolkingsdichtheid van het gebied en huurprijs van garages zijn verdisconteerd. Met die vergoeding moeten de maatschappijen zien uit te komen. “Sommige inefficiente bedrijven gaan op de fles. De voordelen van slim inkopen en goede roosterplanning vallen nu ook aan ons toe”, zegt Testa.

Het openbaar vervoer heeft de wind in de rug door de plotselinge belangstelling voor het milieu. “Nadat Smit-Kroes zich plotsklaps tot het milieu bekeerde is het snel met ons gegaan. Binnen twee jaar kreeg het openbaar vervoer een aantrekkelijk, vriendelijk en groen imago. Intussen trok de economie aan, waardoor de files alleen maar groeiden. Wij werden gezien als de oplossing”, zegt Testa.

Tussen het traject Purmerend-Amsterdam CS laat vijftig procent van de reizigers zich inmiddels met een 'shuttlebus' van de NZH vervoeren. “We beschikken daar over een busbaan met voorrangsverkeerslichten. De reiziger wordt snel en gerieflijk - met koffie en een krantje - vervoerd.”

En opmerkelijk vaak door een vrouw. Vrouwen maken inmiddels veertig procent uit van het personeel dat de NZH aanneemt. Ook hier is een 'bedrijfsmatige' verklaring voor: “Wij hebben veel werk in de spits, en huisvrouwen die weer willen intreden zijn op dat tijdstip makkelijk in te schakelen.” De NZH werft gericht op vrouwen. “We plaatsen advertenties in vrouwenbladen en zetten er dan een foto bij van een mevrouw bij de bus in een mooi pak.”