Hoe het komt dat ik onzichtbaar ben

Er was eens een man die onzichtbaar was. Ach, laat ik eerlijk zijn: ik was die man. Ik was onzichtbaar.

Als onzichtbaar mens kun je veel meer slechte dingen doen en veel meer goede dingen doen dan een zichtbaar mens kan doen. Omdat ik toevallig een slecht karakter heb, deed ik veel slechte dingen. Ik pikte chocoladerepen uit boodschappentassen en als ik er zin in had liet ik een zichtbare struikelen door mijn onzichtbare been even uit te steken.

Heel leuk allemaal, tot de onzichtbare politie me in een onzichtbare gevangenis gooide, waar ik onzichtbaar water en onzichtbaar brood kreeg en de hele dag aan een onzichtbaar wiel moest draaien.

Dat wiel zat vast aan vier onzichtbare wieken. Alle onzichtbare gevangenen maken de hele dag wind, zodat de zeilboten van de zichtbaren kunnen varen en de molens van de zichtbaren kunnen draaien.

Toen ik mijn straf had uitgezeten, vroeg de portier van de onzichtbare gevangenis: “Wat ga je nu doen?”

“Mijn handen gaan weer stelen en mijn benen gaan weer laten struikelen”, zei ik, “want ik ben nu eenmaal onzichtbaar en heb een slecht karakter.”

“Waarom ga je niet naar een zichtbaarheidscursus?” zei de portier, en hij wees me de weg.

Op die cursus heb ik geleerd zichtbaar te zijn. Dat is ontzettend lastig, want je moet aan al je lichaamsdelen tegelijk denken. Het is geen gezicht als je bij voorbeeld je linkerneusgat vergeten bent.

Nu ben ik zichtbaar en braaf. Ik weet waar de wind vandaan komt; als ik 'zomaar' struikel, dan kun je me met een stok om me heen zien slaan om die onzichtbare pestkop te raken.

Wees blij dat je zichtbaar bent, dan hoef je niet de hele dag aan het grote windwiel te draaien.