Gustav Mahler raasde stuurloos door de ether

Een jaar geleden schreef ik in De Groene Amsterdammer een stukje over Radio Vier. Een knorrig stukje. Onze nationale muziekzender, met de Klassieke Toptien, Te Deum Laudamus, Onder de Hoogtezon en Jacco's Keus, concludeerde ik, fungeert in de praktijk voornamelijk als vuilnisbak. Het is het ongewenste kind van de opportunistische omroepbeheerders, die helemaal geen behoefte hebben aan een door slechts een mini-minderheid beluisterde kwaliteitszender. Dus dumpen zij al hun incourante rotzooi tussen de symfonieen en strijkkwartetten.

“Wel, collega's, waar programmeren wij de wekelijkse kerkdienst?”

“Op Radio Vier, lijkt mij.”

''Maar een kerkdienst valt toch niet onder muziek?''

“O nee? En het orgel dan?”

Zo werd ons verleden zondag een Oecumenische Recreatiedienst vanuit het Recreatiecentrum RNC Zeeland in de maag gesplitst, terwijl ons de komende zondag een Heilige Eucharistieviering vanuit de St. Adelbertabdij te Egmond-Binnen door de strot zal worden gedwongen.

Niettemin was, tot voor enige tijd, de programmering van de zondag zo kwaad nog niet. Dankzij de operamatinee, met een ruime keuze aan muziekdramatische kostbaarheden. En dank zijhet vrijwel wekelijkse optreden, vaak rechtstreeks uit de Van Baerlestraat, van het Concertgebouworkest

Totdat de NOS besloot deze zondag te herprogrammeren. De operamatinee werd geschrapt. Het Concertgebouworkest werd aan de AVRO verkwanseld. Voor de rest is de geherstructureerde zondag inmiddels het exclusieve domein van klepzeikers en klapeksters, die een muziekzender verwarren met een irrigatiekanaal voor onbeteugeld spraakwater.

“Marjol Flore, wat betekent muziek voor jou?”

“Alles!”, sprak Marjol Flore.

Natuurlijk leidde mijn gekanker tot niets. Er is even een poging gedaan, zo meldde mij een bedrijfsspion, om het onderwerp op de agenda van het redactieberaad te zetten. Maar dat was niet nodig, meenden de dienstdoende klepzeikers en klapeksters, omdat hier duidelijk van 'satire' sprake was. Zo gaat het nu eenmaal: Hoe beter je je standpunt formuleert, hoe minder het mensdom je serieus neemt.

Dus wat doe je tegenwoordig op de Dag des Heeren? Je draait een CD of grammofoonplaat. Behalve afgelopen zondag, want toen werd het Concert op de Zondagmiddag verzorgd door het Chicago-symfonie-orkest onder directie van George Solti. Voor de pauze: het eerste pianoconcert van Bartok. Na de pauze de vijfde symfonie van Mahler. Dat was een programma om voor thuis te blijven.

Om kwart over twee schakel ik de radio in, precies op tijd voor het eerste programmapunt. Bartok dus. Bartok? Wat ik hoor is onmiskenbaar Mahler. En niet het eerste deel van zijn symfonie, de Trauermarsch, maar het derde deel, het adagietto. Kan gebeuren, al is er geen omroeporganisatie ter wereld die dergelijke stompzinnige vergissingen maakt, niet de BCC, niet Frane Musique, niet de WDR, niet Radio Saarland en zelfs niet de BRT. De praktijk te onzent is dat het muziekstuk na een of twee minuten wordt weggedraaid, waarna de omroeper enige verontschuldigingen stamelt en de band andermaal, nu op de goede plek, wordt gestart.

Maar niet nu. Na tien minuten merk ik dat ik gebiologeerd naar het radiotoestel zit te staren. Het adagietto is inmiddels overgegaan in het rondo, het laatste deel van de compositie, en nog altijd heeft blijkbaar geen mens in de studio iets gemerkt. Goed, men moge daar het verschil niet weten tussen een pianoconcert van Bartok en een symfonie van Mahler, maar er zou toch iemand moeten zijn die het opvalt dat in dat aangekondigde pianoconcert geen piano te horen valt? Maar de geluidstechnicus is blijkbaar een sjekkie gaan roken en de verantwoordelijke redacteur-trice zit zich waarschijnlijk in de kantine te beraden hoe zij onze volgende zondag kan versjteren.

Er is inmiddels bijna een half uur verstreken. Mahler raast nog steeds stuurloos door de ether, vergelijkbaar met de onbemande bommenwerper uit Stanley Kubricks Dr. Strangelove.

Het is niet om aan te horen en niet om uit te houden. Dus draai ik het nummer van de NOS, beland bij de bewakingsdienst van het Audiocentrum en leg uit dat ik de dames en heren van het zondagmiddagconcert graag even wil waarschuwen dat zich een kleine natuurramp aan het voltrekken is. De man probeert mij zonder succes met de juiste studio door te verbinden. “Het spijt me, meneer, ik kan niemand vinden. Maar ik zal een notitie maken en die zal ik de mensen wel geven, als zij langskomen.”

Bij de radio teruggekeerd val ik net in de laatste maten van het afsluitende deel. Waarna de stem van de omroeper: “Ja, dames en heren, onze excuses. Door een onduidelijkheid in de bandnummers hebben wij het slot van de symfonie beluisterd. Wij gaan nu verder met de eerste drie delen...” Noem het een oplossing. Maar dan wel de oplossing van de museumdirecteur die De Nachtwacht op zijn kop heeft gehangen of de uitgever die Madame Bovary zonder deel drie op de markt heeft gebracht.

Geergerd schakelde ik over op Radio Tour de France - om drie kwartier later weer naar Mahler terug te keren, benieuwd als ik was naar de manier waarop deze precedentsloze vertoning zou worden afgekondigd. Wij hebben geluisterd naar de vijfde symfonie van Gustav Mahler, gespeeld door het Chicago Symphony-Orchestra onder leiding van sir George Solti, zei de omroeper, blijmoedig, alsof er niets ongewoons was geschied. En hij vervolgde: “Dan nu, in de pauze van ons Concert op de Zondagmiddag: het programma Praten over Muziek...”

Dat behelsde een moraliserend vraaggesprek met een vertegenwoordiger van het Van der Valk-concern over de wijze waarop dit horecabedrijf bezig is met het verpulpen van de Nederlandse cultuur.