EG verstrikt geraakt in eigen bemiddelingsplan

Vanmiddag is al weer voor de vierde keer een ministersdelegatie van de Europese Gemeenschap voor bemiddeling naar Joegoslavie vertrokken, en de roep om behalve politici ook militairen te sturen klinkt steeds luider. Vorige week werd de oproep van de Kroatische president Tudjman aan de EG om haar “blauwhelmen-vredestroepen in gereedheid te brengen” nog met besmuikt gelach ontvangen, maar negen dagen en meer dan honderd doden later wordt in steeds meer Europese hoofdsteden serieus met de gedachte gespeeld. Als de missie onder leiding van minister Van den Broek dit weekeinde mislukt en het bloedvergieten in Joegoslavie doorgaat, zou zij wel eens onweerstaanbaar kunnen worden.

Maandag stelde de Franse minister van buitenlandse zaken, Dumas, zijn EG-collega's voor militairen mee te sturen met een korps van drie- tot vierhonderd Europese waarnemers. Deze “missionarissen” zouden volgens Dumas' tien-punten-plan weliswaar niet hun militaire uniform dragen, maar wel lichte vuurwapens.

Dumas' voorstel haalde het niet, maar dinsdag wilde de Britse minister Hurd het sturen van een Europese vredesmacht op de langere termijn niet meer uitsluiten. En zijn Italiaanse collega De Michelis erkende dat de EG “tot in haar nek” in de Joegoslavische crisis zat en “alles” moet doen om haar tot een goed einde te brengen.

Woensdag zei bondskanselier Kohl dat het “onverantwoord zou zijn niet een vredesmissie voor te bereiden van de WEU (de organisatie waarin negen EG-leden op militair gebied samenwerken). Wij moeten iets voorbereiden dat de wreedheden en vijandelijkheden kan afschrikken.” En Kohls tweede man in de CDU, secretaris-generaal Volker Ruhe, pleitte onomwonden voor het sturen van een gewapende legermacht om de strijdende partijen in Joegoslavie te scheiden, al werd dit gisteren door minister van buitenlandse zaken Genscher weer tegengesproken.

Minister Van den Broek, dit half jaar voorzitter van de Raad van ministers van de EG, heeft al gewezen op enkele praktische bezwaren. De EG heeft geen legermacht en het zou veel tijd vergen er een te organiseren in het kader van de WEU. Maar gisteravond vond - na de Luxemburger Poos - ook de Nederlandse minister dat een militaire interventie in Joegoslavie niet mag worden uitgesloten als op een andere manier niets kan worden bereikt.

Het sturen van troepen zou een radicale verandering zijn van de wijze waarop de EG tot nu toe buitenlandse politiek pleegt te bedrijven: met woorden en geld. Maar geen geheel onlogische verandering, gezien de beloften die de Gemeenschap zichzelf heeft gedaan.

Tijdens de Europese topconferentie eind juni, toen de Europese leiders drie van hun ministers heen en weer naar Joegoslavie stuurden om in het toen net uitgebarsten conflict te bemiddelen, werd niet verhuld dat de wereld hier getuige was van een EG die afrekende met haar slappe imago uit de Golfcrisis. En sindsdien is Joegoslavie steeds meer een - zelfopgelegde - testcase geworden voor de gemeenschappelijke buitenlandse politiek waarnaar de EG streeft. De Amerikaanse regering kijkt nieuwsgierig toe hoe het afloopt.

Wat hebben de ministers tot nu toe gedaan? Tijdens een ingelaste bijeenkomst begin juli in Den Haag werden de Twaalf het eens over een onmiddellijk wapenembargo tegen Joegoslavie, over opschorting van de reeds afgesproken financiele hulp en over het sturen van waarnemers.

Op 7 juli kon de EG-trojka na zestien uur onderhandelen op het eilandje Brioni aankondigen dat zij met de Joegoslavische leiders een bestand had bereikt: het federale leger zou worden teruggestuurd naar de kazerne, het staatspresidium zou weer normaal functioneren met de Kroaat Stipe Mesic als president, Slovenie en Kroatie zouden de uitvoering van hun onafhankelijkheid drie maanden opschorten. En op 1 augustus zou een ronde-tafelgesprek over de toekomst van het land beginnen.

Om het wankele bestand te controleren stuurde de EG waarnemers in witte kostuums naar Slovenie, waar tot dan toe de meeste schoten waren gevallen. Helaas, de strijd verplaatste zich naar Kroatie en kreeg een ander karakter. Niet meer de onafhankelijkheidsstrijd van de republiek tegen de federatie, maar een bloedige burgeroorlog tussen twee volkeren binnen een republiek, die al dan niet werd opgestookt vanuit Belgrado.

De Nederlandse leider van het waarnemersteam haastte zich te zeggen dat zover zijn mandaat zich niet uitstrekte. De waarnemers moesten de naleving van het bestand controleren en erop toezien dat de strijdkrachten naar de kazernes terugkeerden. Maar ze konden aan het akkoord van Brioni geen andere opdracht ontlenen en zich dus niet bemoeien met de etnische conflicten in Kroatie, zo legde later ook minister Van den Broek uit. Intussen liep het werk van het staatspresidium vast op de vraag waar moest worden vergaderd. Kortom, Brioni was binnen een week door de gebeurtenissen achterhaald.

Afgelopen maandag heeft de EG op voorstel van Van den Broek besloten het aantal waarnemers uit te breiden van vijftig tot 150 a 200 en de waarnemers ook in Kroatie te laten opereren. De vraag rijst alleen hoe, wat en wie zij moeten waarnemen, want de toedracht van de bloedige incidenten tussen Serviers en Kroatiers in de republiek blijft schimmig.

Niet minder belangrijk is de vraag hoe de EG moet reageren als straks de eerste waarnemer wordt doodgeschoten. Op het ministerie van buitenlandse zaken in Den Haag is het idee opgeborreld dat de waarnemers voor hun eigen veiligheid op gezamenlijke patrouilles kunnen gaan met eenheden van het Joegoslavische federale leger en van de Kroatische militie. Het is maar te hopen dat die dan niet onderling slaags raken.

De zitting waarin het Joegoslavische staatspresidium zich over dit nieuwste EG-plan zou uitspreken mislukte doordat Kroatie niet meer wil overleggen zolang vanuit Servie de oorlog wordt voortgezet, zodat het Europese initiatief nu wat in de lucht zweeft. De missie die Van den Broek en zijn Luxemburgse en Portugese collega's dit weekeinde ondernemen en de rol van de waarnemers in Kroatie is daarmee niet gemakkelijker geworden. “De ministers gaan proberen de strijdende partijen weer aan tafel te krijgen om hen te wijzen op de ernst van de situatie”, zo kon een woordvoerder het doel van de reis omschrijven.

Intussen gaat het bloedvergieten door en heeft de Kroatische president Tudjman gisteren in een dramatisch appel aan “Europa en de wereld” geroepen om “hulp, teneinde een totale oorlog te vermijden”. Hij kondigde daarbij ook aan dat de Kroatische Nationale Garde meer dan in het verleden tot de “tegenaanval” zal overgaan, zonodig ook tegen eenheden van het Joegoslavische leger.

Kortom, vier weken na de eerste bliksemactie lijken de met veel publiciteit omgeven bemiddelingspogingen van de EG bitter weinig te hebben opgeleverd. De frustratie daarover neemt toe en zo dringt de keuze zich op: terugtrekken of verder gaan. In steeds meer Europese hoofdsteden wordt de balans opgemaakt en het woord terugtrekken is nog niet gehoord.