Een jaar later

EEN JAAR NA de Iraakse inval in Koeweit staan de gesaboteerde bronnen er nog steeds in brand, wordt de hemel er verduisterd door de rookwolken en worden bodem en water er verpest door doelloos uitstromende olie.

De Koeweiti's leven met de wrok tegen iedereen die zij van heulen met de vijand betichten, echte en vermeende collaborateurs, de Palestijnen voorop, met de wetenschap dat het leven binnen en buiten Koeweit weinig meer te bieden heeft. Een verscheurde en zwaar verminkte samenleving is achtergebleven terwijl de overwinnaars hun zegevierende parades hielden.

In Bagdad zelf zetelt de heerser, aanstichter van al het kwaad, aan het eind van zijn 'boulevard of broken dreams'. Deze week kondigde hij ter gelegenheid van de eerste verjaardag van de herbevestiging van de tak Koeweit aan de boom Irak nog maar weer eens de overwinning af. De vernietigingsaanval op Irak en de Irakezen was afgeslagen en hij, Saddam Hussein, eiste de verantwoordelijkheid voor dit succes op. De psychologen mogen deze intense vorm van zelfverzekerdheid nog niet afdoende hebben kunnen verklaren, voor de politicologen ligt de conclusie voor de hand: Saddam Hussein heeft de verhoudingen uiteindelijk beter beoordeeld dan zijn tegenstanders. Zijn dromen mogen zijn vernietigd, land en volk mogen lijden onder de gevolgen van onderdrukking, oorlog en boycot, maar de heerser zelf is onaantastbaar gebleven.

DE BALANS opmakend wordt de vraag gesteld: is de reusachtige militaire inspanning dit resultaat waard geweest, wegen de offers aan levens, have en goed op tegen de voortdurende ellende van alle bewoners van het oorlogsgebied - op een handjevol machthebbers aan beide kanten na. Het antwoord is bevestigend. Het stond niet bij voorbaat vast dat de wereld zou reageren, zoals zij heeft gedaan - ook al is achteraf vastgesteld dat president Bush al veel eerder dan vorige zomer en herfst werd aangenomen, tot zijn besluit was gekomen dat gewapend ingrijpen onvermijdelijk was. Maar wanneer de agressie van Saddam Hussein onbeantwoord was gebleven, was dat een aanmoediging geweest voor verdere agressie - van de kant van de heerser van Bagdad en van andere avonturiers.

Er zal nog heel wat meer worden gespeculeerd over de modaliteiten van het antwoord. Was de boycot alleen niet voldoende geweest of hadden de Amerikanen toen zij eenmaal naar de wapens hadden gegrepen, niet moeten doorstoten naar Bagdad? De eerste variant kan nog naast de actuele feiten worden gelegd en die stemmen niet tot optimisme. Zelfs na de overtuigende nederlaag op het slagveld speelt Saddam Hussein kat en muis met Iraks minderheden en met internationale inspectieteams die zijn arsenalen komen controleren. De volgehouden boycot is langzamerhand een wapen in Saddams hand geworden. Met de mars op Bagdad ligt het moeilijker. Die heeft niet plaatsgehad en het is daardoor onmogelijk zekerheid te krijgen over de effecten ervan.

ZO WORDT de wereld geconfronteerd met een onbevredigende toestand op het territoir van Irak en Koeweit. Maar het is wel de enige toestand die er is en waarop politiek en diplomatie zich hebben te richten. Zolang de mensheid nog niet heeft kunnen bepalen wat haar 'normale' omgeving is - oorlog of vrede - kan ook niet van een bevredigende toestand worden gesproken. De nieuwe orde van president Bush is een orde van vreedzame verhoudingen tussen staten en naties en binnen staten en naties. Maar die orde moet nog wel worden gevestigd. Op zijn best naderen we haar stap voor stap.