Directeuren krijgen opslag van 28,8 procent tot 570.000 gulden per jaar; Rel over salarissen Wereldbank en IMF

ROTTERDAM, 2 AUG. De aangekondigde verhoging van het salaris voor de directeuren van de Wereldbank en van het Internationaal Monetair Fonds (IMF) heeft de nodige beroering gewekt. Gisteren werd besloten de salarissen met 28,8 procent te verhogen tot omgerekend 570.000 gulden per jaar. Dat is een opslag van 120.000 gulden. De beslissing heeft in de praktijk tot gevolg dat ook de salarissen van de stafleden van de Wereldbank en IMF zullen stijgen, van de huidige ruim drie ton per jaar naar 380.000 gulden.

De salarisstijging zal hoogstwaarschijnlijk leiden tot nieuwe klachten over de overbetaling van de staf van Wereldbank en IMF. Het Amerikaanse congres tekende hier al eerder bezwaar tegen aan.

Oorspronkelijk wilde men het salaris van de presidenten zelfs laten stijgen tot 580.000 gulden, maar volgens een bron werd daar tienduizend gulden vanaf gehaald om gezichtsverlies te beperken. Groot-Brittanie en Duitsland drongen daar op aan na een golf van publiciteit over de voorgestelde salarisverhoging in deze landen.

De Verenigde Staten en Canada vonden de voorgestelde stijging ook nu nog “excessief” en stemden tegen. Zij stelden een verhoging van 16 procent voor, een percentage dat in de buurt komt van de stijging van de kosten van levensonderhoud sinds de laatste salarisvaststelling uit 1988. Het jaarlijkse salaris zou dan ergens tussen de 520.000 en 540.000 gulden uitkomen. De twee landen werden echter overstemd door andere leden van zowel Wereldbank als IMF.

Lewis Preston, die in september het voorzitterschap van de Wereldbank overneemt van Barber Conable, voelde zich in verlegenheid gebracht door de salarisstijging. Hij is niet degene die erom heeft gevraagd.

Volgens welingelichte kringen is de Fransman Michel Camdessus, directeurvan het IMF, de drijvende kracht achter de salarisopslag. Het schijnt Camdessus niet te zinnen dat zijn landgenoot Jacques Attali, als hoofd van de Europese Bank van Reconstructie en Ontwikkeling, een jaarsalaris heeft van ruwweg 580.000 gulden. Camdessus wil daarvoor niet onder doen. Het huidige salaris van Attali is ook precies het salaris dat aanvankelijk werd voorgesteld voor de hoofden van Wereldbank en IMF.

Attali buigt zich uit hoofde van zijn functie over de economische ontwikkelingen en veranderingen in Oost-Europa en de Sovjet-Unie. Camdessus is volgens bronnen van mening dat de status die verbonden is aan de positie van Attali lager is dan zijn status als hoofd van het IMF en dat hij dus ten minste evenveel moet verdienen als Attali.

Normaal gesproken zou de staf van de Wereldbank over het salaris hebben onderhandeld. In de praktijk zijn de jaarsalarissen van het hoofd van de Wereldbank en van het IMF aan elkaar gelieerd, en zou het salaris van Camdessus de ontwikkeling bij de Wereldbank volgen. Nu nam Camdessus echter het voortouw.

“De Franse uitvoerend directeur bij het IMF ontpopte zichzelf als de agent van Camdessus. De situatie werd steeds minder plezierig naarmate de tijd vorderde”, zei een bron. Om het voorstel tot de forse opslag te ondersteunen lieten lobbyisten van Camdessus zelfs een overzicht circuleren van het inkomen dat het hoofd van de Franse centrale bank toekomt. Dat is nog hoger dan de genoemde salarissen.

De reden dat de salarisopslag niet is verworpen door andere leden van de Wereldbank is volgens een bron gelegen in de angst van kleine ontwikkelingslanden. Deze landen zijn altijd bang dat stemmen tegen salarisverhoging van het management van de Wereldbank tot gevolg zal hebben dat ze minder makkelijk een lening van de bank loskrijgen, en stemden dus voor.

De betaling van president en topmanagers bij de Wereldbank en het IMF geschiedt voor tweederde in de vorm van een salaris. Eenderde wordt uitgekeerd in de vorm van een toelage, die niet opgegeven hoeft te worden. Voor niet-Amerikanen is het gehele inkomen overigens belastingvrij.

Het inkomen van Attali (ook belastingvrij) is zo hoog als het is vanwege het voornemen van de Europese Bank voor Opbouw en Ontwikkeling zich op de ontwikkeling van de prive-sector te concentreren. Daaruit volgt volgens de nieuwe bank dat de door haar betaalde salarissen ook moeten overeenkomen met de salarissen die in de vrije sector worden verdiend. “De Europese Bank keek bij het vaststellen van de inkomens niet naar het IMF, de Wereldbank of vertegenwoordigers van de Verenigde Naties, maar naar wat er op Wall Street wordt uitgekeerd”, zei een functionaris. Het salarisstrookje van topman Attali is eveneens de maat waaraan de salarissen van het middenkader van de bank worden afgemeten.