De zieke koe

Piet de boer ging op een dag alles controleren bij zijn dieren. Eerst ging hij langs de varkens. Daar ging alles goed, alleen de modder was opgedroogd. Dus pakte de boer zijn tuinspuit en deed water op de grond. Daarop gooide hij een beetje aarde. Verder hoefde hij niets te doen.

Daarna ging boer Piet naar de kippen. De kippen waren rustig mas aan het pikken. De boer had twaalf kippen. Elke kip heeft een naam. Ik zal er een paar noemen: Kakeltje, Astrid, Karpertje en Lenneke. Elke kip legt per dag een ei. Sommige eieren verkochten ze en de andere eieren aten ze op.

Toen ging de boer naar de koeien. Hij had er twintig. Bij de elfde koe zag de boer iets vreemds. Hij loeide veel harder dan de anderen. De boer werd bezorgd om de elfde koe. Daarom belde hij de dierenarts op. Zijn assistente Marlous nam op. Marloes zei dat de dierenarts met een diertje bezig was maar dat hij zo snel mogelijk zou komen.

Na een half uurtje kwam de dierenarts. Hij onderzocht alles. Op het laatst vroeg hij aan de boer: weet u wat hij kan hebben? Nee, zei de boer, u bent de dierenarts. Het spijt me, zei de dierenarts, maar ik kan niets vinden. Toen keek de dierenarts naar koe twaalf. Hij keek ernaar omdat hij iets verschillends zag. De dierenarts kon er alleen niet op komen wat het was. Toen keek hij weer naar koe elf in zijn stal. Hij keek naar het voer van koe elf en ineens zag hij het. De koe had geen Bigs in zijn voederbak maar kippevoer. Daarom hoestte de koe zo. Een koe heeft zeven magen en daarom had koe elf extra veel buikpijn. Als eerste deed de dierenarts Bigs in de voederbak van koe elf. Het kippevoer wierp hij bij de kippen. Hij zei tegen boer Piet: ik schrijf uw koe medicijnen voor. En na een week was boer Piet heel blij want koe elf was weer beter!