Cruijff: Ajax krijgt nog spijt van Witschge

ODOORN, 2 AUG. Johan Cruijff herinnert zich Willem van Hanegem als een van de beste linksbenige nummers tien in een elftal die er ooit in het internationale voetbal hebben rond gelopen. Daarna was het behelpen geblazen met kwalitatief uitzonderlijke middenvelders met een natuurlijk linkerbeen. Om die reden kan Cruijff het zich ook absoluut niet voorstellen dat Barcelona met de bijna acht miljoen gulden die de club aan Ajax heeft betaald, een eventuele miskoop heeft gedaan met Richard Witschge. Een transfer die werd afgerond toen de technisch directeur van Barcelona zelf met vakantie in de Verenigde Staten was.

“Ik vind Witschge een hele goede voetballer. Spelers met zo'n linkerbeen, met die mogelijkheden, zijn zelfs in Europa schaars”, weerlegt Cruijff de kritiek dat Witschge bij Ajax bijna anderhalf jaar niet heeft gescoord. Cruijff: “Ik denk dat hij bij Barcelona wel eens een goaltje maakt. Als iemand normaal gesproken scoort, waarom zou hij dat dan verleren? Als Johnson in de atletiek negen zoveel loopt, maar nu niet meer, dan praat je over hele kleine details. Iemand kan alleen op tijd zijn als-ie honderd procent aanwezig is. Met een instelling van zeventig procent ben je altijd te laat.”

Wijs geworden door de ervaring trekt Cruijff een vergelijking met andere Ajacieden die voor het grote geld hebben gekozen in het buitenland. Cruijff: “Ajax heeft altijd over heel goede voetballers beschikt. Alleen zag je ook bij Rijkaard, Van Basten en Koeman dat wanneer de boel wordt aangedraaid deze spelers pas optimaal gebruik gaan maken van hun mogelijkheden. Waarom het bij Ajax niet gelukt is met Witschge kan ik niet beoordelen. Dat interesseert me ook niet. Witschge is iemand die een enorme druk nodig heeft. Die zal hij bij ons met 100.000 mensen op de tribune ook wel ervaren. Witschge heeft nog nooit op honderd procent gevoetbald. Dat zal hij bij Barcelona wel moeten. Of het me op een aardige manier lukt om dat er bij hem uit te krijgen of op een niet aardige manier, ligt helemaal aan hemzelf.”

Zelf praat de linker-middenvelder over zijn prille ervaringen bij de Spaanse kampioensploeg over “een zware eerste week.” Aangezien er in de Spaanse competitie maar drie buitenlanders in een elftal mogen worden opgesteld moet Witschge wekelijks de concurrentie aangaan met Ronald Koeman, de Deen Laudrup en de Joegoslaaf Stojtskov. Witschge: “Het is deze week voor mij iedere dag half acht opstaan en om acht uur de bossen in om een kilometertje of vijf te lopen. Wat ik er de eerste dagen van gezien heb gaan ze er hier feller tegenaan dan bij Ajax. Ik realiseer me dat het knokken zal worden voor me. Voor een vaste plaats in het elftal moet ik opboksen tegen wereldvoetballers. Ook de taal is nog een probleem. Ze spreken geen Engels. Het is vaak met handen en voeten proberen duidelijk te maken wat je bedoelt.”

Voor Cruijff vormt de concurrentiestrijd binnen zijn selectie geen enkel probleem. De technisch directeur ziet er in het Drentse Odoorn, waar Barcelona deze week zijn trainingskamp heeft opgeslagen, afgetraind uit en formuleert zorgvuldig zijn woorden. “In totaal spelen we met Barcelona zo'n 110 wedstrijden per seizoen. Vorig jaar was de praktijk dat we door schorsingen en blessures gemiddeld met zo'n twee buitenlanders in het elftal per wedstrijd speelden.”

Het feit dat hij Richard Witschge afgelopen dinsdag in een trainingswedstrijd reserve zou hebben gezet wuift Cruijff van tafel. “Er was niet eens sprake van een elftal. Maar van twee groepen van veertien. Met hetzelfde recht had je kunnen stellen dat ook Laudrup en Koeman reserve stonden.”

Ronald Koeman heeft er dit seizoen wel zin in. Hij is eindelijk verlost van een hardnekkige achillespees-blessure, voetbalt met aangepast schoeisel en verklaart optimistisch: “Gezien de versterkingen dit jaar moet je er van uitgaan dat we een van de belangrijke kandidaten zijn voor het winnen van de Europa Cup I. Hoewel het kampioenschap het belangrijkste blijft in Spanje.”

Of Barcelona na AC Milan de nieuwe trendsetter wordt in het Europese voetbal laat Cruijff enigszins in het midden. Hij kiest liever voor een wat cryptischer benadering met de uitspraak: “Ik ga als trainer uit van de zwakke punten bij de tegenstander, anderen gaan uit van de sterke punten bij een tegenstander. Dat is het hele verschil. Ik denk dat Barcelona steeds beter zal gaan voetballen. Het is een van de elftallen in Europa die voor negentig procent aanvallend denken.”

Cruijff realiseert zich daarbij dat hij Ajax met de transfer van Witschge financieel enorm geholpen heeft. “Daar ben ik me wel van bewust, ja. Ik ben toch Ajacied? Mijn standpunt is dat ik Ajax betaal voor een heel goede voetballer. Maar het is waarschijnlijk dat ze zich bij Ajax over een jaar zullen realiseren dat het stom is geweest dat ze hem weg hebben gedaan.”

Naast de aankoop van Witschge heeft Barcelona zich verder nog versterkt met de spelers Nadal (Mallorca), Cristobal (Logrones) en Juan Carlos (Atletico Madrid). Cruijff typeert het als een evenwichter aankoopbeleid dan dat van aartsrivaal Real Madrid, waar de Roemeen Hagi en de Braziliaanse verdediger Rocha (door Romario warm aanbevolen bij de technische leiding van PSV) de voornaamste aankopen zijn. Cruijff: “Voetbal is in Spanje een gevecht op leven en dood. Het weerspiegelt het grote verschil tussen rijk en arm, wat je in Spanje niet alleen in het voetbal aantreft. In principe gaan we dit jaar weer voor alle finales. Hoewel het lastig zal worden de successen van het afgelopen seizoen - waarin alleen de finale voor de Europa Cup in Rotterdam eigenlijk een misrekening was - te overtreffen.”

Duidelijk is dat Cruijff in dit tussenjaar in het voetbal zonder EK of WK al zijn aandacht richt op Barcelona. Het Nederlands elftal heeft op dit moment slechts zijn zijdelingse belangstelling. Vorig jaar liet hij Rinus Michels nog een soort bedevaart maken naar Odoorn om hem nog een precies uit te laten leggen waarom hij Cruijff als coach voor het wereldkampioenschap voetbal in Italie had laten vallen voor Leo Beenhakker. Terwijl de belangrijkste internationals allemaal de naam van Cruijff hadden genoemd als degene die Oranje in Italie naar WK-succes had moeten leiden.

Maar de KNVB is nog niet van hem af. Het betrof slechts een simpele verspreking, maar de gedachte die er achter lag sprak voor zich toen Cruijff zich gisteren in Odoorn liet ontvallen: “In 1994 is de gemiddelde leeftijd van de huidige Nederlands elftal selectie zo'n 27, 28 jaar. Qua ervaring en kwaliteit moet de groep dan normaal gesproken op zijn top zitten.”

Nederlands beste voetballer aller tijden zweeg veelzeggend. Achterblijvend met zijn gedachten dat 1994 een ideale situatie vormt om tijdens het wereldkampioenschap voetbal in de Verenigde Staten wel als coach plaats te nemen op de bank van Oranje.