BCCI hielp in Nederland drie effectenfraudeurs

AMSTERDAM, 2 AUG. De Bank of Credit and Commerce (BCCI), die op verdenking van fraude bijna overal ter wereld is gesloten, heeft in de jaren tachtig drie zwendelende Amsterdamse effectenkantoren geholpen bij het wegsluizen van honderden miljoenen guldens. De effectenhuizen - First Commerce, United Consultants en Tower Securities - zijn in 1986 failliet verklaard.

De kantoren brachten via aggresieve verkooptechnieken dubieuze aandelen aan de man. First Commerce, de grootste van de drie, heeft zo naar schatting 300 a 400 miljoen dollar omgezet, United en Tower samen circa zestig miljoen dollar. Een groot deel van dat geld is via verschillende bankrekeningen weggesluisd en nu onvindbaar.

In 1984 deed de politie een inval bij First Commerce, waarop een aantal van de werknemers het land werd uitgezet. First Commerce bracht ondere andere aandelen op de markt van DeVoe-Holbein, een op de Antillen gevestigd bedrijfje dat een techniek zou ontwikkelen om metalen terug te winnen uit afvalwater. De aandelen, waarvan de handel en dus ook de prijs in stand werd gehouden door First Commerce, bleken volledig waardeloos.

In 1984 werd de First Commerce verkocht aan de Luxemburgse Alya-groep, waarachter de Gulf-groep schuilging van de Pakistaanse familie Gokal. De Gulf-groep heeft een schuld van enkele honderden miljoenen bij de BCCI. Een aantal mensen uit de Gulf-groep nam de leiding van First Commerce over, onder wie enige tijd S.A. Raouf, de huidige directeur van het handelshuis Lindeteves (dat door de in nood verkerende Gulf-groep nu zal worden verkocht.)

In 1986 volgden weer politie-invallen en het faillissement van First Commerce. Recentelijk is gesuggereerd dat Rotterdam Investment Group (RIG), die half april is geschorst als lid van de Amsterdamse effectenbeurs, een voortzetting is van First Commerce.

In 1989 zag het Openbaar Ministerie af van verdere afwikkeling van juridische procedures tegen First Commerce en de betrokken medewerkers. De curator zag er daarbij vanaf een twintigtal betrokken personen financieel aan te spreken. Met de verdachten werd een schikking getroffen van 6,5 miljoen, waarvan 5,5 miljoen ten goede kwam aan de failliete boedel van First Commerce.

De drie effectenhuizen gebruikten rekeningen van BCCI in ondermeer Amsterdam, Luxemburg, New York en Isle of Man. Bij het faillissement waren alle rekeningen bij BCCI overigens leeg, volgens curator mr. J.C. van Apeldoorn. De curator voert nog menig proces tegen mensen en vennootschappen die zijns inziens geprofiteerd hebben van de opbrengst. De schuldeisers bij de faillissementen zijn voor 99 procent particulieren.

Het geld verdween indertijd in hoog tempo van bankrekening naar bankrekening naar bankrekening, tot het vrijwel niet meer te traceren viel. “Vaak staat het geld in dergelijke gevallen maar een of twee dagen op een rekening”, zegt Van Apeldoorn. “Dat is een van de methoden om geld onvindbaar te maken. Je weet dat er geld naar een bepaalde bankrekening is gegaan, maar je weet niet waarom, en dikwijls kom je er ook niet achter wie de begunstigde is van zo'n rekening.”

Vaak loopt het spoor voor de speurende curator dan ook dood, maar waar hij het spoor toch nog terugvindt, voert hij nu een proces. Zoals in Gibraltar waar Van Apeldoorn vier miljoen dollar ontdekt heeft op rekeningen van drie onbekende Panamese vennootschappen. “Ik meen dat dat eigenlijk geld is van Tower”, aldus de curator.