Zelfs Breukinks lege auto in Chaam 'n bezienswaardigheid

CHAAM, 1 AUG. De Acht van Chaam, het bekendste wielercriterium in Nederland, voert niet door de Schootakkerstraat. Toch is het er elk jaar voor de start van de wedstrijd net zo druk als langs het parcours zelf. De wielrenners verkleden zich namelijk bij gastvrije bewoners in de doorgaans zo rustige straat en de fans stromen dan met honderden tegelijk toe om een glimp van hun helden op te vangen en het liefst nog een handtekening of foto te bemachtigen. Zelfs de lege Mercedes van Erik Breukink blijkt een bezienswaardigheid. “Moet je eens kijken hoe veel hij op z'n teller heeft staan!”

De grootste opstopping vindt op de stoep voor huisnummer 57 plaats. De familie Coenraads biedt aan liefst 32 renners haar slaapkamers als omkleedruimte aan. Het staat vol met fietsen. “Mijn vader heeft vroeger iets in het wielrennen gedaan. Iedereen kent hem nog”, vertelt de dochter des huizes. “We kunnen de tuin weer gaan aanharken. Alles is platgelopen”, zegt ze als alle gasten naar de start zijn vertrokken. “Dat omkleden bij particulieren lijkt misschien een beetje amateuristisch”, stelt Ad Coenraads, de voorzitter van het organisatiecomite en een neef van die andere Coenraads. “Maar dat is juist de charme van de Acht van Chaam.”

Voor Joop Zoetemelk werd vroeger een uitzondering gemaakt. Hij kleedde zich in Chaam jarenlang niet in de Schootakkerstraat om, maar thuis bij Ad Coenraads, toen nog secretaris. “Anders was er voor hem geen doorkomen aan tussen al die mensen. Ik woon verder van het parcours af en Joop kende de binnenweggetjes naar mijn huis. Dan kwam hij bijtijds, ging nog even slapen en reed daarna zonder problemen naar de start.” Coenraads noemt Jan Janssen qua populariteit in een adem met Zoetemelk. “Het jaar dat Janssen de Tour won, in '68, was Chaam echt te klein.”

Coenraads schat het toeschouwersaantal in de desbetreffende 'Acht' op “een dikke 100.000”, nog steeds het record. Tegenwoordig komen er beduidend minder mensen op het criterium in de Brabantse gemeente af. Dit keer zijn het er volgens Coenraads ongeveer 35.000. Toch is hij tevreden met dat aantal. Want het zijn zo'n 5.000 mensen meer dan vorig jaar toen Breukink op de derde plaats in de Tour eindigde en het Nederlandse etappezeges had geregend. Dit jaar was het mede door het uitvallen van de PDM-ploeg droevig gesteld met de prestaties. Vandaar dat er in Chaam enige bezorgdheid bestond over de belangstelling. “We waren al blij geweest met hetzelfde aantal mensen”, bekent Coenraads.

Ad Rijnen, organisatie-voorzitter van het eerste criterium in Nederland na de Tour, dat in Boxmeer, heeft dezelfde ervaring. Hij had afgelopen maandag ook een paar duizend mensen meer binnen dan in '90. “Ongelooflijk”, vindt hij. “Het verloop van Tour kon je voor de organisatoren van de criteriums heel pijnlijk noemen, het vertrek van PDM, Rooks die veel te kort kwam, Theunisse toch ook. Maar we hebben ons blijkbaar te bezorgd gemaakt. Ik heb bij onze wedstrijd in Boxmeer nog nooit zo veel collega's gezien als dit jaar. Iedereen was zeer benieuwd hoe het publiek zou reageren.”

Rijnen wijst als postief gegeven op de zon die dezer dagen het verblijf bij een wielerwedstrijd aangenaam maakt. Het lijkt er zelfs op dat de weersomstandigheden bepalender zijn voor de toeschouwersaantallen dan de Tour-resultaten van de Nederlanders. Rijnen: “Een criterium is toch een regionaal gebeuren. Zo'n negentig procent van het publiek komt uit de directe omgeving. Het is voor een dorp gewoon een jaarlijks terugkerend feest.” Dat blijkt in Chaam. Iedereen zit met eten en drinken binnen handbereik in zijn tuin langs het parcours en heeft vrienden uit andere straten en dorpen uitgenodigd. Het bier vloeit in het hele dorp in overvloed en tegen het einde van de middag kunnen vele toeschouwers een fiets nauwelijks meer van een auto onderscheiden.

Jos van Aart stamt uit de streek en wordt in Chaam als thuisrijder beschouwd. Enkele meisjes hebben zijn naam op hun wangen en neus geschilderd. Erik Breukink en Gert-Jan Theunisse zijn echter de meest populaire renners in Chaam. “Breukink”, zegt een oude wielerfanaat die vanuit zijn tuin het voorbijrazende peloton volgt, “had zonder dat vieze Franse eten hier in het geel gereden. Zeker weten. Indurain kan niet aan hem tippen. Die man is een hele gelukkige winnaar.” En Theunisse? “Die wint de Tour ook nog wel een keer. Die vent is ijzersterk. Volgend jaar gaat het tussen hem en Breukink, mooi he.”

Over Steven Rooks is de man minder te spreken. Hij wijst naar een kopgroep waar de Nederlands kampioen geen deel van uitmaakt. “Die lul heeft weer zitten slapen. Het is een dromer. Dat wordt nooit meer wat.” Even later rijdt Rooks wel vooraan. “Dat kan nooit goed gaan”, voorspelt de man met de blik van een kenner. Rooks wordt uiteindelijk vijfde. Vriend Theunisse schrijft de Acht van Chaam op zijn naam. Organisator Coenraads is content en noemt hem “een hele mooie winnaar”. Die doet het goed op de erelijst.

Het publiek is ook tevreden. Alleen een paar baldadige toeschouwers schreeuwen na afloop om Tourwinnaar Indurain. De Spanjaard rijdt niet in de Nederlandse criteriums. Ook niet in Roosendaal waar de organisatie hem 40.000 gulden startgeld heeft geboden. “Daar heb ik begrip voor”, zegt Ad Coenraads. “Wij zouden het ook niet op prijs stellen dat als Breukink de Tour wint hij de dagen erna ergens in Spanje gaat rijden.” Coenraads spreekt van “een maximaal haalbaar rennersveld” in Chaam. Alle toppers uit Nederland kwamen aan de start en er moest wegens het prijskaartje tussen Bugno en Chiappucci worden gekozen. “Dus hadden we liever Bugno. Chiappucci is hier vorig jaar geweest.”

Ondanks de tegenvallende Tourresultaten van de Nederlanders zijn de startgelden niet gezakt. Zowel in Boxmeer (115.000 gulden) als in Chaam (125.000 gulden) is er meer aan renners uitgegeven dan in de voorgaande editie. Ad Rijnen ziet het als een investering. Hij hoopt dat een renner als Breukink het zich in goede tijden nog herinnert dat hij ook in mindere perioden in Boxmeer terecht kon. Coenraads zal zich bij het verder stijgen van de kosten gedwongen zien in te grijpen. Hij zal dan een van de toppers van de lijst moeten schrappen. “Van onderen renners wegstrepen heeft geen zin”, legt hij uit. “Dat levert financieel bijna niets op en bovendien hebben we in Chaam toch een peloton van ten minste zestig renners nodig, veertig is te weinig. We hebben een parcours met een lengte van acht kilometer. Dat is lang. Daarom ook vind ik de benaming kermiskoers niet bij ons passen. We hebben in Chaam een volwaardige wedstrijd.”

Coenraads vraagt zich af of een toprenner meer of minder toeschouwers zou schelen. Collega Rijnen: “Ik denk dat het op een paar namen na de mensen eigenlijk niet interesseert wie er aan de start komen. Ze hebben het toch wel naar hun zin.”