'Universiteit niet collegegeld laten bepalen'

ROTTERDAM, 1 AUG. De Tweede Kamer wil de universiteiten en hogescholen niet zelf de hoogte van het collegegeld laten bepalen. Zij vreest aantasting van de toegankelijkheid en rechtsongelijkheid voor studenten.

Minister Ritzen (onderwijs) wil het universiteiten en hogescholen mogelijk maken minder collegegeld te vragen dan maximumbedrag dat in de wet is vastgelegd. In het verslag waarmee de Kamer de schriftelijke voorbereiding afrondt van de behandeling van de nieuwe Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek (WHW) leveren alle fracties opnieuw scherpe kritiek op de meeste wijzigingen die Ritzen in het wetsontwerp heeft aangebracht. De beide regeringspartijen willen dat de minister een deel van die veranderingen ongedaan maakt.

Met name de manier waarop Ritzen de universiteiten en hogescholen de toegezegde grotere autonomie wil geven wordt bekritiseerd. Volgens de Kamer biedt de minister hun uiteindelijk slechts schijnvrijheid als hij zich het recht voorbehoudt tot op een laag niveau in de organisaties in te grijpen. Dat kan gebeuren als de universiteiten en hogescholen het onderling niet eens zouden worden over een 'macro-doelmatig' aanbod aan opleidingen. De Kamer meent dat bewaking van de macro-doelmatigheid geen taak is van de autonome universiteiten en hogescholen, zeker niet als de minister nalaat heldere en bruikbare criteria op te stellen.

CDA en PvdA vinden dat de minister de indeling van het onderwijsaanbod in een beperkt aantal sectoren dient te handhaven en op dat niveau globaal de ontwikkeling van het hoger onderwijs moet sturen. Het door Ritzen gentroduceerde Centraal Register, waarin universiteiten en hogescholen hun studierichtingen moeten laten registreren om die gefinancierd te krijgen en om studenten die deze studies volgen recht op studiefinanciering te geven, kan dan verdwijnen.

De Kamer houdt grote twijfels over het plan van Ritzen om universiteiten en hogescholen het recht te geven studenten na het eerste studiejaar te dwingen met hun studie te stoppen. De meeste fracties willen daarover pas met de minister spreken als zijn ideeTREMA NA AFBREKING ONDERDRUKT en uitgekristalliseerd zijn. De Kamer wil de ideeen daarna in samenhang bezien met maatregelen om het onderwijs te verbeteren vanaf de bovenbouw in het voortgezet onderwijs. Ook wil ze zekerheid dat universiteiten en hogescholen hun verantwoordelijkheid voor een goede organisatie van het onderwijs en voor een behoorlijke studiebegeleiding kunnen waarmaken.

Een meerderheid in de Kamer wijst het voorstel van Ritzen van de hand om allochtonen een grotere kans te geven ingeloot te worden bij studierichtingen met een numerus fixus dan andere aankomende studenten. Volgens de Kamer helpt zo'n maatregel niet om meer allochtonen met succes hoger onderwijs te laten volgen. De Kamer wijst er op dat als Ritzen meer allochtone studenten aan de universiteiten en hogescholen wil, hij eerst moet zorgen dat meer allochtone leerlingen HAVO en VWO volgen.