Textielprotectie

De verlenging van het Multivezelakkoord (MVA), dat de handel in textiel regelt, met 17 maanden moet voor veel ontwikkelingslanden een teleurstelling zijn.

De Indiase ambassadeur bij de GATT (Algemene Overeenkomst voor Tarieven en Handel) sprak gisteren van een “verkeerd signaal” juist op het moment dat zijn land de industrie- en handelspolitieke liberaliseert. Zijn Pakistaanse collega noemde het MVA een “semi-permanent instrument voor handelsprotectie”. Een vertegenwoordiger van de Britse textielindustrie daarentegen sprak van “goed nieuws voor de textiel- en kledingindustrie in de hele wereld.”

Het reeds in 1974 gesloten MVA beschermt de grote handelsblokken (VS, EG en Japan) tegen de importen uit de 'lage-lonenlanden' in de Derde Wereld. In het kader van het akkoord kunnen landen bilaterale afspraken maken over importquota. De bedoeling van het MVA was om de textielindustrie in de rijke landen de kans te geven zich aan te passen. Door de opkomst van goedkope exporteurs als Hong Kong, Taiwan, Zuid-Korea was de westerse textielindustrie sterk in verval geraakt. Inmiddels is in de rijke industrielanden weer een flexibel op modetrends inspelende en kwaliteitsbewuste textiel- en confectieindustrie opgebloeid.

Maar het Multivezelakkoord staat na bijna twintig jaar nog altijd recht overeind, ofschoon het slechts een beperkte duur had moeten hebben. In 1986 werd het akkoord voor vijf jaar verlengd. Het MVA werd toen zelfs in gunstige zin voor de rijke landen aangescherpt door ook de natuurlijke vezels linnen en ramie eronder te brengen, waarvan China en India de belangrijkste producenten zijn. Onder het eerdere MVA, dat 65 procent van de wereldhandel in textiel dekt, vielen alleen textiele produkten van katoen, wol of synthetische vezels. Ten behoeve van importerende industrielanden bevat het MVA ook een ontsnappingsclausule om plotseling stijgende importen tegen te gaan.

In de EG hebben vooral Italie en Portugal belang bij het MVA. Een land als Nederland wil de textielhandel zo veel mogelijk liberaliseren. Bijna een op de drie werknemers in Portugal is afhankelijk van de arbeidsintensieve textielbranche. Ongebreidelde invoer van goedkope jeans uit de nieuw-gendustrialiseerde landen zou voor de textielproduktie in Zuid-Europa de nekslag betekenen. Ook in de Verenigde Staten bestaat een sterke lobby voor bescherming van de eigen textiel- en kledingindustrie. Slechts door veto's van de president konden scherpe kanten van protectionistische wetgeving enigszins worden bijgeslepen. Volgens sommige berekeningen betaalt de Amerikaanse consument jaarlijks twintig miljard dollar teveel voor de in eigen land gemaakte kleding.

De ontwikkelingslanden willen het MVA in fasen volledig afbreken, waarna de regels van de GATT over vrijhandel van kracht worden. Het is een van de vijftien onderwerpen in de GATT-onderhandelingen. Vorig jaar december liep deze 'Uruguay-ronde' in het Brusselse Heizelcomplex stuk op het conflict tussen de EG en de VS (en andere landen) over de landbouwsubsidies. Daarmee werd ook de 'uitfasering' van het MVA op de lange baan geschoven. In Brussel waren de partijen elkaar al wel enigszins genaderd over de lengte van een overgangsperiode.

Een werkelijke afbraak van het MVA is eigenlijk alleen te bereiken in het kader van de GATT. In de Uruguay-ronde wordt over een groot aantal onderwerpen (o.a. landbouw, diensten, intellectuele eigendom, markttoegang) gesproken. Dat maakt een 'uitruil' mogelijk, waardoor alle betrokken landen voordeel kunnen halen. Zo is voor de rijke industrielanden liberalisering van de textielhandel alleen aanvaardbaar als de intellectuele eigendom beter wordt beschermd tegen 'merkpiraterij'. De Europese textielindustrie bepleit in een recente nota ook betere procedures (door rijke industrielanden) tegen dumpingpraktijken en andere maatregelen tegen “concurrentievervalsing.”

Volgens de nota is voor afbraak van het MVA een overgangsperiode van vijftien jaar nodig. Het is niet alleen voor de ontwikkelingslanden maar ook voor de Europese consument te hopen dat veel sneller een eind komt aan de protectie. Bij een goede 'uitruil' in de GATT-onderhandelingen moet dat mogelijk zijn.