Sikulu, the warrior; Zuidafrikaanse musical

Sikulu, the warrior is van 6 t-m 18 augustus in de Stadsschouwburg van Amsterdam te zien. Vanaf 3 september tot begin lnovember wordt de musical elders in het land opgevoerd.

Het begint een traditie te worden: midden in het zomerseizoen, als de meeste Nederlandse theatergezelschappen met vakantie zijn, biedt de Amsterdamse Stadsschouwburg onderdak aan een Zuidafrikaanse musical van een zwart ensemble.

Sarafina! heette de succesvolle musical die twee jaar geleden tijdens een tournee ons land aan deed. Het was een voorstelling met een politieke teneur waarin de vuisten regelmatig gebald de lucht in gingen om de op het podium uitgebeelde strijd tegen apartheid van jonge zwarte Zuidafrikanen kracht bij te zetten.

In Streetsisters, de musical van John Ledwaba die hier vorig jaar werd opgevoerd door de Mamu Players, was de thematiek eveneens geengageerd; de uitbuiting en omkoping van de zwarte bevolking werd bovendien op een fel realistische wijze ten tonele gevoerd.

Ook in Sikulu, the warrior, de musicalshow die sinds juni een rondreis door Europa maakt en vanaf volgende week in Amsterdam is te zien, vormt de politieke situatie in Zuid-Afrika de achtergrond waartegen het verhaal zich afspeelt. De zoektocht van de jonge zwarte krijger Ubhejane naar zijn vader krijgt een politieke geladenheid op het moment dat hij ontdekt dat zijn vader in Johannesburg om politieke redenen gevangen zit.

Volgens Andy Chabeli, een van de choreografen die de traditionele dansen met de groep hebben ingestudeerd, heeft de musical een duidelijke boodschap die hij omschrijft als “een aanklacht tegen apartheid”. Chabeli: “Ik vind het verhaal minstens zo belangrijk als de hele show. Als er alleen muziek en zang was, zou het geen musical maar een concert worden. Het verhaal is de rode draad die de zang- en dansnummers met elkaar verbindt.”

Toch had Sikulu, the warrior aanvankelijk geen uitgewerkte plot. Marijke Hoencamp, verantwoordelijk voor de organisatie en publiciteit van Theatre Work Holland, het Nederlandse theaterbureau dat het gezelschap hierheen heeft gehaald, vertelt dat men begon met een stuk of tien songs, respectievelijk gecomponeerd en op tekst gezet door Bertha Egnos en Gail Lakier. Nadat Bertha Egnos en Gail Lakier tien jaar geleden de ook in ons land vertoonde musical Ipi Tombi hadden geschreven, is er lang aan hen getrokken voordat ze materiaal voor een nieuwe musical leverden. Dat materiaal is vervolgens door de groepsleden al repeterend vormgegeven en was uiteindelijk de basis voor Sikulu, the warrior dat in mei 1989 in Kaapstad in premiere ging.

Het accent in Sikulu ligt voor een belangrijk deel op de traditionele Afrikaanse dansen, waarbij de dansers bontgekleurde authentieke kostuums dragen. Ook de moderne dansen en liedjes, door Andy Chabeli aangeduid als 'township styles', zijn genspireerd op de traditionele Afrikaanse ritmes en cultuur. De vrouwen, gekleed in fel gekleurde kralenjurkjes en de mannen, gestoken in dierenvellen en bont, voeren hun dansen uit op de opzwepende muziek van de groep Azumah.

De instrumenten die de musici gebruiken zijn niet allemaal afkomstig uit Zuid-Afrika: aangezien bomen schaars zijn in het kale graslandschap van Zuid-Afrika zijn de drums van Azumah gemaakt van uitgeholde boomstammen uit onder meer Namibie, Zare en Zambia. De blazers maken gebruik van westerse fluiten en Kudo-hoorns. Verder zijn er tal van snaarinstrumenten, marimbas, xylofoons (afkomstig uit Zimbabwe) en ratels die zorgen voor het in Afrika zo kenmerkende roffelende geluid.

De 34 leden van de groep zijn gerecruteerd uit zeer uiteenlopende stammen. Onder hen bevinden zich Tswana's, Noordelijke en Zuidelijke Sotho's, Shangaan, mensen uit Swaziland, Xhosa's en Zulu's. Deze verschillen in achtergrond zijn in de show benut, zo komt er een scene voor waarin Xhosa en Zulu vrouwen elkaar met hun dansen proberen af te troeven. Maar wat aan het eind van de voorstelling overheerst is een optimistische kijk op de onderlinge relatie tussen de vele zwarte culturen in het land. Sikulu schetst een positief beeld van een toekomstig democratisch Zuid-Afrika. Dat resulteert volgens Andy Chabeli in een explosie van op traditionele leest geschoeide Afrikaanse dans en muziek waaraan alle stammen meedoen. “Het is een musical met een happy end en zo hoort het ook.”