Schutterswei wil na rel met schone lei beginnen

ALKMAAR, 1 AUG. “Vrijheidsstraf. Van de nood een deugd maken” probeert een poster in de gang de voorbijganger op te beuren. Dat zal een zware taak zijn in het huis van vreemdelingenbewaring de Schutterswei in Alkmaar. Hier worden immers illegale vreemdelingen opgesloten om het land te worden uitgezet. Vrijwel geen van hen spreekt goed Nederlands, velen kunnen niet lezen.

De ruim honderd jaar oude inrichting ligt in een lommerrijke omgeving, vlakbij een kerkhof en een rusthuis. De personeelshuisjes aan weerszijden van de eigenlijke gevangenis zien er vriendelijk, wat kneuterig uit. “Personeelsleden vechten erom”, vertelt plaatsvervangend directeur J.G. Teule, terwijl een van zijn gedetineerden een kopje thee binnenbrengt.

Op 21 juli werd de Schutterswei opgeschrikt door wat Teule consequent 'de opstand' noemt. De gedetineerden raakten onderling slaags over het al dan niet voeren van actie tegen hun gevangenneming. Uiteindelijk weigerden 65 van de ongeveer tachtig gevangenen terug te keren naar hun cellen. Een bijstandsteam van de Mobiele Eenheid was nodig om de gevangenen weer naar hun cellen te voeren. Een enorme ravage was het resultaat. Vier gedetineerden en een aantal bewakers liepen verwondingen op. Vandaag worden de opstandelingen overgeplaatst naar verschillende inrichtingen in het land, zodat de Schutterswei weer “met een schone lei kan beginnen”.

De bevolking van de Schutterswei is tamelijk heterogeen. Zo'n zeventig procent komt van landen rondom de Middellandse Zee. Een toenemend aantal komt uit Oost-Europa, vooral Roemenie en Joegoslavie. Een ding hebben de mannen gemeen: ze hebben geen verblijfsvergunning voor Nederland. “Sommigen hebben zwart gewerkt als bollenpeller. Als de baas zo'n jongen een beetje lastig vindt, belt hij gewoon de vreemdelingendienst en die komt hem halen. Hoeft zo'n baas geen loon uit te betalen. En er staan tien anderen klaar om het werk te doen.” Dergelijke praktijken noemt Teule schandalig.

De meeste mannen uit de Schutterswei hebben (illegaal) gewerkt. Naar schatting 100.000 illegale vreemdelingen bevinden zich in Nederland. Op de een of andere manier moeten zij in hun onderhoud voorzien. Lukt het niet op de bollenvelden, in de naaiateliers of de Chinese restaurants, dan zakken de illegalen vaak af naar de kleine criminaliteit - “tasjesroof of autodiefstallen”. Mensen die in aanraking komen met het strafrecht gaan naar een strafinrichting, hier komen de illegalen omdat ze illegaal zijn.

Uitzetting is dus het doel. In de meeste gevallen komt het niet zover. Daarvoor moet namelijk de vreemdelingendienst de identiteit van de gedetineerde vaststellen en dat blijkt vaak onmogelijk binnen de zes maanden dat de illegalen maximaal mogen worden vastgehouden. Een groot aantal illegalen stapt dus na de detentie weer de maatschappij binnen. Tot de volgende aanhouding. “Er zit hier nu een man die voor de drieentwintigste keer is binnengebracht”, zegt Teule.

Pag. 3

Niemand zit nog te pitrieten

Directeur Teule van de Schutterswei houdt zijn personeel voor dat de meeste gedetineerden - ongeveer 600 per jaar, die gemiddeld veertig dagen vastzitten - niet in bewaring zijn gesteld wegens een crimineel feit. Toch zijn er veel obstakels voor een soepele communicatie. De meesten spreken Arabisch, soms Frans, maar dat spreken de meeste bewakers niet. Er zijn meer 'cultuurverschillen', zoals Teule dat noemt. De Marokkanen zijn volgens hem gezagsgetrouwer en beleefder, maar ook emotioneler. “Zij vinden het normaal dat hun opstand met zoveel geweld door de ME is neergeslagen. Dat blijft bij hen niet nabroeien.”

Bij het personeel wel, zegt Teule, terwijl hij door de gevangenis loopt. De bewaarders weten niet meer of ze de gevangenen kunnen vertrouwen. “De ene dag hebben ze nog met die jongens zitten pitrieten, de volgende dag sprongen ze de bewaarders op hun nek.”

Over de reling van de tweede verdieping leunen lusteloos drie jongens. Twee anderen maken hun cel schoon. De stemming is niet bepaald vrolijk, er wordt weinig gepraat. Ook de bewaarders staan zwijgend tegen de reling geleund. Niemand zit te pitrieten. Na de opstand hebben de bewaarders weinig zin om zich met de gevangenen bezig te houden, dus de programma's zijn tot een minimum teruggebracht. De groep die wacht op overplaatsing, blijft binnen. De twaalf aanstichters van de opstand zijn al overgeplaatst. Dat betekent dat maar elf gevangenen zich in het gebouw mogen bewegen. Er lopen meer personeelsleden dan gedetineerden rond.

Ook de bibliotheek, met zijn Chinese boeken, Arabische Kuifjes en 'Creatief bezig zijn voor de vrouw', blijft vandaag onbenut. “Maar ze hebben niks van de bibliotheek stuk gemaakt”, zegt Petra, de bibliothecaresse. Ze ziet er een bewijs in dat de jongens haar diensten waarderen. Zestien televisietoestellen zijn wel gesneuveld.

“De pers zou beter volgende week kunnen komen om een indruk te krijgen van hoe het hier normaal toegaat”, zegt Teule nog, terwijl hij de portierster een teken geeft dat zijn bezoeker naar buiten mag. Onder de monitoren waarop te zien is hoe op karretjes de warme middagmaaltijd door de gangen worden aangevoerd, hangt een briefje: “Alle bloemen die gebracht worden moeten geweigerd worden” - “Behalve die voor het personeel”, is erbij gekrabbeld.

Bij het Alkmaarse Steunpunt (Politieke) Vluchtelingen (ASPV) vertellen voorzitter L. Divendal en medewerkster R. Rip enthousiast dat zij na de opstand bloemen hebben gestuurd naar de gevangenen. Nu ze van het briefje horen, begrijpen ze dat hun solidariteitsbetuiging de gevangenen nooit heeft bereikt.

Daags na de opstand heeft het ASPV een open brief aan staatssecretaris Kosto (justitie) gestuurd, waarin het zich uitspreekt tegen het principe van vreemdelingendetentie. Hier spreekt men consequent van vluchtelingen als het om de bevolking van de Schutterswei gaat. Dat de meeste van hen nooit een asielprocedure zijn begonnen, vindt voorzitter L. Divendal logisch: het lukt toch niet. Maar zolang de economie draait op illegale arbeid, heeft Nederland een morele verplichting jegens deze mensen, meent Rip.

Het ASPV is verontwaardigd over de criminalisering van de illegale vreemdelingen. Ze citeren een uitspraak van een woordvoerster van het ministerie van justitie die zegt dat op het departement niet langer wordt gesproken over 'uitgeprocedeerde asielzoekers', maar over 'criminele illegale vreemdelingen'. Bij zo'n redenering is het heel makkelijk die mensen op te sluiten, meent Divendal.