SCHOKKERIGE MONTAGETAFELDOCUMENTAIRE OVER QUINCY JONES; Stil allemaal, en nu een voor een

Listen Up. Regie: Ellen Weissbrod. Met: Quincy Jones. In: Amsterdam, Tuschinski; Den Haag, Metropole.

Een mooi moment is dat. Quincy Jones, de succesvolste platenproducer aller tijden, heeft zojuist verteld over de vernederende manier waarop Amerika decennia lang zijn zwarten behandelde, en de aan hem gewijde documentaire heeft duidelijk gemaakt dat de zwarte gelijkheidsstrijd een van de drijfveren in zijn leven is geweest. Opeens verschijnt er een flard uit een film waarvoor Jones ooit de muziek schreef. Een blanke politieagent spreekt een zwarte man aan. “On your feet boy!” bast hij smalend. Meteen daarna zien we Quincy Jones voor een studio-orkest staan; even kijkt hij om, alsof hij reageert op het gesprokene, met een onbeschrijflijke blik.

Listen Up, The Lives of Quincy Jones is typisch een documentaire die aan de montagetafel werd gemaakt. Het is veelzeggend dat ik niet meer weet uit welke film die politieman afkomstig was. Zoveel titels en artiesten en plaatsnamen en familieleden worden hier in adembenemend tempo door elkaar geklutst dat ik de afzonderlijke feiten nauwelijks meer kon onderscheiden. De makers wilden dan ook geen ordentelijk en chronologisch gerangschikt tv-portret afleveren, waarin elk jaartal is verantwoord en elke genterviewde een ondertiteltje met zijn naam en functie krijgt. Wie er aan het woord was, deed niet echt terzake. Als maar zou blijken hoe bijzonder de hoofdpersoon is.

Quincy Jones (58) heeft trompet gespeeld bij Lionel Hampton, Dizzy Gillespie, Clark Terry en Miles Davis, produceerde platen met Ella Fitzgerald, Sarah Vaughan, Frank Sinatra, Nat King Cole, Barbra Streisand en Michael Jackson, schreef de muziek voor films als In the Heat of the Night, In Cold Blood en The Color Purple en staat nu aan het hoofd van de Quincy Jones Entertainment Company. In die functie is hij betrokken bij de produktie van diverse filmprojecten.

In hoeverre hij ook invloed uitoefende op Listen Up, is uit de aftiteling niet af te lezen. De film werd gemaakt door producente Courtney Sale Ross en regisseuse Ellen Weissbrod, die eerder kunstenaarsportretten maakten voor het Amerikaanse tv-station PBS. Schijnbaar heeft Jones zich aan hen overgeleverd. Hij praat openhartig over zijn mislukte huwelijken en een prachtige dochter vertelt eerlijk dat haar vader als gezinshoofd tekort schoot, omdat hij was gefixeerd op zijn carriere. Maar als dat hoofdstuk is afgehandeld, blijft vooral de indruk hangen dat je zo'n briljant genie zijn menselijke fouten niet kwalijk kunt nemen.

Intussen blijft een minstens even belangrijk aspect van zijn carriere - de overstap van jazz en swing naar pop en rap - onbesproken. “Pop is blank,” mompelt Miles Davis met een vies (en buitengewoon zwart) gezicht. Wat vindt Quincy Jones daar zelf van? Heeft hij inderdaad voor het grote geld gekozen en de muziek uit zijn jonge jaren verloochend? Het onderwerp komt verder niet ter sprake. In plaats daarvan wordt gesuggeerd dat Ella Fitzgerald en Dizzy Gillespie en Barbra Streisand en Michael Jackson en Ice-T allemaal een grote muzikale familie vormen. Dat is een leugen - en daarom weet ik niet zeker of de filmmaaksters vrijelijk hun gang hebben kunnen gaan.

Listen Up is frenetiek gemonteerd op het strakke, vibrerende staccato-ritme dat de laatste produkties van Quincy Jones kenmerkt. Bijna geen enkel beeld blijft langer dan een paar seconden staan. Een van de genterviewden zegt “He eh...” en moet even nadenken. Maar voordat hij zijn volgende woord heeft bedacht, is de camera allang weer weg. Die collage-techniek creeert fabelachtige effecten, te vergelijken met de overdubbing van stemmen in een platenstudio, als drie of vier of vijf mensen tegelijk hetzelfde verhaal vertellen. In werkelijkheid zijn de personen los van elkaar genterviewd, in de film is het alsof ze elkaar voortdurend in de rede vallen en aanvullen. Heel zelden spreken ze elkaar tegen; als het gebeurt - bijvoorbeeld als de kwaliteit van de jonge trompettist Jones ter sprake komt - levert dat een geestig resultaat op. In de meeste gevallen ontstaat er echter zo'n duizelingwekkend door-elkaar-heen-gepraat, dat ik af en toe wilde roepen: stil allemaal, en nou een voor een!

Voor de beelden geldt hetzelfde. Ze lopen soms gelijk op met de woorden of leveren daarop commentaar. Zoals wanneer het beeld donker is en een stem vraagt of het licht helemaal uit mag. “O, kun je dan je vragen niet meer lezen?” zegt dezelfde stem. Dan richt de camera zich op een stuk papier vol getypte tekst; erboven staat: Questions for Michael Jackson.

De studio-interviews zijn fraai uitgelicht en helder gefilmd; de prive-momenten, ook als ze voor de film in scene werden gezet, zijn opzettelijk grofkorrelig, overbelicht en schokkerig. Ook dat buitelt allemaal in flarden door elkaar heen in een associatieve cavalcade van effectbejag en aanstellerij. De film bevat schitterend materiaal en prachtige interview-fragmenten. De maaksters vonden zelfs reuzen als Miles Davis en Dizzy Gillespie bereid om samen nog eens Birdland te spelen, maar gebruikten daarvan vervolgens niets meer dan een paar seconden. Het maken van een informatieve documentaire was blijkbaar ver beneden hun waardigheid, hun eigen artistieke pretenties waren belangrijker.